Bij brief van 25 juni 2019 verzocht de commissie van Binnenlandse Zaken mij om een reactie op de berichtgeving 'Amsterdam, Barcelona, Berlijn en Parijs eisen steun EU in strijd tegen Airbnb'. De berichtgeving heeft betrekking op een advies van de Advocaat-Generaal aan het Europese Hof van Justitie (hierna: het Hof).

Het Hof heeft op 19 december 2019 uitspraak gedaan. Hierbij zend ik u de gevraagde reactie, alsmede de antwoorden op twee sets Kamervragen van het lid Smeulders (GroenLinks) aan de minister voor Milieu en Wonen over (1) het bericht dat Airbnb toch weer aan het langste eind trekt (ingezonden 12 december 2019 met kenmerk 2019Z25004) en (2) het bericht dat Airbnb moet worden gezien als informatieplatform (ingezonden 23 december 2019 met kenmerk 2019Z26154). Deze brief en de antwoorden op de Kamervragen (twee bijlagen) ontvangt u mede namens de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat.
De uitspraak van het Hof gaat over de zaak Airbnb Ireland (C390/18) en betreft de vraag van de onderzoeksrechter van de regionale rechtbank van Parijs of de diensten die Airbnb aanbiedt, beschouwd moeten worden als diensten van de informatiemaatschappij waarop de Richtlijn elektronische handel (Richtlijn 2000/31/EG) van toepassing is. Het Hof oordeelt dat de bemiddelingsdienst van Airbnb inderdaad moet worden beschouwd als een “dienst van de informatiemaatschappij”.
Deze Europeesrechtelijke kwalificatie van de bemiddelingsdienst van Airbnb bepaalt aan welk Europees kader eventuele nationale eisen aan de bemiddelingsdienst moeten worden getoetst: de Richtlijn elektronische handel. Deze richtlijn stelt zowel materieel als procedureel zwaardere eisen aan dergelijke nationale regels dan de Dienstenrichtlijn.
Het Hof stelt vast dat Frankrijk – anders dan de Richtlijn elektronische handel vereist - het voornemen om een nationale wet inzake makelaars-activiteiten toe te passen op de diensten van Airbnb, niet vooraf heeft gemeld bij de Europese Commissie en de lidstaat waar Airbnb is gevestigd (Ierland). Volgens het Hof is dit wel een wezenlijk procedureel vereiste om te voorkomen dat een lidstaat inbreuk maakt op een bevoegdheid die principieel toekomt aan de lidstaat van vestiging van de dienstverrichter. Nu Frankrijk de vereiste melding niet heeft gedaan, kan de Franse wet niet tegen Airbnb ingeroepen worden. Aan een inhoudelijke toets van de Franse wet komt het Hof niet toe.
In het wetsvoorstel toeristische verhuur van woonruimte krijgen gemeenten nieuwe instrumenten om de ongewenste neveneffecten van toeristische verhuur van woonruimte tegen te gaan. Deze maatregelen richten zich tot degene die daadwerkelijk verantwoordelijk is voor deze neveneffecten, namelijk degene die zijn woning verhuurt aan toeristen. De uitspraak van het Hof heeft dan ook geen effect op het wetsvoorstel. Gemeenten hopen dat dit wetsvoorstel zo spoedig mogelijk zal worden aangenomen zodat ze deze instrumenten kunnen inzetten.
De Hofuitspraak bevestigt dat verdergaand ingrijpen verbonden is aan beperkingen. De Richtlijn elektronische handel biedt de mogelijkheid om verplichtingen op te leggen aan in andere lidstaten gevestigde platforms indien kan worden aangetoond dat andere minder ingrijpende maatregelen niet toereikend zijn en deze maatregelen noodzakelijk zijn in het licht van de openbare orde, de openbare veiligheid, de bescherming van de volksgezondheid of consumentenbescherming. Naast deze materiële eisen moet ook eerst verzocht worden aan de lidstaten waarin de platforms gevestigd zijn om zelf maatregelen te nemen. Indien deze lidstaten hier niet toe overgaan, kan Nederland na goedkeuring door de Europese Commissie (notificatie) verplichtingen invoeren voor platforms die in andere lidstaten gevestigd zijn.
