P_Query() :
Array
(
    [posts_per_page] => 12
    [order] => DESC
    [orderby] => post_date
    [post_status] => publish
    [post_type] => nieuwsachtergrond
    [offset] => 0
    [sentence] => 1
    [tax_query] => Array
        (
            [0] => Array
                (
                    [taxonomy] => tags
                    [field] => term_id
                    [terms] => Array
                        (
                            [0] => 49227
                            [1] => 8001
                            [2] => 8093
                            [3] => 8137
                            [4] => 8218
                        )

                    [operator] => IN
                    [include_children] => 1
                )

        )

)
Gevonden: Array ( [0] => WP_Post Object ( [ID] => 1132459 [post_author] => 0 [post_date] => 2025-12-12 00:00:00 [post_date_gmt] => 2025-12-12 00:00:00 [post_content] =>

Aanleiding

De groei van het aantal voertuigen dat rijdt op uitstootvrije energiebronnen gaat gepaard met een afnemende vraag naar fossiele motorbrandstoffen. Deze verschuiving heeft directe gevolgen voor de inrichting van verzorgingsplaatsen langs een weg in beheer bij het rijk (“rijksweg”). Sinds 2012 worden er meer en meer laadpunten gerealiseerd en is er volgens de Minister van Infrastructuur en Waterstaat (“Minister”) concurrentie ontstaan op verzorgingsplaatsen in plaats van tussen verzorgingsplaatsen. Hoewel het Wetsvoorstel marktordening voorzieningen verzorgingsplaatsen nog in concept wordt voorbereid("concept Wetsvoorstel laadpunten"), is de vergunningverlening voor laadpunten op verzorgingsplaatsen door invoering van overgangsbeleid al ingrijpend veranderd. 

In dit blog bespreken we het bestaande wettelijke kader voor privaatrechtelijke en publiekrechtelijke toestemming voor aanleg en exploitatie van laadpunten op verzorgingsplaatsen langs rijkswegen, de knelpunten van het huidige systeem en de veranderingen die het concept Wetsvoorstel  laadpunten daarin beoogt door te voeren. Ook staan we kort stil bij het overgangsbeleid, waarvan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State recent op 3 december 2025 heeft geoordeeld dat het buiten toepassing moet worden gelaten wegens strijd met de Dienstenwet. 

Hoe werkt het nu?

De exploitatie van voorzieningen op verzorgingsplaatsen langs Rijkswegen wordt sinds 2005 gereguleerd door de Wet tot veiling van bepaalde verkooppunten van motorbrandstoffen (“Benzinewet”) en de Wet beheer rijkswaterstaatswerken (“Wbr”). De Wbr is per 1 januari 2024 opgegaan in de Omgevingswet (“Ow”). 

NB. Aan de inwerkingtreding van de Benzinewet gaat een lange voorgeschiedenis vooraf. Het voert voor dit blog te ver om de gehele voorgeschiedenis te behandelen. Zie ter achtergrond B.C. Cammelbeeck, Kroniek Benzinewet, TvHB/52765.

De gronden waarop verzorgingsplaatsen langs rijkswegen zijn gelegen, zijn eigendom van de Staat. De Benzinewet reguleert een privaatrechtelijke toestemming van de Staat als grondeigenaar voor de aanleg en exploitatie van voorzieningen op verzorgingsplaatsen langs rijkswegen. Artikel 5, lid 1, Benzinewet bepaalt dat een huurovereenkomst wordt gesloten met degene die op een door de Staat uitgeschreven openbare veiling het hoogste bod heeft uitgebracht. Met de openbare veiling worden locaties langs rijkswegen in gebruik gegeven voor het exploiteren van benzinestations voor een periode van 15 jaar. 

De Omgevingswet reguleert de publiekrechtelijke toestemming voor de aanleg en exploitatie van verzorgingsplaatsen vanuit de publiekrechtelijke taak als wegbeheerder. Rijkswegen en de daarlangs gelegen verzorgingsplaatsen zijn in beheer bij de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, Rijkswaterstaat. Om activiteiten te verrichten in een beperkingengebied met betrekking tot een rijksweg is een omgevingsvergunning voor een beperkingengebiedactiviteit voor rijkswegen nodig (art. 5.1 lid 2 Ow jo. art. 8.16 Besluit activiteiten leefomgeving, “Bal” en art. 8.2 Besluit kwaliteit leefomgeving, “Bkl”, voorheen art. 2 en 3 Wbr).

Privaatrechtelijke toestemming laadpunten

Met de opkomst van elektrische auto’s, moet in deze systematiek ook de realisatie van laadpunten worden gepast. De Staat heeft daarom in 2012 voor het eerst een aanbesteding uitgeschreven voor het verkrijgen van concessies voor de exploitatie van laadpunten langs rijkswegen. In 2013 opende het eerste laadpunt langs een rijksweg. Uit de rechtspraak volgt dat discussie bestaat over de vraag of op grond van de Benzinewet wel ruimte is voor deze concessieverlening of dat de exploitatie van laadpunten valt onder de op grond van de Benzinewet verleende gebruiksrechten. Zie rechtbank Den Haag d.d. 17 januari 2024 ECLI:NL:RBDHA:2025:1391. De rechtbank oordeelt dat het begrip “motorbrandstoffen” niet zo ruim moet worden uitgelegd dat daaronder ook elektriciteit wordt bedoeld en ziet ruimte voor de concessieverlening voor laadpunten naast de op grond van de Benzinewet verleende concessies. Het hoger beroep loopt nog maar vooralsnog houdt de concessieverlening dus stand.

Publiekrechtelijke toestemming laadpunten

Wat betreft de publiekrechtelijke toestemming is de Ow (en voorheen Wbr) in principe onverkort van toepassing op laadpunten. Daarbij is in het bijzonder van belang het beleid dat Rijkswaterstaat door de jaren heen heeft vastgesteld ter uitoefening van zijn vergunningverlenende bevoegdheid. Een omgevingsvergunning voor een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een rijksweg wordt alleen verleend (en kan anders dus worden geweigerd) als het doelmatig en veilig gebruik van wegen niet in het geding komt (art. 4.25 Ow jo. art. 8.2 Bkl). Ter invulling van dit beoordelingskader heeft Rijkswaterstaat door de jaren heen beleid ontwikkeld voor toepassing van de Wbr en nu de Ow. Voor het eerst werd dit beleid vastgelegd in de Kennisgeving Voorzieningen op verzorgingsplaatsen langs rijkswegen van 22 maart 2004 (Stcrt. 2004, nr 56, blz 19). Met wijziging van de Kennisgeving in 2012 (Stcrt. 2011, 23149) werd op verzorgingsplaatsen langs rijkswegen één laadpunt als basisvoorziening toegestaan, naast de basisvoorzieningen benzinestation, wegrestaurant of servicestation. Laadpunten werden ook toegestaan als aanvullende voorziening. Zo zijn inmiddels meerdere laadpunten per verzorgingsplaats gerealiseerd: als aanvullende voorziening bij bestaande benzinestations en wegrestaurants en als nieuwe basisvoorziening. Met wijzigingen van de Kennisgeving in 2017 (Stcrt. 2017, 11880), 2021 (Stcrt. 2021, 475) en 2022 (Stcrt. 2022, nr. 7852) zijn de voorwaarden voor laadpunten als basis- of aanvullende voorziening verder aangescherpt. Daarbij is onder andere bepaald dat de vergunningen een maximale looptijd hebben van 15 jaar. 

Gebreken van het huidige stelsel

Verzorgingsplaatsen zijn de afgelopen jaren steeds drukker geworden met vaak zowel een benzinestation met laadpunten als losse laadpunten. Door de groeiende drukte neigt er volgens de toelichting bij het concept Wetsvoorstel laadpunten (concept MvT d.d. 27 februari 2025, p. 12) onvoldoende ruimte over te blijven voor groen en parkeergelegenheid en komt de verkeersveiligheid in het geding. Het initiatief voor de ontwikkeling van een verzorgingsplaats ligt bij de ondernemingen die vergunningen aanvragen en bepalen waarvoor een vergunning wordt gevraagd, op welke locatie op de verzorgingsplaats en op welk moment de aanvraag wordt gedaan. Rijkswaterstaat heeft daarin een reactieve rol wat leidt tot ad hoc aanpassingen op basis van particuliere initiatieven die gezamenlijk mogelijk onwenselijk zijn. Zo kan Rijkswaterstaat geen regie houden en versnipperde realisatie van laadpunten verspreid over verschillende locaties op verzorgingsplaatsen voorkomen. Deze situatie leidt tot veel juridische procedures en bemoeilijkt maakt efficiënt gebruik van de schaarse netcapaciteit (Kst. 2022-2023, 31305, 410). Daarnaast zorgen langdurige bezwaar- en beroepsprocedures voor vertragingen en juridische onzekerheid. De combinatie van toenemende druk op schaarse ruimte, energietransitie, onvoldoende regie, verkeersveiligheidsrisico's en juridische onzekerheid vormt volgens de Minister aanleiding voor een fundamentele herziening van het stelsel voor verzorgingsplaatsen.

