Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Was er sprake van een gefaseerde BOPA zoals bedoeld in art. 12.27a Bkl of was er sprake van een ondergeschikte wijziging van de eerdere vergunning?

Rechtbank Gelderland 15 september 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:6965. Het college stelt zich op het standpunt dat de omgevingsvergunning alleen ziet op enkele wijzigingen van een onherroepelijke omgevingsvergunning voor het zonnepark. Het staat vast dat een zonnepark gerealiseerd mag worden. De wijzigingen op de onherroepelijke omgevingsvergunning zijn volgens het college nodig vanwege gewijzigde technieken.

16 September 2026

Eiseres betoogt dat het college in het besluit ten onrechte concludeert dat sprake is van ETFAL. Uit art. 12.27a Bkl volgt dat sprake is van ETFAL voor zover de activiteit niet in strijd is met een eerder verleende vergunning voor een omgevingsplanactiviteit. De bestaande vergunningen zijn van rechtswege gelijkgesteld aan vergunningen voor omgevingsplanactiviteiten op grond van art. 4.6 Iw Ow. Volgens eiseres had het college expliciet moeten onderkennen en motiveren waarom art. 12.27a  Bkl van toepassing is op de nu voorliggende wijzigingen. Eiseres meent dat dit artikel niet van toepassing is, omdat dit artikel uitsluitend betrekking heeft op een situatie waarin een omgevingsvergunning is verleend voor hetzelfde bouwplan, en dus ook dezelfde afwijking van het omgevingsplan, waar de nieuwe aanvraag betrekking op heeft. Dat doet zich volgens eiseres hier niet voor.

De rb. stelt voorop dat het college bij de motivering van het besluit niet heeft verwezen naar art. 12.27a  Bkl. In het advies van de commissie bezwaarschriften wordt dat artikel wel genoemd. Uit de motivering van het besluit volgt niet dat het college de aanvraag heeft beschouwd als een ‘opvolgende’ BOPA. In art. 12.27a Bkl staat dat in ieder geval sprake is van ETFAL voor zover de activiteit niet in strijd is met een eerder verleende omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Het college heeft de wijzigingen allemaal beoordeeld en in overeenstemming geacht met ETFAL. Uit de motivering volgt dat de wijzigingen van beperkte invloed zijn. Er zijn geen stedenbouwkundige bezwaren. De nieuwe bouwwerken zijn lager dan de eerder vergunde bouwwerken. De impact op de omgeving neemt hierdoor af. Verder verandert het straat- en bebouwingsbeeld niet. Daaruit volgt dat het college getoetst heeft ETFAL zoals art. 8.0a, lid 2 Bkl dat voorschrijft.

Artikel delen