De gekozen afbakening van het wetsvoorstel biedt een antwoord op de behoefte van gemeenten en heeft als bijkomend voordeel dat dit sneller van kracht zou kunnen worden dan een verderstrekkend voorstel waarvoor de genoemde vereisten van de Richtlijn elektronische handel gelden. Bovendien helpt uitvoering van de beoogde wet bij het leveren van onderbouwing voor aanvullende maatregelen binnen het kader van de Richtlijn elektronische handel.
Eerder meldde ik u dat in Europees verband verkend wordt – parallel aan het onderhavig wetstraject in Nederland - in hoeverre er gekomen kan worden tot een aanpak van de negatieve neveneffecten van toeristische verhuur van woningen via platforms. In dat verband worden de mogelijkheden uitgewerkt voor verdergaande maatregelen die de werking en de uitvoering van het huidige wetsvoorstel mogelijk zouden kunnen verbeteren en die passen binnen de kaders van de Richtlijn elektronische handel. Hiermee ontstaat een dieper inzicht in de implicaties die opties zoals een directe informatieplicht met zich meebrengen. Over de uitkomsten hiervan zal ik uw Kamer informeren.
De Europese Commissie heeft het voornemen om te komen tot een Digital Services Act en dit zal waarschijnlijk een herziening van de Richtlijn elektronische handel betekenen. Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat is primair verantwoordelijk voor het volgen en beïnvloeden van de ontwikkelingen rondom de Digital Services Act. De Digital Services Act biedt de mogelijkheid om in Europees verband te kijken naar de rol en verantwoordelijkheden van online platforms. Hierin kunnen waar relevant ook de bevindingen worden meegenomen uit de genoemde verkenning naar mogelijke verdergaande maatregelen ten aanzien van de platforms.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 29 januari 2020 de meldplicht uit de huisvestingsverordening van de gemeente Amsterdam onverbindend verklaard. De gemeente gebruikte deze meldplicht in het kader van toeristische verhuur. Met de gemeente Amsterdam wordt gestudeerd op de gevolgen die deze uitspraak heeft.
Ik informeer u nader over de toeristische verhuur van woonruimte in reactie op de vragen die u mij heeft gesteld in uw verslag bij het wetsvoorstel toeristische verhuur van woonruimte.
De minister voor Milieu en Wonen,
S. van Veldhoven – Van der Meer
Antwoorden op vragen van het lid Smeulders (GroenLinks) aan de minister voor Milieu en Wonen over het artikel 'Hoe Airbnb toch weer aan het langste eind trekt' (ingezonden 12 december 2019 met kenmerk 2019Z25004)
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van de reconstructie in het artikel 'Hoe Airbnb toch weer aan het langste eind trekt'? 1)
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Klopt het dat in de bijeenkomsten over het wetsvoorstel tot regulering van toeristische verhuur platforms en gemeenten als gelijkwaardige gesprekspartners gezien werden door het ministerie, zoals volgens het artikel blijkt uit de verslagen? Zo ja, waarom is dat het geval? Zo nee, wat is de onderbouwing dat dit niet gebeurd is?
Antwoord 2
Werken aan wet- en regelgeving vraagt om grote zorgvuldigheid. Het is van belang verschillende gezichtspunten te kunnen taxeren, kaders te kennen en ook vooruit te kijken naar de uitvoeringsfase. Daarom worden relevante partijen uitgenodigd om op verschillende aspecten van gedachten te wisselen. Dat komt de kwaliteit van een wetsvoorstel ten goede. Bij de voorbereiding van het wetsvoorstel toeristische verhuur van woningen is met relevante partijen gesproken zoals de meest belanghebbende gemeenten, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, platforms voor toeristische verhuur en belangenorganisaties van verhuurders van woningen voor toeristische verhuur. Voor een constructieve dialoog is het goed om partijen gelijkwaardig te behandelen. Wel is het zo dat eerst met de gemeenten is gesproken over hun beleidsmatige behoeften alvorens het gesprek met de platforms is aangegaan.
Vraag 3 en 4
Hoe vaak zijn er in 2018 en 2019 overleggen geweest tussen vertegenwoordigers van verhuurplatforms en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en andere ministeries?
Hoe vaak hebben de minister voor Milieu en Wonen en/of de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in 2018 en 2019 gesproken met vertegenwoordigers van een of meerdere verhuurplatforms?
Antwoord 3 en 4
In 2018 en 2019 is er ongeveer tien maal in wisselende ambtelijke samenstellingen met verhuurplatforms gesproken.