Wat gaat er veranderen?

De Minister maakte op 16 december 2021 aan de Tweede Kamer het voornemen kenbaar dat verzorgingsplaatsen langs rijkswegen anders ingericht moeten worden (Kst. 2021-2022, 31305,  nr. 337). Het voornemen is nader uitgewerkt in de Beleidsvisie Verzorgingsplaats van de Toekomst (Kst. 2022-2023, 31305, 376) en daaropvolgend is op 27 februari 2025 het concept Wetsvoorstel laadpunten gepubliceerd voor internetconsultatie. De internetconsultatie liep van 6 maart tot en met 24 april 2025 (zie ons eerdere blog). Momenteel worden de inzendingen bestudeerd om te bezien of het wetsvoorstel aanpassingen behoeft. Het is nog onduidelijk wanneer een definitief wetsvoorstel voor advies aan de Afdeling advisering van de Raad van State wordt gestuurd. 

De doelstelling van het concept Wetsvoorstel laadpunten is drieledig:

Privaatrechtelijke toestemming: veiling van snellaadkavels en exploitatievergunningen

Om deze doelstellingen te realiseren, mede in het licht van EU Verordening 2023/1804 voor de uitrol van laadinfrastructuur, introduceert het concept Wetsvoorstel een nieuwe wet waarin een nieuw systeem wordt voorgeschreven voor de wijze waarop privaatrechtelijketoestemming wordt verleend voor de exploitatie van laadpunten. De systematiek is vergelijkbaar met de Benzinewet.

Uitgangspunt van het wetsvoorstel is dat de verschillende typen voorzieningen op de verzorgingsplaats zoveel mogelijk als separate locaties in de markt worden gezet. Per verzorgingsplaats zal één (grootschalige) snellaadkavel worden afgebakend, dat met één exploitatievergunning via een veiling voor een beperkte duur wordt toegekend aan één marktpartij. Ook wordt een gebiedscriterium voor aanbieders van laadpunten geïntroduceerd. Dit houdt in dat een exploitant van een laadpunt niet dezelfde voorziening kan uitbaten op de eerstvolgende verzorgingsplaats binnen 25 kilometer in dezelfde rijrichting op dezelfde rijksweg. Naast laadpunten zal per verzorgingsplaats ook één exploitatievergunning voor één shop aan één aanbieder geveild worden. 

Met deze nieuwe verdeelmethode beoogt de Minister concurrentie tussen de verzorgingsplaatsen te creëren, in plaats van op de verzorgingsplaats. De precieze vormgeving van de veiling zal nader uitgewerkt worden in een nog op te stellen ministeriële regeling. Het verlenen van exploitatievergunningen vormt een exclusief recht per verzorgingsplaats.

De eerste grootschalige nieuwe uitgifte van locaties voor snelladen wordt voorzien in 2028. In dat jaar loopt de looptijd van bestaande omgevingsvergunningen voor laadpunten op een aanzienlijk aantal verzorgingsplaatsen af (zie hierna). De omgevingsvergunningen worden dan opnieuw verdeeld onder geïnteresseerde partijen met, is het idee, een nieuwe verdeelmethode op basis van het concept Wetsvoorstel laadpunten voor zowel de privaatrechtelijke- als de publiekrechtelijke toestemming.

Publiekrechtelijke toestemming: een routekaart en inrichtingsplan 

De Minister wil ook de manier veranderen waarop omgevingsvergunningen en toestemmingen voor laadpunten op verzorgingsplaatsen worden verleend. In plaats van passief beoordelen van omgevingsvergunningaanvragen, wil de Minister actief locaties op een verzorgingsplaats aanwijzen waarop voorzieningen kunnen worden gerealiseerd en geëxploiteerd. Hiermee kan de Minister meer regie over de inrichting van verzorgingsplaatsen krijgen. De concrete regie op de inrichting van een verzorgingsplaats moet worden vormgegeven met twee instrumenten i) de routekaart en ii) een inrichtingsplan.

De routekaart is een planningsinstrument en wordt gebruikt om aan te geven welke voorzieningen naar verwachting op welke verzorgingsplaats nodig zijn. De routekaart plant bijvoorbeeld hoe groot de parkeervoorziening wordt op verschillende verzorgingsplaatsen (Concept-MvT, 27 februari 2025, p. 16). Op dit moment is nog niet duidelijk hoe de routekaart eruit komt te zien. 

Op basis van de routekaart wordt vervolgens per individuele verzorgingsplaats een inrichtingsplan opgesteld. In een inrichtingsplan wordt de te realiseren indeling van de verzorgingsplaats vastgelegd en wordt bepaald op welke locaties op de verzorgingsplaats welke voorzieningen kunnen worden gerealiseerd. Het idee is dat de inrichtingsplannen door de Minister in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening worden vastgesteld bij wijze van een projectbesluit op grond van de procedure in Afdeling 5.2 Ow. De Minister wil in aansluiting hierop het Bal en het Bkl aanpassen, zodat in de omgevingsvergunningverlening voor beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een rijksweg, primair kan worden getoetst aan de inrichtingsplannen (Concept-MvT, 27 februari 2025, p. 31). 

De routekaart en het inrichtingsplan zijn alleen nog opgenomen in de Beleidsvisie en de toelichting op het concept Wetsvoorstel laadpunten. Daartoe benodigde aanpassingen van de Omgevingswet, Bal en Bkl zijn (nog) niet in het concept Wetsvoorstel opgenomen. Wel heeft Rijkswaterstaat overgangsbeleid vastgesteld in 2022. Op 23 december 2022 is de Tijdelijke beleidsregel inzake de toepassing van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken op elektrische laadpunten op verzorgingsplaatsen gepubliceerd (Stcrt. 2022, 32554, “Tijdelijke beleidsregel”). Later is de Tijdelijke beleidsregel omgezet ten behoeve van de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 (Stcrt. 2023, 31971). De Tijdelijke beleidsregels is daarmee inhoudelijk niet gewijzigd. De Tijdelijke beleidsregel geldt in aanvulling op de Kennisgeving. In de Tijdelijke beleidsregel stelt Rijkswaterstaat (namens de Minister) aanvullende regels over de geldigheidsduur van Wbr-vergunningen/omgevingsvergunningen voor een beperkingengebiedenactiviteit met betrekking tot een rijksweg. De geldigheidsduur van Wbr/omgevingsvergunningen die na 23 december 2022 zijn verleend worden verkort tot het moment waarop voor de desbetreffende verzorgingsplaats een nieuwe uitgifte plaatsvindt, conform de looptijd die voor die omgevingsvergunning op grond van de Kennisgeving is toegepast. Ter bepaling van de beperkte geldigheidsduur heeft Rijkswaterstaat een lijst opgesteld waarop per verzorgingsplaats de, in het kader van de Tijdelijke beleidsregel, relevante resterende looptijd is opgenomen. Daarnaast is in de Tijdelijke beleidsregel een vergunningstop opgenomen die erop neerkomt dat omgevingsvergunningaanvragen waarvoor gelet op de resterende looptijd een kortere looptijd dan vijf jaar voor zou gelden, worden geweigerd (art. 3 lid 2 Tijdelijke beleidsregel).

Interessant is dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State recent heeft geoordeeld dat toepassing van de Tijdelijke beleidsregel in strijd is met de Dienstenwet (ABRvS 3 december 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5716 en 5717). Kort gezegd heeft de Minister onvoldoende gemotiveerd waarom de beperking van de geldigheidsduur op grond van de Tijdelijke beleidsregel de vergunninghouders voldoende tijd bieden om de door hen te plegen en nog te plegen redelijkerwijs noodzakelijk te achten investeringen te kunnen terugverdienen. Ter zitting in deze zaak en ook in de toelichting op het concept Wetsvoorstel laadpunten heeft de minister toegelicht dat (nog) geen onderzoek is gedaan naar de terugverdientijd (Concept-MvT, 27 februari 2025, p. 29-30). Toepassing van de Tijdelijke beleidsregel is zodoende in strijd met de Dienstenwet en art. 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht en de tijdelijke beleidsregel moet buiten toepassing worden gelaten.

