Rechtbank Zeeland-West-Brabant 4 september 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:77194. De Omgevingswet gaat over de fysieke leefomgeving en activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. De fysieke leefomgeving omvat in ieder geval ‘cultureel erfgoed’ (artikel 1:2, eerste lid en tweede lid, onder i, van de Ow).

In de Ow zijn dus regels gesteld die strekken tot bescherming van panden met de status van cultureel erfgoed. Uit de bepalingen waarin die regels staan opgenomen blijkt dat die beschermingsregels uitsluitend van toepassing zijn op panden die door de minister dan wel het college als cultureel erfgoed zijn aangewezen. Omdat het voormalig gemeentehuis niet als cultureel erfgoed is aangewezen, zijn die bepalingen in casu niet van toepassing.
Het college heeft ook kunnen besluiten dat niet is gebleken van klaarblijkelijk gevaar dat de gemeente Oisterwijk het pand zal het slopen in strijd met de zorgplicht uit artikel 1.7 Ow. De artikelen 1.6 en 1.7 Ow moeten in samenhang worden gelezen. Door deze twee artikelen wordt een algemene zorgplicht voor eenieder in de wet geïntroduceerd. Artikel 1.6 Ow geeft aan dat er een algemene zorgplicht is: Een ieder draagt voldoende zorg voor de fysieke leefomgeving. Artikel 1.7 Ow definieert nader de inhoud van de zorgplicht. Omdat het pand niet valt onder de beschermingsregels voor cultureel erfgoed, is geen sprake van gevaar voor overtreding van de zorgplicht ten aanzien van dat aspect van de fysieke leefomgeving.
Deze 2-daagse cursus Erfgoed en Monumenten: wetgeving en beleid biedt inzicht in het nieuwe instrumentarium voor de omgang met cultureel erfgoed en monumenten, zowel beleidsmatig als juridisch als omgevingsplan, evenals de gevolgen voor ambtenaar, initiatiefnemers en adviseurs.