Vraag 5
Welke invloed hebben verhuurplatforms op het uiteindelijke wetsvoorstel gehad? Kunt u precies aangeven welke input u heeft overgenomen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Het wetsvoorstel toeristische verhuur van woningen is tot stand gekomen door tijdens de beleidsontwikkeling in gesprek te gaan met alle relevante partijen teneinde enerzijds de maatschappelijk problemen in kaart te brengen en anderzijds een adequate oplossing te bereiken die uitvoerbaar en proportioneel is. De vraag van de gemeenten was de mogelijkheid voor het invoeren van een registratieplicht voor personen die hun woning toeristisch willen verhuren om zo meer inzicht te krijgen waar de toeristische verhuur in de gemeente plaatsvindt en zo nodig via een meld- of vergunningsplicht de toeristische verhuur van woonruimte nader te kunnen reguleren. Platforms hebben aangegeven dat een eenmalige registratieverplichting die laagdrempelig, kosteloos en digitaal wordt ingericht voor hen werkbaar is. Op deze wijze is het voor platforms mogelijk om de noodzakelijke aanpassingen op hun website door te voeren. Voornemen is daarom dat er een landelijke website komt waarop alle gemeenten die een registratieplicht hebben ingevoerd vermeld staan. Voor gemeenten is het van belang dat door middel van dit systeem inzicht wordt verkregen in zowel de omvang als de specifieke adressen van de woningen die in een gemeente voor toeristische verhuur worden aangeboden. Daarnaast gaven zowel gemeenten als platforms aan dat de Huisvestingswet 2014 zich het beste leent voor het wettelijk verankeren van vorenstaande.
Vraag 6 en 7
Bent u van mening dat met dit wetsvoorstel het publieke belang goed gediend wordt en illegale verhuur effectief tegengegaan zal worden?
Wat zijn de doelstellingen bij dit wetsvoorstel? Hoeveel zal de illegale toeristische verhuur afnemen de komende jaren na inwerkingtreding?
Antwoord 6 en 7
Gemeenten krijgen wettelijke bevoegdheden om vakantiehuur via verhuurplatforms in goede banen te leiden zodat negatieve effecten kunnen worden tegen gegaan. Het is aan de gemeenten om de wettelijke bevoegdheden in te gaan zetten en te handhaven. Daarnaast hebben de platforms toegezegd zo veel mogelijk uit te sluiten dat er op hun websites advertenties (aanbiedingen) zonder registratienummer worden gepubliceerd.
De toeristische verhuur van woonruimte is door de opkomst van digitale platforms aanzienlijk in omvang toegenomen. Grootschalige verhuur van woonruimte aan toeristen kan effecten hebben op onder meer de woningmarkt, de leefbaarheid, de veiligheid en het gelijke speelveld voor andere aanbieders van toeristische accommodatie.
De belangrijkste redenen voor het reguleren van de toeristische verhuur van woonruimte zijn het tegengaan van het oneigenlijk gebruik van woonruimten, de impact op de leefbaarheid van de woonomgeving, de veiligheid van woonruimten die voor toeristische verhuur worden aangeboden en het gelijke speelveld voor aanbieders van accommodatie voor toeristen. Het veelvuldig toeristisch verhuren van een woonruimte heeft tot gevolg dat de woonfunctie niet meer overheersend is en er sprake kan zijn van oneigenlijk gebruik van de woningvoorraad. Dit is onwenselijk in gemeenten waar schaarste aan woonruimte is.
Aangezien de toeristische verhuur van woonruimte nog steeds toeneemt en ook de wijze van aanbieding in de nabije toekomst kan veranderen onder invloed van nieuwe technische mogelijkheden, zal dit wetsvoorstel binnen vijf jaar na inwerkingtreding worden geëvalueerd.
Vraag 8, 9, 10 en 11
Hoe beoordeelt u het feit dat de stad Parijs een boete van 12,5 miljoen euro heeft kunnen opleggen aan AirBnB voor het faciliteren van illegale vakantieverhuur?
Zou u steden als Amsterdam ook graag de mogelijkheid willen geven om platforms boetes op te leggen voor illegale vakantieverhuur, aangezien onder andere AirBnB daar niet meewerkt aan de regel om vakantieverhuur tot 30 dagen te beperken?