Conclusie

Met het concept Wetsvoorstel laadpunten beoogt de Minister meer gelijke kansen te creëren voor exploitanten van laadpunten op verzorgingsplaatsen door een non-discriminatoire verdeling van schaarse rechten voor de aanleg en exploitatie van laadpunten langs rijkswegen te bevorderen en concurrentie tussen verschillende laadpunten op eenzelfde verzorgingsplaats tegen te gaan. De Minister wil daarnaast meer regie krijgen over de inrichting van verzorgingsplaatsen. Verzorgingsplaatsen moeten zo toekomstbestendig worden om de transitie van fossiele brandstoffen naar uitstootvrije energiebronnen beter te kunnen faciliteren. Cruciale toets zal zijn of met de gekozen systematiek en het overgangsbeleid voldoen aan de Dienstenwet. Het overgangsbeleid doorstaat die toets in ieder geval nu niet volgens de Afdeling.

[post_title] => Laadpunten langs rijkswegen: van vrije markt naar uitgifte van snellaadkavels en veiling van exploitatievergunningen [post_excerpt] => De transitie naar uitstootvrij vervoer heeft gevolgen voor verzorgingsplaatsen langs rijkswegen: afname de vraag naar tankstations en toename in de vraag naar laadpunten. Met het Concept wetsvoorstel marktordening voorzieningen verzorgingsplaatsen beoogt het Rijk meer regie te krijgen op de exploitatie van laadpunten met een stelsel van periodiek te veilen exploitatievergunningen. Een naadloze overgang is het niet, in twee recente uitspraken is de Raad van State kritisch op het overgangsbeleid. [post_status] => publish [comment_status] => closed [ping_status] => closed [post_password] => [post_name] => laadpunten-langs-rijkswegen-van-vrije-markt-naar-uitgifte-van-snellaadkavels-en-veiling-van-exploitatievergunningen [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2025-12-15 08:35:28 [post_modified_gmt] => 2025-12-15 08:35:28 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://omgevingsweb.nl/nieuws/laadpunten-langs-rijkswegen-van-vrije-markt-naar-uitgifte-van-snellaadkavels-en-veiling-van-exploitatievergunningen/ [menu_order] => 0 [post_type] => nieuwsachtergrond [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [1] => WP_Post Object ( [ID] => 1131580 [post_author] => 0 [post_date] => 2025-12-09 00:00:00 [post_date_gmt] => 2025-12-09 00:00:00 [post_content] =>

Lees de Kamerbrief over het Bestuurlijk Overleg Woontop

Hardnekkige knelpunten

Gemeenten zitten daarmee op koers wat betreft de Woontopafspraken uit 2024. Een mooie prestatie want gemeenten hebben nog steeds te kampen met beperkte capaciteit bij vergunningverlening. Ook de financiële haalbaarheid van projecten is een punt van zorg en het investeringsklimaat voor middenhuur en de nodige modernisering van de bouwregelgeving vragen blijvende aandacht. Daarnaast beïnvloeden dossiers als stikstof, netcongestie, ruimte, bodem en water de voortgang.

Versnellingstafels

De Woontoppartners – rijk, provincies, gemeenten, corporaties, marktpartijen en maatschappelijke organisaties – hebben op 8 december 2025 afgesproken om zich de komende periode vooral te richten op 

De partners haalden ook het net op een jaar na de Woontop in 2024. Dat de beoogde realisatie van 100.000 woningen per jaar nog niet gehaald wordt, komt onder meer door de effecten van de voor de bouw slechte economische omstandigheden in de jaren 2022 en 2023. Daarnaast kampen de diverse Woontoppartners met bovengenoemde, soms hardnekkige knelpunten.

Uitvoeringskracht versterken

Gemeenten hebben behoefte aan meer hulpmiddelen en ondersteuning bij de uitvoering van nieuwe wet- en regelgeving op het gebied van met name woontoezicht. Bijvoorbeeld voor hun nieuwe taken volgens de Wet goed verhuurderschap en de Wet betaalbare huur en om bestaand instrumentarium in het kader van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV) effectief te kunnen inzetten.

Daarom is het 'Convenant Eindtermen voor de landelijke opleidingen Toezicht en Handhaving BWT' opgesteld waarmee opleiders samen met betrokken partijen opleidingen voor gemeentelijke medewerkers kunnen ontwikkelen om de uitvoeringskracht van gemeenten te versterken. Het convenant is ondertekend door de VNG, ministerie van VRO, Vereniging Bouw- en Woontoezicht Nederland, Stichting Behartiging Opleidingen Bouwnijverheid-Kader en Ondernemingsopleiding Bouwbedrijf, Envire Opleidingen, Berghauser Pont Academy, Omgevingscentrum, en Lybrae Academie.

[post_title] => Gemeenten verstrekken meer dan 100.000 bouwvergunningen [post_excerpt] => Vanaf begin 2024 verstrekten gemeenten flink meer bouwvergunningen per maand. In de eerste 6 maanden van 2025 was sprake van een daling. Inmiddels stijgt het aantal vergunningen weer en liggen de 12-maandcijfers vanaf juli 2024 structureel boven de 100.000 bouwvergunningen. [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => closed [post_password] => [post_name] => gemeenten-verstrekken-meer-dan-100-000-bouwvergunningen [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2025-12-09 20:23:35 [post_modified_gmt] => 2025-12-09 20:23:35 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://omgevingsweb.nl/nieuws/gemeenten-verstrekken-meer-dan-100-000-bouwvergunningen/ [menu_order] => 0 [post_type] => nieuwsachtergrond [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [2] => WP_Post Object ( [ID] => 1116719 [post_author] => 29320 [post_date] => 2025-10-13 10:05:03 [post_date_gmt] => 2025-10-13 10:05:03 [post_content] =>

Minister Keijzer: 'We hebben een groot woningtekort in Nederland, waardoor het voor starters, gezinnen en kwetsbare groepen steeds moeilijker is om een betaalbaar en passend huis te vinden. Woningbouw is te complex geworden door de vele regels, lange procedures en stijgende kosten. Daarom heb ik een externe adviesgroep gevraagd om met concrete voorstellen te komen die de regeldruk verminderen. We nemen het merendeel van deze adviezen over en zetten hiermee een belangrijke stap naar het bouwen van minimaal 100.000 nieuwe woningen per jaar.'

Realiseren van meer woningen

Het kabinet wil meer woningen bouwen. Om dit te stimuleren stelt het kabinet de volgende maatregelen voor op basis van STOER:

Spoorzones zijn interessante bouwlocaties vanwege de goede bereikbaarheid, maar steeds strengere geluidsnormen hinderen de woningbouw. De besluitvorming over strengere geluidsnormen langs sporen gaat niet door, waardoor dure aanpassingen van gevels niet langer nodig zijn. Daarnaast wordt gewerkt aan een nieuwe, eenvoudiger methode om de optelsom van geluid te beoordelen bij vliegtuiglawaai. Bij het bouwen van woningen houden we ook rekening met water en bodem. Om het bouwen in gebieden die kwetsbaar zijn voor wateroverlast voorspelbaarder te maken, komt hier een uniforme norm voor. Om woningen bewoonbaar te maken zijn energie en drinkwater nodig. Daarom werkt het kabinet aan het garanderen van de beschikbaarheid van drinkwater en het aanpakken van netcongestie.

Ook de flora en fauna verdient bescherming, maar door ingewikkelde procedures duurt het lang om vergunningen voor woningbouw en renovatie te krijgen. Het kabinet onderzoekt of dit proces versneld kan worden door middel van een landelijk netwerk van Soortenmanagementplannen (SMP's). Daarnaast komt het kabinet met praktische handvatten om regels voor bouwen vlakbij landbouwgrond te verduidelijken. Bovendien zet het kabinet zich in Brussel in voor versoepeling van natuurcompensatieprocedures.

