Een woningeigenaar krijgt een omgevingsvergunning om zijn huis uit te breiden. Omdat het bouwplan de maximale goot- en bouwhoogte overschrijdt, past het college een 'binnenplanse afwijkingsbevoegdheid' toe (maximaal 15% afwijken). De buurvrouw stapt naar de rechter, vrezend voor verlies van zonlicht, uitzicht en privacy. Op 14 augustus 2026 deed de Rechtbank Noord-Nederland (ECLI:NL:RBNNE:2026:3867) uitspraak met daarin een bevestiging van de bestaande rechtspraktijk. Vier interessante onderwerpen:

Is de afwijkingsbevoegdheid onverbindend?
Eiseres stelt dat de bevoegdheid te algemeen is omschreven en onvoldoende objectief is begrensd. Via exceptieve toetsing oordeelt de voorzieningenrechter anders. Een planregel blijft pas buiten toepassing bij een onbeperkte afwijkingsmogelijkheid of bestemmingswijziging. Hier is de afwijking hard begrensd op maximaal 15% én gelden er specifieke voorwaarden. De regel is dus objectief begrensd en gewoon geldig.
Wat is juridisch gezien een 'goot'?
Volgens eiseres vormt de nok van het lessenaarsdak een te hoge 'derde goot'. De rechter pakt de planregels, de Van Dale en vaste Afdelingsrechtspraak erbij: er is pas sprake van een goot (of druiplijn/boeibord) als er daadwerkelijk sprake is van afwatering. Op het punt dat eiseres aanwijst, vindt geen afwatering plaats. Het is dus simpelweg geen goot.
Hoofdgebouw of aanbouw?
De afwijkingsbevoegdheid geldt enkel voor hoofdgebouwen. Eiseres stelt dat het visueel afwijkende (lagere en anders gekleurde) linkergedeelte van de woning een aanbouw is. De rechter oordeelt: het is niet ongebruikelijk dat een hoofdgebouw uit verschillende onderdelen bestaat. Omdat de nieuwe schuine daken over de gehele bestaande bouw worden geplaatst en het een architectonische eenheid vormt, wordt het linkerdeel gewoon aangemerkt als onderdeel van het hoofdgebouw.
Hoe bepaal je 'onevenredige aantasting'?
Eiseres stelt dat de 'feitelijke afwijking' de volledige nieuwe bovenste bouwlaag betreft en haar gebruiksmogelijkheden onevenredig aantast. De rechter zet hier een streep door. Je moet puur kijken of de toegestane afwijking (de overschrijding van 1,3 m bouwhoogte en 13,5 cm goothoogte) leidt tot onevenredige aantasting. Een bouwlaag van 9 meter hoog was namelijk 'bij recht' al toegestaan door de planwetgever. De rechter toetst de inbreuk op privacy en uitzicht dus uitsluitend aan de ruimtelijke gevolgen van die kleine extra overschrijding. Het college oordeelde in redelijkheid dat deze marginale afwijking niet leidt tot een onevenredige aantasting van de aangrenzende gronden.