Waarom heeft de regering er niet voor gekozen om – net als in bijvoorbeeld Frankrijk – de verhuurplatforms aansprakelijk te maken?
Waarom heeft de regering de uitspraak van de Hoge Rechter of Frankrijk de verhuurplatforms aansprakelijk mag stellen niet afgewacht, alvorens te kiezen om dit niet in het wetsvoorstel op te nemen?
Antwoord 8, 9, 10 en 11
Gemeenten krijgen met deze maatregelen de instrumenten om ongewenste neveneffecten van toeristische verhuur tegen te gaan waaronder ook geldelijke sanctionering. Op basis van het wetsvoorstel kan medewerking door de platforms aan het verstrekken van informatie omtrent aanbieders op verzoek van de gemeente worden afgedwongen door middel van het opleggen van een last onder dwangsom. De gemeente kan op basis van de verstrekte gegevens handhaven bij de aanbieder van de woonruimte voor toeristische verhuur alsmede het platform verzoeken de illegale aanbiedingen te verwijderen. Parallel aan het traject rond het wetsvoorstel zet het kabinet er in Europees verband op in om tot aanvullende maatregelen te komen. Ik heb dat toegelicht in de brief waarmee ik deze antwoorden aan uw Kamer heb doen toekomen.
Vraag 12, 13 en 14
Hoe moeten volgens u de Europese richtlijnen (e-Commerce richtlijn, Dienstenrichtlijn) aangepast worden om de verhuurplatforms gemakkelijker aansprakelijk te stellen voor het faciliteren van illegale vakantieverhuur?
Heeft u reeds in overleggen met uw Europese ambtsgenoten en de Europese Commissie ingebracht dat de Europese richtlijnen aangepast moeten worden zodat verhuurplatforms aansprakelijk gesteld kunnen worden voor het faciliteren van illegale vakantieverhuur? Zo ja, wat zijn daarvan de resultaten?
Zo nee, bent u bereid in het eerstvolgende Europese overleg het standpunt uit te dragen dat verhuurplatforms aansprakelijk gesteld moeten kunnen worden en dat zo nodig de Europese richtlijnen aangepast moeten worden?
Antwoord 12, 13 en 14
Zoals ook beschreven in de Kamerbrief over toeristische woningverhuur d.d. 13 maart 20191 zal ik samen met de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat in Europees verband verkennen in hoeverre er draagvlak is voor een gezamenlijke aanpak van de negatieve neveneffecten van toeristische verhuur van woningen via platforms. De nieuwe Europese Commissie heeft het voornemen om te komen tot een Digital Services Act; dit zal naar alle waarschijnlijkheid een herziening van de Richtlijn elektronische handel omvatten. Zoals ook beschreven in de recente Kamerbrief over desinformatie2 is de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat verantwoordelijk voor het volgen en beïnvloeden van de ontwikkelingen rondom de Digital Services Act. De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat zal door middel van de motie Middeldorp3 binnen de gestelde termijn de Kamer informeren over de Digital Services Act. Zie verder ook mijn antwoord op de vragen 8, 9, 10 en 11.
Vraag 15
Kunt u deze vragen elk afzonderlijk beantwoorden?
Antwoord 15
De vragen zijn zo veel als mogelijk afzonderlijk beantwoord.
1 Kamerstuk 27926, nr. 309 2 Kamerstuk 30821, nr. 91. 3 Kamerstuk 35300 VII, nr. 43
1) NRC Handelsblad, 7 december 2019.
Antwoorden op vragen van het lid Smeulders (GroenLinks) aan de minister voor Milieu en Wonenover het bericht dat AirBnB moet worden gezien als informatieplatform (ingezonden 23 december2019 met kenmerk 2019Z26154)
Vraag 1.
Heeft u kennisgenomen van de uitspraak van het Europees Hof inzake Airbnb? 1)
Antwoord 1.Ja.
Vraag 2.
Wat betekent deze uitspraak voor de onlangs ingediende Wet toeristische verhuur vanwoonruimte? Kunt u per voorstel in deze wet duiden wat de gevolgen zijn van deze uitspraak?
Antwoord 2
Het wetsvoorstel richt zich op de aanbieder van toeristisch te verhuren woonruimte en niet op deplatforms. Daarmee raakt de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie dd. 19december 2019 het wetsvoorstel niet.
Vraag 3.