Goedkopere woningbouw

STOER stimuleert ook het goedkoper maken van de woningbouw met de volgende maatregelen:

De versoepeling van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) wordt in het voorjaar van 2026 aan de Kamer voorgelegd. Hiermee komen soepelere regels voor trappen, plafondhoogte en het geluid tussen ruimten. Ook draaien we daglichtnorm terug en beperken we de checklistplicht voor veilig gebouwonderhoud. Dit leidt tot lagere bouwkosten zonder de veiligheid en gezondheid uit het oog te verliezen. Vanaf medio volgende maand zijn de NEN-normen, die in de bouwregelgeving (Bbl) zijn aangewezen, gratis online in te zien. Zo verlagen we de kosten voor ontwerp en uitvoering. Daarnaast vervalt de vergunning- en meldingsplicht voor de technische bouwactiviteit bij woningen die een erkende kwaliteitsverklaring hebben voor bouwen en montage op de bouwplaats. Hierdoor kan sneller en goedkoper in serie gebouwd worden. Ook gaat het kabinet gegevensuitwisseling in de bouw standaardiseren. Zo voorkomen we dubbel onderzoek en nemen de kosten en doorlooptijden af.

Sneller bouwen

Om bij te dragen aan sneller bouwen, stelt het kabinet op advies van STOER de volgende maatregelen voor:

Juridische procedures leiden tot grote vertraging in de woningbouw. Om deze vertraging te beperken worden bezwaar- en beroepsprocedures sneller afgehandeld en krijgen procedures bij woningbouw voorrang bij de Raad van State. Het kabinet wil besluitvorming door medeoverheden versnellen en zet in op het vergroten van de uitvoeringskracht van gemeenten en provincies.

Bron: https://www.bwtinfo.nl/nieuws/2025/10/kabinet-vermindert-regeldruk-woningbouw

[post_title] => Kabinet vermindert regeldruk woningbouw: goedkoper bouwen langs het spoor, meer vergunningvrij bouwen en snellere afhandeling bezwaar [post_excerpt] => Het kabinet neemt nieuwe maatregelen om meer woningen sneller en goedkoper te bouwen. De geluidsnormen worden langs spoorwegen niet strenger. De technische vergunning- en meldingsplicht vervalt voor woningen met een erkende kwaliteitsverklaring. En bezwaar- en beroepsprocedures worden sneller afgehandeld. Dat maakt minister Keijzer van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening bekend in een brief aan de Tweede Kamer als reactie op het adviesrapport STOER. Het programma STOER (Schrappen Tegenstrijdige en Overbodige Eisen en Regelgeving) is vorig jaar gestart om de regeldruk te verminderen zodat woningbouw sneller, goedkoper en voorspelbaarder wordt. [post_status] => publish [comment_status] => closed [ping_status] => closed [post_password] => [post_name] => kabinet-vermindert-regeldruk-woningbouw-goedkoper-bouwen-langs-het-spoor-meer-vergunningvrij-bouwen-en-snellere-afhandeling-bezwaar [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2025-10-14 08:50:10 [post_modified_gmt] => 2025-10-14 08:50:10 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://omgevingsweb.nl/nieuws/kabinet-vermindert-regeldruk-woningbouw-goedkoper-bouwen-langs-het-spoor-meer-vergunningvrij-bouwen-en-snellere-afhandeling-bezwaar/ [menu_order] => 0 [post_type] => nieuwsachtergrond [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [3] => WP_Post Object ( [ID] => 1077381 [post_author] => 26436 [post_date] => 2025-03-18 00:00:00 [post_date_gmt] => 2025-03-17 23:00:00 [post_content] =>

Het wetsvoorstel introduceert daartoe een stelsel van exclusieve exploitatievergunningen voor laadvoorzieningen en shops die de minister door middel van periodieke veilingen verdeelt. Dit ordent de markt voor laadvoorzieningen op het hoofdwegennet op basis van keuzevrijheid van de weggebruiker: er wordt concurrentie tussen verzorgingsplaatsen georganiseerd in plaats van op de verzorgingsplaats. Dit betekent dat er een einde komt aan de huidige praktijk, waarin verschillende aanbieders van laaddiensten elkaar beconcurreren vanaf verschillende plekken op een enkele verzorgingsplaats. Het wetsvoorstel schept voor exploitanten de randvoorwaarden om, in onderlinge concurrentie om de verzorgingsplaats, te kunnen investeren in opgeschaalde laadstations. 

[post_title] => Consultatie regels over de ordening van het aanbod van voorzieningen op verzorgingsplaatsen langs auto(snel)wegen gestart [post_excerpt] => Van 6 maart tot en met 17 april 2025 doorloopt het voorstel voor de Wet marktordening voorzieningen verzorgingsplaatsen een internetconsultatieronde. Om de overgang van fossiele naar uitstootvrije energiebronnen op het hoofdwegennet goed vorm te kunnen geven acht de minister van Infrastructuur en Waterstaat het noodzakelijk om de exploitatie van weggebonden voorzieningen op verzorgingsplaatsen zo te ordenen, dat een optimale verdeling van laad- en overige voorzieningen op het hoofdwegennet plaatsvindt. [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => closed [post_password] => [post_name] => consultatie-regels-over-de-ordening-van-het-aanbod-van-voorzieningen-op-verzorgingsplaatsen-langs-autosnelwegen-gestart [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2025-03-18 00:00:00 [post_modified_gmt] => 2025-03-17 23:00:00 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://www.omgevingsweb.nl/nieuws/consultatie-regels-over-de-ordening-van-het-aanbod-van-voorzieningen-op-verzorgingsplaatsen-langs-autosnelwegen-gestart/ [menu_order] => 0 [post_type] => nieuwsachtergrond [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [4] => WP_Post Object ( [ID] => 961285 [post_author] => 24311 [post_date] => 2024-02-15 00:00:00 [post_date_gmt] => 2024-02-14 23:00:00 [post_content] =>

In 2023 werden voor het tweede jaar op rij minder woningen vergund. In 2016 zijn voor het laatst minder nieuwbouwwoningen vergund dan in 2023. In de periode 2017-2020 lag dit aantal gemiddeld rond de 68 duizend per jaar. Dat was nog wel minder dan in de periode voor de kredietcrisis van 2008/2009. Tussen 2000 en 2008 werd jaarlijks voor gemiddeld 80 duizend nieuw te bouwen woningen een vergunning verleend.

Het aantal vergunde nieuwbouwwoningen is een indicator voor het aantal woningen dat in de nabije toekomst gebouwd zal worden. De gemiddelde doorlooptijd vanaf de vergunningverlening tot realisatie is ongeveer twee jaar. Woningtransformaties, zoals het omzetten van kantoren in woningen, zitten niet in de cijfers over bouwvergunningen voor nieuwbouw. Eerder meldde het CBS dat er in 2023 ruim 73 duizend nieuwbouwwoningen aan de voorraad zijn toegevoegd. 

Aantal vergunde koopwoningen laagste in 10 jaar

In 2023 werd voor ruim 26 duizend koopwoningen een vergunning afgegeven. Dat is 23 procent minder dan in 2022 en het laagste aantal sinds 2013. Daarnaast werden voor 28 duizend huurwoningen bouwvergunningen afgegeven, 6 procent minder dan in 2022. 

In de periode 2014 tot en met 2021 lag de verhouding van het aantal vergunde koop- en huurwoningen redelijk stabiel op ongeveer 1/3 huurwoningen en 2/3 koopwoningen. In 2022 lagen deze twee dichter bij elkaar  en in 2023 zijn er voor het eerst sinds de start van de meting in 2012 meer huurwoningen dan koopwoningen vergund.

Meeste nieuwbouwwoningen vergund in Zuid-Holland

In Zuid-Holland werden in 2023 met bijna 11 duizend de meeste nieuwbouwwoningen vergund. Daarvan is 57 procent bestemd voor de verhuur. In Zeeland werden met 688 nieuwe woningen de minste nieuwbouwwoningen vergund, 38 procent daarvan is bestemd voor de verhuur. De provincie Utrecht gaf juist relatief veel vergunningen af voor nieuw te bouwen huurwoningen. Van de 7,1 duizend vergunde nieuwbouwwoningen was 71 procent voor de bouw van nieuwe huurwoningen. 

Vergunde bouwkosten lager, vooral daling nieuwbouwwoningen

De totale bouwkosten voor de te bouwen nieuwbouwwoningen waren 9,8 miljard euro, bijna 15 procent lager dan in 2022. Voor een deel kan dit verklaard worden door het gedaalde aantal vergunde nieuwbouwwoningen, maar onder andere de oppervlakte per woning en de kosten per vierkante meter spelen ook een rol in de totale bouwkosten. Voor de verbouwing van woningen werd voor 2,4 miljard euro aan vergunningen afgegeven, 6 procent minder dan in 2022. 

