Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Wat is ‘normaal onderhoud’ van een bos in een bestemmingsplan? Aansluiten bij Van Dale of een advies van de WUR?

ABRvS 9 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5341. Voor het antwoord op de vraag of een activiteit in strijd is met het bestemmingsplan, zijn de op de verbeelding aangegeven bestemming(en) en aanduiding(en) en de daarbij behorende regels bepalend. Vanwege de rechtszekerheid moet een planregel letterlijk worden uitgelegd. Als die op zichzelf niet duidelijk is, ook niet in samenhang met de andere planregels (systematiek), dan komt betekenis toe aan de niet bindende plantoelichting. Die plantoelichting kan namelijk meer inzicht geven in de bedoeling van de planwetgever. In deze uitspraak ging het over de interpretatie van wat ‘normaal onderhoud’ betreft (in welk geval een uitzondering geldt op het verbod om zonder omgevingsvergunning bomen te vellen). In het besluit van 9 maart 2023 heeft het college toegelicht dat het voor de uitleg van het begrip "normaal onderhoud" aansluiting heeft gezocht bij het WUR-advies (Wageningen University & Research).

9 September 2026

De Afdeling is van oordeel dat de rechtbank terecht heeft overwogen dat het college heeft kunnen aansluiten bij het WUR-advies. Het college heeft voor de uitleg van een begrip uit de planregels aansluiten bij het algemeen spraakgebruik. Dat neemt niet weg dat het college ook ruimte heeft om aansluiting te zoeken bij een andere omschrijving. Dat het college in dit geval voor de uitleg van het begrip "normaal onderhoud" niet is aangesloten bij het algemeen spraakgebruik, maar bij het WUR-advies, leidt op zichzelf daarom niet al tot de conclusie dat sprake is van strijd met de rechtszekerheid. De Afdeling merkt daarbij op dat ook het algemeen spraakgebruik geen eenduidig antwoord geeft op de vraag wat als ‘normaal onderhoud’ beschouwd moet worden, omdat "onderhoud" in het Van Dale Groot Woordenboek van de Nederlandse Taal is gedefinieerd als "het in goede staat houden ervan".

UITGEBREIDERE OVERWEGINGEN

Voor het antwoord op de vraag of een activiteit in strijd is met het bestemmingsplan, zijn de op de verbeelding aangegeven bestemming(en) en aanduiding(en) en de daarbij behorende regels bepalend. Vanwege de rechtszekerheid moet een planregel letterlijk worden uitgelegd. Als die op zichzelf niet duidelijk is, ook niet in samenhang met de andere planregels (systematiek), dan komt betekenis toe aan de niet bindende plantoelichting. Die plantoelichting kan namelijk meer inzicht geven in de bedoeling van de planwetgever. Als een begrip niet in de planregels zelf is omschreven (begripsbepalingen) en als in het bestemmingsplan en de plantoelichting geen aanwijzingen zijn te vinden hoe dat begrip moet worden uitgelegd, dan komt betekenis toe aan de uitleg die het college aan dat begrip heeft gegeven. Het college kan daarbij dan aansluiten bij het algemeen spraakgebruik.

De Afdeling stelt vast dat ten tijde van het besluit van 9 maart 2023 op grond van het bestemmingsplan "Buitengebied Staphorst" in samenhang bezien met het bestemmingsplan "Veegplan Buitengebied" aan het perceel de bestemming "Bos" is toegekend. Op grond van artikel 12.4, onder a, onder 2, van de planregels is het op gronden met die bestemming verboden om zonder omgevingsvergunning bomen en andere houtopstanden te vellen, rooien of beschadigen. Op grond van artikel 12.4, onder c, onder 1, van de planregels geldt dat verbod echter niet voor werkzaamheden "betreffende het normale onderhoud en beheer van de gronden". De Afdeling stelt verder vast dat het bestemmingsplan "Veegplan Buitengebied" niet voorziet in een omschrijving van wat onder "normaal onderhoud" moet worden verstaan. Ook zijn in de plansystematiek en de plantoelichting geen aanknopingspunten te vinden voor de wijze waarop dit begrip moet worden uitgelegd. Daarom komt betekenis toe aan de uitleg die het college aan dat begrip heeft gegeven.

