Rechtbank Oost-Brabant 28 juli 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:5157. Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor de bouw van een schuur. Deze aanvraag is door het college afgewezen omdat er door de bouw een te groot oppervlakte aan bijgebouwen op het perceel van eiser zou ontstaan. Eiser is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Volgens hem had het college zich meedenkender en dienstbaarder op moeten stellen en was de aanvraag best toewijsbaar binnen de regels van het omgevingsplan. Zo nodig had de bouw van de schuur als hashtag#BOPA moeten worden vergund.

De rb. komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college zich terecht op het standpunt stelt dat de bouw van de schuur in strijd zou zijn met het omgevingsplan. Het college heeft zich vervolgens in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de totstandkoming van de schuur afbreuk zou doen aan ETFAL ter plaatse. De schuur kon daarom niet als buitenplanse omgevingsplanactiviteit worden vergund.
Heeft het college voldoende met eiser meegedacht?
Eiser voert aan dat het college onvoldoende dienstbaar is geweest in het begeleiden van de aanvraag. Het college had eiser niet alleen moeten vertellen dat de aanvraag niet kan worden ingewilligd, maar had ook moeten bekijken hoe de schuur wél realiseerbaar is. Bijvoorbeeld door voorstellen te doen om de aanvraag aan te passen zodat wordt voldaan aan de natuurcompensatiemogelijkheid die het omgevingsplan biedt.
Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat het de aanvraag moet beoordelen zoals deze is ingediend. Dat heeft het gedaan en dat heeft geleid tot een afwijzing van de aanvraag. Het college is bereid om met eiser in gesprek te gaan over de mogelijkheden om bouwwerken op zijn perceel te realiseren, maar dat gaat buiten het bestek van de beoordeling van deze aanvraag om. Een succesvol beroep op de natuurcompensatiemogelijkheid zou in dit geval namelijk vergen dat 2.480 m2 aan natuurontwikkeling zou worden gerealiseerd.
Deze beroepsgrond slaagt niet. Het college dient te beslissen op de aanvraag zoals deze is ingediend. Het college kan de aanvraag in principe niet in gewijzigde vorm vergunnen, tenzij het gaat om wijzigingen van ondergeschikte betekenis. Eiser heeft niet inhoudelijk weersproken dat de natuurcompensatiemogelijkheid omvangrijke aanpassingen van de aanvraag zouden vergen. Het college heeft zich daarom terecht op het standpunt gesteld dat er geen mogelijkheid was om de aanvraag in aangepaste vorm te vergunnen.