Voor bedrijfsgebouwen daalden de totale bouwkosten met bijna 5 procent tot bijna 7,4 miljard euro. In totaal werd 19,5 miljard euro aan bouwkosten vergund voor bouw en verbouw van woningen en bedrijfsgebouwen waar in 2023 een vergunning voor is afgegeven. Dat is ruim 10 procent lager dan in 2022.

[post_title] => Minder vergunde nieuwbouwwoningen in 2023 [post_excerpt] => In 2023 werd voor bijna 55 duizend nieuw te bouwen woningen een vergunning afgegeven. Dat is 15 procent minder dan in 2022. Vooral voor koopwoningen werden minder vergunningen afgegeven (-23 procent). Voor huurwoningen was dit 6 procent minder dan in 2022. Dit meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers over de bouwvergunningen. [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => closed [post_password] => [post_name] => minder-vergunde-nieuwbouwwoningen-in-2023 [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2024-06-05 21:10:35 [post_modified_gmt] => 2024-06-05 19:10:35 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://www.omgevingsweb.nl/nieuws/minder-vergunde-nieuwbouwwoningen-in-2023/ [menu_order] => 0 [post_type] => nieuwsachtergrond [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [5] => WP_Post Object ( [ID] => 774071 [post_author] => 24311 [post_date] => 2023-10-13 00:00:00 [post_date_gmt] => 2023-10-12 22:00:00 [post_content] =>

In de huidige wetgeving is de activiteit bouwen een van de meest voorkomende activiteiten. Wil je een bouwactiviteit uitvoeren, dan kan het zijn dat een omgevingsvergunning voor het bouwen nodig is.

Dit wordt ook wel de bouwvergunning genoemd. Bij de huidige bouwvergunning wordt er gekeken naar de regels op het gebied van veilig bouwen en wordt beoordeeld of het bouwen in lijn is met het bestemmingsplan. Met de komst van de Omgevingswet gaat er voor de bouwvergunning veel veranderen.

De bouwvergunning wordt namelijk opgeknipt in twee aparte onderdelen: een technisch en een ruimtelijk deel. Daarmee ontstaan er ook twee activiteiten: (i) de bouwactiviteit en (ii) de omgevingsplanactiviteit. Het scheiden van deze twee activiteiten wordt ook wel ‘de knip’ genoemd.

Dit betekent dat voor de bouw van een bouwwerk op twee onderdelen een vergunning nodig is en die onderdelen worden apart getoetst. Bij de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit wordt naar de technische eisen van een bouwplan gekeken. Denk hierbij aan de constructie-eisen. Bij de omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit wordt getoetst aan het omgevingsplan (de vervanging van het bestemmingsplan).

Het is niet verplicht om tegelijkertijd een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit en voor de omgevingsplanactiviteit aan te vragen. Dit betekent dat de omgevingsvergunningen dus ook los van elkaar kunnen worden verkregen. Mochten de omgevingsvergunningen wel tegelijkertijd worden aangevraagd, dan is het ook mogelijk dat maar één van de twee vergunningen wordt verleend of geweigerd.

In dit blog gaan wij verder in op de regels van de technische bouwactiviteit. In het volgende blog 10 bespreken wij de regels van de omgevingsplanactiviteit.

 De bouwactiviteit

In de Omgevingswet staat dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten, als dit nader over deze bouwactiviteit is geregeld. Met andere woorden: een bouwactiviteit is vergunningsvrij, tenzij anders is geregeld.

De bouwactiviteiten zijn onderverdeeld in drie verschillende categorieën: vergunningplichtige bouwactiviteiten, vergunningvrije bouwactiviteiten, en meldingsplichtige bouwactiviteiten.

1. Vergunningplichtige bouwactiviteiten

In een besluit dat bij de Omgevingswet hoort, het Besluit bouwwerken leefomgeving, zijn verschillende vergunningplichtige bouwactiviteiten genoemd. Bij het verlenen van de vergunning voor de bouwactiviteit, is de plaats van het bouwwerk op het perceel niet langer relevant. Of een bouwwerk aan de voor- of achterkant van een perceel wordt gerealiseerd, maakt dus niet uit. Dit is iets wat wordt getoetst bij de omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit.

Verder wordt er onderscheid wordt gemaakt tussen bouwactiviteiten die zien op ‘bouwwerken met een dak’ en ‘bouwwerken zonder een dak’.

Bouwwerken met een dak

Voor bouwwerken met dak is een vergunning nodig als dat bouwwerk 1) niet op de grond staat, 2) hoger is dan 5 meter, 3) bij meer dan één bouwlaag, een bedrijfsgebied op de tweede bouwlaag of hoger heeft, 4) een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen ruimte heeft, of 5) als gevolg van de bouwactiviteit een hoofdgebouw wordt.

Als niet wordt voldaan aan één van deze vereisten, dan kan zonder een vergunning voor een bouwactiviteit worden gebouwd. Te denken valt aan een aanbouw bij een bestaande woning, het plaatsen van een schuur bij een boerderij, een overdekte fietsenschuur bij een school maar ook om het bouwen van een honden- of konijnenhok.

Bouwwerken zonder een dak

Voor bouwactiviteiten zonder dak is een vergunning nodig, als het bijvoorbeeld gaat om een bouwwerk zonder dak dat hoger is dan 5 meter of ondergronds is gelegen. Ook bepaalde sport- of speeltoestellen, constructies voor het overbruggen van een terreinhoogteverschil, een erf- of perceelafscheiding of schotelantennes kunnen onder deze categorie vallen.

2. Vergunningvrije bouwactiviteiten

In het Besluit bouwwerken leefomgeving staat ook een opsomming van vergunningvrije bouwactiviteiten. Aan deze vergunningvrije bouwactiviteiten zijn verdere regels verbonden. Voldoet de bouwactiviteit aan deze regels, dan is geen vergunning voor de technische bouwactiviteit nodig.

Voorbeelden hiervan:

3. Meldingsplichtige bouwactiviteiten

Voor sommige bouwactiviteiten zal een meldplicht gelden. Dit houdt in dat er geen vergunning nodig is maar er wel een melding moet worden gedaan bij de gemeente. Voor het bouwen geldt dan een andere vorm van kwaliteitsborging. In blog 11 gaan wij hier verder op in.

Conclusie

Met de Omgevingswet wordt het vergunningsstelsel dat ziet op het bouwen van bouwwerken ingrijpend gewijzigd. Bij de bouw van een bouwwerk moet steeds worden nagegaan of een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit nodig is.

[post_title] => De omgevingsvergunning en bouwactiviteit [post_excerpt] => Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. In deze Omgevingswet zijn 26 wetten over diverse onderwerpen samengebracht. Te denken valt aan regels over bouwwerken, infrastructuur, water(systemen), bodem en lucht, landschappen en natuur en cultureel erfgoed en werelderfgoed, oftewel: de regels over de fysieke leefomgeving. En ook honderden algemene maatregelen van bestuur (amvb’s) en ministeriële regelingen moeten eraan geloven. Zij worden samengebracht in slechts vier amvb’s en één enkele Omgevingsregeling. In dit blog bespreken wij de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit. [post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => closed [post_password] => [post_name] => de-omgevingsvergunning-en-bouwactiviteit [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2023-10-13 00:00:00 [post_modified_gmt] => 2023-10-12 22:00:00 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://www.omgevingsweb.nl/nieuws/de-omgevingsvergunning-en-bouwactiviteit/ [menu_order] => 0 [post_type] => nieuwsachtergrond [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [6] => WP_Post Object ( [ID] => 293989 [post_author] => 24311 [post_date] => 2022-10-13 00:00:00 [post_date_gmt] => 2022-10-12 22:00:00 [post_content] =>

Met de Omgevingswet worden de regels voor bouwen gescheiden in ruimtelijke en technische regels. Er zijn voor bouwen daarom 2 activiteiten: de technische bouwactiviteit en de omgevingsplanactiviteit voor een bouwwerk. In de Vergunningcheck van het Omgevingsloket (1) beantwoorden initiatiefnemers vragen over beide activiteiten.

Vragen technische bouwactiviteit

De vragen van de technische bouwactiviteit gaan over de technische bouwkwaliteit. Bijvoorbeeld over de constructieve veiligheid van een bouwwerk. De regels voor deze activiteit zijn rijksregels. Deze regels staan in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) (2).