In het besluit van 9 maart 2023 heeft het college toegelicht dat het voor de uitleg van het begrip "normaal onderhoud" aansluiting heeft gezocht bij het WUR-advies. In dat advies wordt "schermslag" gedefinieerd als "een werkwijze ten behoeve van de bosverjonging waarbij een nieuwe bosgeneratie zich kan vestigen onder een scherm van oude bomen". Het college stelt dat het volgens het WUR-advies redelijk lijkt om ervan uit te gaan dat het aanwezige bosklimaat niet sterk wordt beïnvloed zolang de schaduwwerking van het kronendak met niet meer dan 50% afneemt. Bij een kap van maximaal 33% van het bosoppervlak is altijd verzekerd dat 50% van de schaduwwerking behouden blijft, stelt het college. Volgens hem blijven bij een kap van maximaal 33% van het bosoppervlak, verspreid over de hele oppervlakte van het bos, voldoende bomen staan die zorgen voor zaadmateriaal, schaduwwerking op de grond en voor een gunstig klimaat voor het opkomen en ontwikkelen van nieuwe bomen. Daarom is volgens het college sprake van "normaal onderhoud" als maximaal 33% van de bomen op een perceel met de bestemming "Bos" wordt gekapt, mits dat verspreid over de hele oppervlakte van het perceel gebeurt.

De Afdeling is van oordeel dat de rechtbank terecht heeft overwogen dat het college heeft kunnen aansluiten bij het WUR-advies om uit te leggen wanneer het college het kappen van bomen op gronden met de bestemming "Bos" als werkzaamheden "betreffende het normale onderhoud en beheer van de gronden" als bedoeld in artikel 12.4, onder a, onder 2, van de planregels aanmerkt. Daarover overweegt de Afdeling als volgt.

Zoals hiervoor onder 5.1 is overwogen, kan het college voor de uitleg van een begrip uit de planregels aansluiten bij het algemeen spraakgebruik. Dat neemt niet weg dat het college ook ruimte heeft om aansluiting te zoeken bij een andere omschrijving. Dat het college in dit geval voor de uitleg van het begrip "normaal onderhoud" niet is aangesloten bij het algemeen spraakgebruik, maar bij het WUR-advies, leidt op zichzelf daarom niet al tot de conclusie dat sprake is van strijd met de rechtszekerheid. De Afdeling merkt daarbij op dat ook het algemeen spraakgebruik geen eenduidig antwoord geeft op de vraag wat als normaal onderhoud beschouwd moet worden, omdat "onderhoud" in het Van Dale Groot Woordenboek van de Nederlandse Taal is gedefinieerd als "het in goede staat houden ervan".

De Afdeling ziet verder geen aanleiding voor het oordeel dat het college voor de uitleg van het begrip "normaal onderhoud" op gronden met de bestemming "Bos" niet heeft kunnen aansluiten bij het WUR-advies. Dat dat advies gaat over schermslag, leidt niet tot dat oordeel, omdat uit het WUR-advies blijkt dat schermslag een werkwijze ten behoeve van bosverjonging is, waarbij een nieuwe bosgeneratie zich kan vestigen onder een scherm van oude bomen. De Afdeling ziet daarom geen aanleiding voor de conclusie dat het college de kap van bomen in het kader van schermslag in dit geval redelijkerwijs niet als een vorm van normaal onderhoud van de gronden met de bestemming "Bos" heeft kunnen aanmerken. Ook volgt de Afdeling appellant niet in zijn standpunt dat "normaal onderhoud" zich beperkt tot het met enige regelmaat rooien van zieke of dode bomen en het (her)planten van een enkele boom.

De Afdeling ziet in wat appellant heeft aangevoerd geen grond voor het oordeel onvoldoende rekening heeft gehouden met de gevolgen van haar uitspraak. Dat de uitspraak van de rechtbank gevolgen heeft voor de wijze waarop het begrip "normaal onderhoud" elders in het plangebied op gronden met de bestemming "Bos" wordt uitgelegd, leidt op zichzelf niet tot de conclusie dat de rechtbank niet tot haar oordeel heeft kunnen komen.

Artikel delen