De uitspraak Rechtbank Midden-Nederland 1 juni 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:2327, gaat over de weigering van een omgevingsvergunning voor het gebruik van een bijgebouw voor short stay en een gedaan beroep op het vertrouwensbeginsel.

Op 23 mei 2024 heeft eiser per e-mail een reactie van de casemanager van de gemeente ontvangen. Hierin staat: ‘uw ingediende aanvraag betreft het gebruiken van een bijgebouw als Airbnb. Wij willen medewerking verlenen aan een short-stay. Er moet daarvoor een nieuwe aanvraag worden ingediend, anders klopt de publicatie en wat we gaan verlenen niet met elkaar’.
Eiser heeft een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend, dat is afgewezen. In bezwaar is gemotiveerd dat geen medewerking aan de BOPA wordt verleend, omdat de aanvraag een ongewenst precedent schept voor vergelijkbare (toekomstige) situaties in de woonwijk waarmee het karakter van de woonwijk verandert. De aanvraag voldoet niet aan het vereiste van ETFAL.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt. In de e-mail van 23 mei 2024 schrijft de casemanager dat ‘wij’ medewerking willen verlenen aan een short stay en dat daarvoor een nieuwe aanvraag moet worden ingediend. De rb. is van oordeel dat dit een concrete ondubbelzinnige toezegging is zonder enig voorbehoud. De toezegging kan ook worden toegerekend aan het college. Onder de e-mail staat de naam van de medewerker met daaronder ‘casemanager’ en evident is dat met ‘wij’ het college wordt bedoeld. Eiser heeft de toezegging van deze medewerker, die vanuit zijn functie aanvragen om omgevingsvergunningen behandelt, mogen opvatten als een toezegging die namens het college is gedaan.
Het college erkent dat er vertrouwen is gewekt, maar stelt zich op het standpunt dat er zwaarwegende omstandigheden zijn die er aan in de weg staan om het gerechtvaardigd vertrouwen van eiser te honoreren. Die zwaarwegende omstandigheden bestaan uit het algemeen belang van ETFAL.
Ter onderbouwing dat de aanvraag voor short stay niet voldoet aan de eis van ETFAL verwijst het college naar het risico van een ongewenste precedentwerking voor andere gevallen in de wijk. Daarnaast verzetten belangen van derden zich tegen het honoreren van het gewekte vertrouwen bij eiser (de belangen van de buren om geen overlast van short stay te ondervinden).
De rb. vindt het precedentwerking geen zwaarder wegend algemeen belang dan het belang van eiser. Met een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel valt het argument van precedentwerking weg. Immers is uitsluitend voor het specifieke geval van eiser een toezegging gedaan. Vergunningverlening aan eiser betekent niet dat het college aan toekomstige aanvragers ook een omgevingsvergunning moet verlenen. Dat is een afweging die het college zelfstandig moet maken. De belangen van derden wegen in dit geval ook niet zwaarder.