Vragen omgevingsplanactiviteit

De vragen van de omgevingsplanactiviteit gaan over het ruimtelijk bouwen en het gebruiken van een bouwwerk. Bijvoorbeeld over de bouwhoogte en het bebouwingspercentage. Of over het uiterlijk van een bouwwerk (welstand). Dit zijn regels van de gemeente. Een deel van deze regels krijgt de gemeente in de bruidsschat (3).

Vergunningcheck bouwen compleet

De vergunningcheck voor bouwen in het Omgevingsloket is nu compleet. De vragen voor de omgevingsplanactiviteit waren al beschikbaar in de bruidsschat. Nu zijn ook de vragen voor de technische bouwactiviteit beschikbaar. Doet u een vergunningcheck voor een bouwactiviteit? Dan krijgt u nu aan het eind van de check ook een conclusie voor de technische bouwactiviteit. U ziet of u voor deze activiteit een vergunning nodig heeft en of u een melding moet doen of informatie moet aanleveren.

Bronnen

  1. https://iplo.nl/digitaal-stelsel/omgevingsloket/vergunningcheck/

  2. https://aandeslagmetdeomgevingswet.nl/actueel/nieuws/2022/oktober/vergunningcheck-bouwen-omgevingsloket-compleet/#begrip-inhoud-188746

  3. https://aandeslagmetdeomgevingswet.nl/actueel/nieuws/2022/oktober/vergunningcheck-bouwen-omgevingsloket-compleet/#begrip-inhoud-205535

[post_title] => Vergunningcheck voor bouwen in het Omgevingsloket compleet [post_excerpt] =>

De vragen voor de technische bouwactiviteit zijn vanaf nu ook beschikbaar op de oefenomgeving (pre-productieomgeving) van het Omgevingsloket. De vragen voor de omgevingsplanactiviteit waren al beschikbaar. De vergunningcheck voor bouwen in het Omgevingsloket is hiermee compleet.

[post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => closed [post_password] => [post_name] => vergunningcheck-voor-bouwen-in-het-omgevingsloket-compleet [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2022-10-13 00:00:00 [post_modified_gmt] => 2022-10-12 22:00:00 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://www.omgevingsweb.nl/nieuws/vergunningcheck-voor-bouwen-in-het-omgevingsloket-compleet/ [menu_order] => 0 [post_type] => nieuwsachtergrond [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [7] => WP_Post Object ( [ID] => 273049 [post_author] => 24311 [post_date] => 2022-08-26 00:00:00 [post_date_gmt] => 2022-08-25 22:00:00 [post_content] =>

Bekijk direct de kosten voor een bouwvergunning per gemeente (1).

Cindy Kremer, directeur Vereniging Eigen Huis: “Het is nu al erg moeilijk om betaalbare nieuwbouwwoningen te bouwen of je huis voor een redelijk bedrag te laten verbouwen. De nieuwe Wet private kwaliteitsborging mag dit niet nog moeilijker maken. Daarom willen we garanties van de minister dat de nieuwe wet niet leidt tot nog hogere vergunningskosten. Als dat toch gaat gebeuren, dan moet het Rijk snel kunnen ingrijpen.” 

Bouwleges dit jaar soms meer dan verdubbeld 

Ook dit jaar onderzocht de vereniging de bouwleges in alle 345 gemeenten. In twaalf daarvan betalen nieuwbouwkopers in een jaar tijd maar liefst 10% hogere bouwleges. Koplopers zijn de gemeenten Wormerland en Putten. In Wormerland waren de leges voor een nieuwbouwwoning met €5.787 al fors, dit jaar komt daar maar liefst €6.500 (+ 113%) bovenop en betaalt een koper al €12.360 aan de gemeente voordat de eerste steen is gelegd. Ook in Putten schieten de leges dit jaar met €1.684 omhoog (+ 54%). Kremer: “De enorme verhogingen die we in sommige gemeenten zien zijn voor ons onacceptabel. Voordat de nieuwe Omgevingswet van kracht wordt moeten er met gemeenten afspraken worden gemaakt over de wijze waarop de tarieven worden berekend. Dan kan de gemeenteraad de kosten controleren en ingrijpen als dat nodig is”.  

Tot zes keer meer betalen voor dezelfde vergunning

Ook de verschillen tussen gemeenten zijn vaak extreem groot. Voor dezelfde bouwvergunning betalen nieuwbouwkopers in Wormerland, Terschelling en Zeist tot ruim €12.000 euro, terwijl kopers in Weert, Den Haag en Waddinxveen daarvoor rond de €2.000 kwijt zijn.  
De leges voor een kleine verbouwing (€10.000 ex. Btw, bijvoorbeeld voor een dakkapel) stegen licht; gemiddeld van €388 naar €400. Uitzondering is ook hier de gemeente Wormerland met een stijging van €379 naar €766; een toename van 102%. 
Landelijk gemiddeld stegen de bouwleges dit jaar met 2,7%. De huidige tarieven werden eind 2021 vastgesteld, nog voordat de inflatie dit jaar sterk opliep. Een gemiddelde nieuwbouwwoning kost nu €448.000, inclusief grondkosten en Btw. (bron: NVM 2e kwartaal 2022).  

Over het onderzoek

Vereniging Eigen Huis en IGG Bouweconomie doen jaarlijks onderzoek naar de hoogte van gemeentelijke bouwleges voor een vergunning voor een kleine verbouwing van €10.000 (exclusief btw) en de vergunning voor een nieuwbouwwoning van €170.000 (exclusief bouwgrond en btw). In dit rekenmodel komen de totale kosten van een nieuwbouwwoning uit op ongeveer €400.000.  

(*) Formeel gaat het om de ‘Omgevingsvergunning bouwactiviteit’. Een aantal gemeenten (zoals op de ROEB-lijst) gaat uit van genormeerde bouwkosten. In Staphorst zijn de bouwleges lager als de aanvrager zijn bouwplannen vooraf door een extern bureau laat toetsen. In het onderzoek is deze categorie buiten beschouwing gelaten. 

Bron

  1. https://www.eigenhuis.nl/huis-kopen/nieuwbouw/kosten-bouwvergunning-2022#/kostenbouwvergunning

[post_title] => Minister moet prijs nieuwbouwvergunning beperken [post_excerpt] =>

Minister Hugo de Jonge (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) moet een noodplan maken als per 1 januari volgend jaar een nieuw systeem voor bouwtoezicht wordt ingevoerd. Anders is de kans groot dat de prijzen van nieuwbouwwoningen door hoge gemeentelijke bouwleges en extra kosten van bouwtoezicht nog verder stijgen. Als dat gebeurt wordt een nieuwbouwwoning voor steeds meer mensen onbereikbaar, zo waarschuwt Vereniging Eigen Huis.

[post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => closed [post_password] => [post_name] => minister-moet-prijs-nieuwbouwvergunning-beperken [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2022-08-26 16:06:16 [post_modified_gmt] => 2022-08-26 14:06:16 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://www.omgevingsweb.nl/nieuws/minister-moet-prijs-nieuwbouwvergunning-beperken/ [menu_order] => 0 [post_type] => nieuwsachtergrond [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [8] => WP_Post Object ( [ID] => 272077 [post_author] => 24311 [post_date] => 2022-08-18 00:00:00 [post_date_gmt] => 2022-08-17 22:00:00 [post_content] =>

In de burgerlijke en utiliteitsbouw was de omzet 9,1 procent hoger dan een jaar eerder. Bij gespecialiseerde bouwbedrijven was de omzetstijging met 13,3 procent nog hoger. In de grond, water- en wegenbouw was de omzetgroei met 3,4 procent juist lager.

Kleine bouwbedrijven tot tien werkzame personen zagen hun omzet met 11,9 procent stijgen. Middelgrote bouwbedrijven met tien tot honderd werkzame personen behaalden een omzetstijging van 7,0 procent. Bij grote bouwbedrijven met honderd of meer werkzame personen was de omzet 11,0 procent hoger dan een jaar eerder. De hoogste omzetgroei in de bouw kwam voor bij grote gespecialiseerde bouwbedrijven: 17,7 procent. Bij grote bedrijven in de grond-, water- en wegenbouw was de omzetgroei het laagst met 1,4 procent.

Meer faillissementen in gespecialiseerde bouw

Het aantal faillissementen in de bouwsector bedroeg het tweede kwartaal van 2022 76, één meer dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Deze stijging kwam volledig voor rekening van de gespecialiseerde bouw. Vergeleken met een jaar eerder steeg het aantal faillissementen in deze branche met 11 tot 46. In de burgerlijke en utiliteitsbouw daalde het aantal faillissementen met 10.

