Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Verwijzing naar ‘het beleid’ onvoldoende voor extra verplichtingen

Op 27 mei 2026 deed de Afdeling uitspraak over het bestemmingsplan “Bedrijventerrein Aan Veertien 2023” van de gemeente Nederweert. Met dat plan wil de raad het planologisch regime van het bedrijventerrein actualiseren met het oog op uitbreiding en toekomstbestendigheid. Appellante, een recyclingbedrijf op het terrein, komt op tegen het plan voor zover dat haar perceel betreft, omdat zij daardoor onnodig wordt beperkt in haar toekomstige bouwmogelijkheden. Wij bespreken twee beroepsgronden.

2 June 2026

De eerste beroepsgrond betreft de aan het perceel toegekende dubbelbestemming “Waarde – Archeologie”. Daardoor moet bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor bouwen een rapport worden overgelegd over de archeologische waarde van het terrein. Appellante betoogt dat de raad eerst zelf had moeten onderzoeken of op haar perceel archeologische waarden aanwezig zijn, voordat deze dubbelbestemming kon worden toegekend. Daarbij wijst zij erop dat de bodem door eerdere werkzaamheden waarschijnlijk al is verstoord en dat het terrein al geruime tijd is bebouwd en verhard. De raad stelt daartegenover dat de dubbelbestemming aansluit bij het geldende archeologisch beleid en dat eerdere verstoringen kunnen worden betrokken bij het archeologisch rapport dat later bij een vergunningaanvraag wordt opgesteld.

De Afdeling volgt dat niet. Met een verwijzing naar algemeen archeologisch beleid heeft de raad onvoldoende gemotiveerd waarom deze verplichting uit ruimtelijk oogpunt aanvaardbaar is. De Afdeling stelt de eigen onderzoeksplicht van de raad hier nadrukkelijk voorop. Die plicht kan niet worden doorgeschoven naar de vergunningfase of naar appellante als toekomstige aanvrager. Daarmee is ook onvoldoende gemotiveerd waarom deze dubbelbestemming in het nieuwe plan nodig is, terwijl zij in het vorige plan ontbrak.

De tweede beroepsgrond ziet op de afvoer van hemelwater. Appellante betoogt dat de in artikel 10.2 opgenomen eis van afkoppeling op eigen perceel onvoldoende rekening houdt met de locatiespecifieke omstandigheden. De raad stelt dat deze planregel aansluit bij het “Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2024”, dat vanwege hevige regenval is aangescherpt.

Ook die motivering volstaat volgens de Afdeling niet. Een enkele verwijzing naar rioleringsbeleid is daarvoor onvoldoende. De raad heeft niet onderzocht of afkoppeling op dit perceel feitelijk mogelijk is en evenmin of, gelet op de lokale situatie, aanleiding bestaat om van het beleid af te wijken en afvoer naar het nabijgelegen kanaal toe te staan. Juist dat onderzoek had in de belangenafweging moeten worden betrokken.

Deze uitspraak bevestigt dat de raad niet kan volstaan met een verwijzing naar algemeen beleid, maar zelfstandig moet motiveren waarom planregels ruimtelijk noodzakelijk en aanvaardbaar zijn. Dat valt te begrijpen. Algemene beleidskaders ontslaan het bestuursorgaan niet van de plicht om de concrete situatie te onderzoeken en de feitelijke uitvoerbaarheid in de belangenafweging te betrekken. De vraag is dan ook niet alleen of een planregel beleidsmatig verdedigbaar is, maar ook of zij op deze locatie dragend kan worden gemotiveerd.