Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Vergunningvrij bouwen bruidsschat: art. 22.23 wijkt niet af van art. 5 bijlage ii Bor (aantal woningen moet gelijk blijven)

Rechtbank Oost-Brabant 16 juli 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:4799. De rb. overweegt dat het op grond van art. 22.26 omgevingsplan verboden is om zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten, een gebouwd bouwwerk in stand te houden en te gebruiken. In art. 22.27 omgevingsplan staan de activiteiten waarvoor deze vergunningplicht niet geldt.

16 July 2026

Samenvattingen

Daarbij geldt op grond van art. 22.23 Omgevingsplan dat bij de toepassing van de artt. 22.27 (en 22.36) een bouwactiviteit uitsluitend vergunningvrij is als het aantal woningen niet toeneemt tenzij het gaat om huisvesting in verband met mantelzorg. Van dat laatste is geen sprake omdat het bouwwerk wordt gebruikt voor bewoning voor de dochter en schoonzoon van de buren in verband met de huidige woningnood.

De rb. overweegt dat art. 22.23 omgevingsplan de opvolger is van art. 5 bijlage II Bor. Uit de jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2013:BZ8456) volgt dat het bij dit artikel draait het om het vereiste dat het aantal woningen gelijk moet blijven. De Afdeling oordeelde dat deze eis zo moet worden uitgelegd dat het aantal zelfstandige woningen niet mag toenemen. Art. 22.23 biedt geen aanleiding daar anders over te oordelen omdat nergens uit blijkt dat met de omzetting van art. 5 bijlage II Bor naar art. 22.23 in dat opzicht een wijziging is beoogd.

De vraag is of sprake is van een zelfstandige woning. De rb. overweegt dat het omgevingsplan geen definitie geeft over wat onder een “zelfstandige woning” wordt verstaan. Om deze reden sluit de rb. aan bij wat in de rechtspraak onder een “zelfstandige woning” wordt verstaan. Uit de uitspraak van de Afdeling van 5 oktober 2016 leidt de rechtbank af dat bij de vaststelling of sprake is van een zelfstandige woning bepalend is of die woning afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen van buiten de woning, zijnde een keuken, toilet en wasruimte (ECLI:NL:RVS:2016:2636).Ten tijde van het bestreden besluit had het bouwwerk alle eigen voorzieningen zoals een keuken, toilet en badkamer. De rb. is van oordeel dat door de aanwezigheid van deze voorzieningen en inrichting sprake is van een zelfstandige woning. Dat een bouwwerk voor de gas-, water- en elektriciteitsvoorzieningen afhankelijk is van een andere woning (in dit geval de woning van vergunninghouder), is daarvoor niet van belang. Nu het tijdelijke deel van het omgevingsplan maar een woning per bestemmingsvlak toelaat, is sprake van een toename van woningen.

Deze toename betekent dat het bouwwerk niet vergunningvrij kan worden gerealiseerd met art. 22.27 omgevingsplan. Dat betekent dat voor deze bouwwerkzaamheden een vergunningplicht OPA Bouw geldt. Ook het in stand houden van een dergelijk gerealiseerd bouwwerk is op grond van art. 22.26 omgevingsplan verboden.

Artikel delen