27 procent minder vergunde nieuwbouwwoningen

In het tweede kwartaal van 2022 werd voor 15,2 duizend te bouwen woningen een vergunning afgegeven. Dat is ruim 27 procent minder dan in het tweede kwartaal van 2021. Daarbij valt wel op te merken dat het aantal vergunde nieuwbouwwoningen in het tweede kwartaal van 2021 relatief hoog was. Het aantal vergunde nieuwbouwwoningen in het tweede kwartaal van 2022 is ongeveer even hoog als in het tweede kwartaal van 2020.

Het aantal vergunde nieuwbouwwoningen is een indicator voor het aantal woningen dat in de nabije toekomst gebouwd wordt. De gemiddelde doorlooptijd vanaf de vergunningverlening is ongeveer twee jaar. Woningtransformaties, zoals het omzetten van kantoren in woningen, zitten niet in de cijfers over bouwvergunningen.

Bouwkosten woningen lager, maar bedrijfsgebouwen hoger

De vergunde bouwkosten voor bedrijfsgebouwen in het eerste kwartaal waren bijna 2,1 miljard euro, 26,2 procent hoger dan een jaar eerder. Nieuwbouw was goed voor bijna 1,3 miljard euro, 14 procent meer dan een jaar eerder. De bouwsom voor de verbouw van bedrijfsgebouwen nam met ruim 51 procent toe tot 825 miljoen euro.

De totale vergunde bouwkosten voor woningen daalden ten opzichte van het tweede kwartaal van 2021 met 17,9 procent naar 3,3 miljard euro. De bouwkosten voor de bouw van nieuwbouwwoningen daalden met 22,5 procent tot bijna 2,7 miljard euro. De bouwkosten voor de verbouw van woningen stegen juist met 11,5 procent tot 593 miljoen euro.

[post_title] => Omzet bouw 10 procent hoger in tweede kwartaal 2022 [post_excerpt] =>

De omzet in de bouw was in het tweede kwartaal van 2022 10,1 procent hoger dan een jaar eerder. De afzetprijzen van de hout- en bouwmaterialenindustrie stegen met iets meer dan 16 procent, de omzet steeg met 15,9 procent. In het tweede kwartaal van 2022 werd voor 15,2 duizend te bouwen woningen een vergunning afgegeven. Dit meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers.

[post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => closed [post_password] => [post_name] => omzet-bouw-10-procent-hoger-in-tweede-kwartaal-2022 [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2022-08-18 00:00:00 [post_modified_gmt] => 2022-08-17 22:00:00 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://www.omgevingsweb.nl/nieuws/omzet-bouw-10-procent-hoger-in-tweede-kwartaal-2022/ [menu_order] => 0 [post_type] => nieuwsachtergrond [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [9] => WP_Post Object ( [ID] => 248971 [post_author] => 24311 [post_date] => 2022-01-28 00:00:00 [post_date_gmt] => 2022-01-27 23:00:00 [post_content] =>

Door conceptueel te bouwen kan het verlenen van bouwvergunningen een stuk eenvoudiger. Thijs Kroese, wethouder in Purmerend en Cees Tip, directeur van Intermaris staken de koppen bij elkaar en kwamen tot een nieuwe, snellere werkwijze. Het Expertteam Woningbouw van RVO hielp hierbij.

Door samenwerken sneller een bouwvergunning

‘Bij conceptueel bouwen werk je met standaarden. Dat betekent dat je maar 1 keer een vergunning hoeft af te geven voor de bouwkundige kwaliteit’, vertelt Kroese. Door in de voorbereiding al samen op te trekken en de plannen af te stemmen, ben je veel minder tijd kwijt voor de vergunningverlening. Normaal gesproken bemoeit een gemeente zich niet met de uitwerking van de plannen en reageert pas als de corporatie die heeft uitgewerkt. Tip: ‘Als aanvrager wordt je nog wel eens teruggestuurd naar de tekentafel. Doordat we onze plannen nu gezamenlijk uitwerken, is die afstemmingsronde niet meer nodig.’

Tip ziet conceptueel bouwen als een puzzel: ‘In de fabriek laat je stukjes van die puzzel produceren. Vervolgens kijken wij met de gemeente hoe we die puzzel in elkaar zetten. Heb je dat voor 1 project gedaan en een vergunning gekregen? Dan hoef je de volgende keer bij gebruik van dezelfde puzzelstukjes, niet opnieuw een vergunning aan te vragen.’

Anders denken

Wat is er nodig om tot een succesvolle samenwerking te komen, zodat het bouwproces wordt verkort? Volgens Kroese gaat het om een andere manier van denken: ‘Als je je als gemeente traditioneel opstelt door ervan uit te gaan dat jij de plannen van de corporatie beoordeelt, lok je een traditionele werkwijze uit. Al die oude ideeën moet je loslaten. Bekijk mét de corporatie wat je stad nodig heeft en wat er mogelijk is.’

Gemeenten en woningcorporaties moeten dus allebei bevoegdheden en rollen loslaten, maar aan de andere kant zich ook bemoeien met de plannen en ideeën van de andere partij. Dat blijkt ook uit de nieuwe Omgevingswet, die uitgaat van samenwerkende partijen. Tip: ‘Je moet elkaar iets gunnen en niet bang zijn daardoor je eigen positie te verliezen. Je speelt de wedstrijd samen.’

Doorgaan met de samenwerking

Purmerend en Intermaris willen zeker op deze manier door blijven werken. Of het altijd zo snel kan en of iedere regio zo kan werken, hangt af van de situatie. Hoe eerder je met elkaar om de tafel gaat zitten, hoe groter de kans op succes. Tip: ‘Je hebt onderling vertrouwen nodig en de intrinsieke wil om er met elkaar uit te komen.’ Kroese vult aan dat de houding van de mensen die het werk uiteindelijk doen, doorslaggevend is. ‘Als bestuurders kun je het snel met elkaar eens worden, maar de hele organisatie moet erin geloven. Zet de luiken open en zorg dat je elkaar vaak ziet en spreekt. Dat helpt echt!’

Ook de gemeenten Hoorn, Zaanstad en Heerhugowaard en de woningcorporaties Woonwaard en Parteon doen mee aan de pilot 'Bouwvergunning in 1 dag'.

[post_title] => Bouwvergunning in 1 dag [post_excerpt] =>

In Noord-Holland werken 3 corporaties en 4 gemeenten samen in de pilot ‘Bouwvergunning in 1 dag’: door conceptueel te bouwen kan het vergunningstraject worden verkort. De gemeente Purmerend en woningcorporatie Intermaris kregen dit voor elkaar en ontvingen daarom van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) de stimuleringsprijs ‘De Gouden Eendagsvlieg’.

[post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => closed [post_password] => [post_name] => bouwvergunning-in-1-dag [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2022-01-31 21:26:16 [post_modified_gmt] => 2022-01-31 20:26:16 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://www.omgevingsweb.nl/nieuws/bouwvergunning-in-1-dag/ [menu_order] => 0 [post_type] => nieuwsachtergrond [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [10] => WP_Post Object ( [ID] => 248223 [post_author] => 24311 [post_date] => 2022-01-20 00:00:00 [post_date_gmt] => 2022-01-19 23:00:00 [post_content] =>

Inmiddels wordt gewerkt aan ruim 10.000 nieuwe woningen, is in de afgelopen twee jaar voor 3.300 woningen het bestemmingsplan vastgesteld en zijn er momenteel 1.300 woningen in aanbouw. Er liggen voor 550 woningen vergunningen klaar. Voor nog eens 1.800 woningen kan de vergunning worden aangevraagd. Daarmee zijn er goede vooruitzichten en werpen de maatregelen hun vruchten af.

Wethouder Roy Geers: “De druk op de woningmarkt is nog steeds hoog. We voorzagen een dip in de woningbouwproductie. Met het maatregelenpakket hebben we onze inzet als gemeente verder geoptimaliseerd om zoveel mogelijk passende woningen te realiseren. We hebben ons ondanks de beperkingen van de coronapandemie maximaal ingezet om meer mensen een thuis te geven. Op die tomeloze inzet ben ik enorm trots. De ontwikkelaars en bouwers zijn nu aan zet om al die woningen ook daadwerkelijk te realiseren.”

Flex en sociaal

Eén van de succesvolle maatregelen in de afgelopen jaren is de bouw van zogeheten flexwoningen. Dat zijn woningen die tijdelijk op een locatie staan en waar mensen relatief snel terecht kunnen. De gemeente is daar in een vroegtijdig stadium mee gestart, samen met de woningcorporaties. De eerste oplevering dateert alweer uit 2016. Vorig jaar zijn er 182 van deze woningen opgeleverd. En in de komende twee jaar stijgt dat aantal naar 449 nieuwe woningen.