Wat betekent deze uitspraak voor de maatregelen die gemeenten (zoals Amsterdam)willen nemen om ongewenste effecten van verhuur via Airbnb en andere soortgelijke platformsaan te pakken?
Vraag 4.
Wat betekent deze uitspraak voor de mogelijkheden van gemeenten om het omzeilen vangemeentelijke regels ten aanzien van verhuur tegen te gaan?
Antwoord 3 en 4.
Zoals hierboven gesteld heeft de uitspraak geen gevolgen voor de maatregelen in het wetsvoorsteldie gemeenten kunnen inzetten om de ongewenste effecten van toeristische verhuur vanwoonruimte tegen te gaan. Het wetsvoorstel biedt hen de mogelijkheid om een registratieplichtvoor aanbieders in te stellen waarmee ze inzicht krijgen wie de aanbieders zijn en welkewoonruimten worden aangeboden voor toeristische verhuur. Na de invoering van hetregistratiesysteem kunnen gemeenten bijvoorbeeld via een IT-toepassing als scraping deaanbiedingen zonder registratienummer achterhalen en hiervan de adresgegevens bij de platformsopvragen. Dit kan op grond van de algemene medewerkingsplicht die voortvloeit uit artikel 5:20van de Algemene wet bestuursrecht. Het wetsvoorstel regelt dat een last onder dwangsom kanworden opgelegd als er geen of onvoldoende medewerking wordt verleend. Deze medewerkingsplicht geldt ook voor de platforms. Indien noodzakelijk kunnen gemeentendaarnaast ook nog een meld- en vergunningplicht instellen voor de aanbieders.
Parallel aan het traject rond het wetsvoorstel zet het kabinet er in Europees verband op in om totaanvullende maatregelen te komen. Ik heb dat toegelicht in de brief waarmee ik deze antwoordenaan uw Kamer heb doen toekomen.
Vraag 5.
Deelt u de mening dat gemeenten vakantieverhuur moeten kunnen reguleren en dat zijdaarbij geholpen moeten worden door landelijke en Europese regelgeving, en niet tegengewerkt?
Antwoord 5.
Ik ben inderdaad van mening dat gemeenten een doeltreffend instrumentarium moeten hebbenom eventuele negatieve effecten van toeristische verhuur te kunnen tegengaan. Daartoe heb ikhet wetsvoorstel toeristische verhuur van woonruimte bij Uw Kamer ingediend.
Zoals hiervoor ook aangegeven zet het kabinet parallel aan het traject rond het wetsvoorstel er inEuropees verband op in om tot aanvullende maatregelen te komen.
Vraag 6.
Bent u bereid om samen met bijvoorbeeld Frankrijk en Duitsland bij de EuropeseCommissie en de Europese Raad te pleiten voor aanpassing van de e-commerce richtlijn zodatvakantieverhuurplatforms wel gaan vallen onder lokale regelgeving? Zo ja, wat is de stand vanzaken?
Vraag 7.
Welke mogelijkheden ziet u om, ondanks deze uitspraak, toch maatregelen te nemen omde verhuur via Airbnb en andere soortgelijke platforms alsnog te reguleren en ongewenste verhuurte voorkomen?
Antwoord 6+7.
Op basis van het wetsvoorstel toeristische verhuur van woonruimte en reeds bestaande wet- enregelgeving kunnen gemeenten de toeristische verhuur reguleren door verplichtingen op te leggenaan de aanbieders van de woonruimte. De gemeenten hadden aangegeven primair behoefte tehebben aan beter zicht op welke adressen en door wie toeristische verhuur plaatsvindt; deregistratieplicht voorziet daarin. Parallel aan het traject rond het wetsvoorstel wordt er in Europeesverband op ingezet om tot aanvullende maatregelen te komen. Ik heb u dat toegelicht in deaanbiedingsbrief.
Vraag 8.
Kunt u deze vragen, net als de vragen 2019D51491, beantwoorden vóór 16 januari 2020in verband met de inbrengdatum voor het verslag over het voorstel van Wet toeristische verhuurvan woonruimte (TK 35353)? Zo nee, kunt u dit dan ruim voor deze datum aangeven zodat deKamer de datum van deze deadline eventueel zou kunnen verplaatsen?
Antwoord 8.
In lijn met uw verzoek zond ik u eerder een uitstelbericht.
1) https://www.bbc.com/news/technology-50851419