Ook het aandeel sociale woningbouw zit flink in de lift. Dankzij de prioritering daarvan, zijn vorig jaar meer dan 300 sociale huurwoningen opgeleverd. Daarnaast zijn ruim 600 sociale huurwoningen in aanbouw. In totaal zijn er plannen in voorbereiding voor een kleine 3.000 sociale huurwoningen. Waarvan er maar liefst 2.000 in voorbereiding zijn voor realisatie tussen 2022 en 2025.

“Hier betaalt de samenwerking tussen gemeente en woningcorporaties zich uit”, licht wethouder Roy Geers toe. “In een speciale taskforce komen we regelmatig bij elkaar om concrete afspraken te maken en de druk op de ketel te houden. Deze samenwerking is niet onopgemerkt gebleven in Nederland. We fungeren regelmatig als voorbeeld voor anderen die komen informeren naar de succesfactoren van onze aanpak en werkwijze.”

Meer woningen voor middeninkomens

Voor de komende jaren ligt er de opgave om meer woningen te realiseren voor de middeninkomens. Zodat zij meer perspectief krijgen op de woningmarkt. Daarover maakt de gemeente afspraken met de woningcorporaties en voert zij het gesprek met ontwikkelaars en beleggers. Allemaal met als doel om het aandeel in het middensegment te verhogen.

Op locaties waar de gemeente zelf grond in eigendom heeft, is het gemakkelijker om daarop te sturen. Zo wordt bij de toekomstige bouwplannen voor de omgeving van Station Oost bijvoorbeeld éénderde van de 2.000 nieuwe woningen gereserveerd voor de middeninkomens.

Verstedelijking

Verder wordt gewerkt aan een duurzame verstedelijking waarin de woningbouwopgave centraal staat. Het doel is eind 2022 een akkoord te bereiken, samen met andere gemeenten in Brabant. In dit akkoord staan concrete maatregelen die nodig zijn om op een duurzame manier te verstedelijken en de bouw van woningen te stimuleren. Ook dat moet bijdragen aan meer nieuwe woningen.

Bijlage: Waar wordt de komende jaren gebouwd?

De ruim 10.000 woningen landen op verschillende plekken in de gemeente. Zowel in de brede binnenstad, als in de wijken en de dorpen. Zo wordt volop gebouwd op twee locaties aan de Rijnstraat (sloop kantoor / winkel naar nieuwbouw) en in de Haverleij bij Engelen (laatste kastelen). Ook de bouw van de Zuiderschans met 127 woningen en de bouw van 220 woningen op de voormalige KPN-locatie nabij de Zuidwal vorderen gestaag.

In de Spoorzone worden de komende jaren honderden woningen gerealiseerd op verschillende locaties zoals het voormalige EKP-terrein, Willemspoort, het Paleiskwartier en Boschveld. Ook op de langere termijn blijft de Spoorzone belangrijk voor de woningbouwopgave. Zo zijn in de Bossche Stadsdelta, de locatie op de Kop van ’t Zand en Orthenpoort-Zuid, op termijn 1.300 woningen voorzien. Naast deze locaties in de Spoorzone zijn er rondom station Oost ook nog eens ongeveer 2.000 woningen gepland in bestaand stedelijk gebied.

Verder is De Groote Wielen in Rosmalen al jarenlang de uitbreidingslocatie voor nieuwe woningen. Er wordt volop gebouwd in De Lanen en de Vlietdijk. De plannen voor het nieuwe Centrum (600 woningen) en het derde klooster (100 appartementen) worden momenteel verder uitgewerkt. Daarna volgt in De Groote Wielen nog de bouw van de noordoosthoek met meer dan 2.300 nieuwe woningen.

Overzicht grotere bouwprojecten (met meer dan 50 woningen) met verwachte oplevering in 2022 en 2023 (onder voorbehoud, betreft inschattingen):

[post_title] => Ruim 10.000 nieuwe woningen in ‘s-Hertogenbosch [post_excerpt] =>

In februari 2020 lanceerde het college het maatregelenpakket ‘sneller bouwen aan ’s-Hertogenbosch’. Dat resulteerde in diverse maatregelen op korte, middellange en lange termijn. Met als doel om zo snel mogelijk de druk op de woningmarkt te verlagen.

[post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => closed [post_password] => [post_name] => ruim-10-000-nieuwe-woningen-in-s-hertogenbosch [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2022-01-31 21:20:25 [post_modified_gmt] => 2022-01-31 20:20:25 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://www.omgevingsweb.nl/nieuws/ruim-10-000-nieuwe-woningen-in-s-hertogenbosch/ [menu_order] => 0 [post_type] => nieuwsachtergrond [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) [11] => WP_Post Object ( [ID] => 240276 [post_author] => 24311 [post_date] => 2021-09-17 00:00:00 [post_date_gmt] => 2021-09-16 22:00:00 [post_content] =>

De OD NZKG heeft een zogenaamde gedoogbeslissing afgegeven. Een gedoogbeslissing wordt onder strikte voorwaarden verleend en alleen als de definitieve omgevingsvergunning in zicht is. De OD NZKG heeft alle ingediende stukken getoetst. De bouwwerkzaamheden zijn op hoofdlijnen getoetst aan brandveiligheid en constructieve eisen. Op basis van de ingediende aanvraag en de beoordeling van de documenten is het aannemelijk dat de aangevraagde omgevingsvergunning bouw én milieu op korte termijn kan worden verleend. Vooruitlopend daarop mag Microsoft op eigen risico starten met de bouw van het datacenter in Middenmeer.

Ontwerpbeschikking omgevingsvergunning

Na het nemen van de gedoogbeslissing zal op korte termijn een ontwerpbeschikking op de aanvraag omgevingsvergunning ter inzage worden gelegd. Deze zal vervolgens zes weken ter inzage liggen en gedurende deze termijn kunnen zienswijzen worden ingebracht. Na beoordeling van de zienswijzen zal een definitieve beschikking worden opgesteld, waarin de eventuele ingediende zienswijzen zijn verwerkt. Deze zal eveneens zes weken ter inzage liggen en hier kan beroep tegen worden ingesteld.

Voorgeschiedenis

De gemeente Hollands Kroon heeft op 5 januari 2021 een omgevingsvergunning verleend aan Microsoft voor het oprichten en bouwen van een datacenter aan de Cultuurweg 11 in Middenmeer (het Venster). De omgevingsvergunning is aangevraagd voor de activiteiten ‘handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’ en ‘bouwen’ (hierna ‘bouw/ro’). Bij de beoordeling van de aanvraag is de uitgebreide voorbereidingsprocedure van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) gevolgd. Tijdens deze procedure is ervan uitgegaan dat voor het onderdeel milieu (het oprichten) een melding Activiteitenbesluit voldeed. De belangrijkste afweging daarbij was dat de aanwezige aggregaten alleen bij stroomstoringen worden gebruikt. Voortschrijdend inzicht brengt mee dat deze noodstroomvoorzieningen meetellen voor de vergunningplicht en dat de provincie het bevoegd gezag is. De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) voert de vergunningverlening en het bijbehorend toezicht namens de provincie Noord-Holland uit.

[post_title] => Gedoogbeslissing voor start bouwwerkzaamheden datacenter Microsoft [post_excerpt] =>

De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) heeft Microsoft toestemming verleend om te starten met de bouw van een datacenter op Het Venster in Middenmeer. Op basis van de aangeleverde informatie en vooruitlopend op de definitieve vergunning, die naar verwachting op korte termijn wordt verleend, mag Microsoft vast op eigen risico starten met de bouw.

[post_status] => publish [comment_status] => open [ping_status] => closed [post_password] => [post_name] => gedoogbeslissing-voor-start-bouwwerkzaamheden-datacenter-microsoft [to_ping] => [pinged] => [post_modified] => 2021-09-28 12:06:56 [post_modified_gmt] => 2021-09-28 10:06:56 [post_content_filtered] => [post_parent] => 0 [guid] => https://www.omgevingsweb.nl/nieuws/gedoogbeslissing-voor-start-bouwwerkzaamheden-datacenter-microsoft/ [menu_order] => 0 [post_type] => nieuwsachtergrond [post_mime_type] => [comment_count] => 0 [filter] => raw ) )