Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Evaluatie kraakverbod: handhaving sneller, maar effect op leefomgevingspraktijk beperkt

De eindevaluatie van de Wet handhaving kraakverbod laat zien dat de nieuwe wet weliswaar leidt tot snellere strafrechtelijke ontruimingen, maar dat de impact op de totale handhavingspraktijk rondom leegstand en kraken beperkt blijft. Dat blijkt uit de vandaag gepubliceerde studie van het WODC. De bevindingen zijn ook relevant voor het omgevingsrecht, omdat kraken vaak samenhangt met leegstand, veiligheid, slechte bouwkundige staat en strijdigheid met het omgevingsplan — allemaal thema’s binnen het nieuwe stelsel van de Omgevingswet.

1 March 2026

Kamerstuk: overig

Kamerstuk: overig

Snellere procedure, maar weinig verandering in totale aantallen

De Wet handhaving kraakverbod (in werking sinds 1 juli 2022) heeft als hoofd­doel het versnellen van strafrechtelijke ontruimingen. Dat doel is bereikt:

  • vóór invoering duurde een strafrechtelijke ontruiming gemiddeld 79 dagen,

  • na invoer is dat teruggebracht naar 37 dagen.

De achterliggende reden: de rechter‑commissaris beslist voortaan binnen 72 uur op een vordering tot ontruiming, waar voorheen een civiel kort geding met schorsende werking gebruikelijk was.

Opvallend is dat het aantal kraakincidenten nauwelijks verandert: elk jaar worden rond de 100–120 incidenten geregistreerd, zowel vóór als na invoering van de wet. De grootste concentratie zit in Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Nijmegen.

Geen toename strafrechtelijke handhaving

Hoewel de wet bedoeld was om de strafrechtelijke route te versterken, blijkt uit de evaluatie dat het aandeel strafrechtelijke ontruimingen niet stijgt — het daalt zelfs licht. Veel eigenaren en officieren van justitie kiezen nog steeds voor:

  • civielrechtelijke ontruiming via het kort geding, of

  • informele oplossingen, zoals vrijwillig vertrek of een vaststellingsovereenkomst.

De reden: strafrechtelijke ontruiming vraagt een goed onderbouwd dossier, waaronder concrete plannen voor gebruik of renovatie. Die bewijslast maakt het proces intensiever voor zowel OM als politie.

Bestuursrechtelijke ontruiming blijft beperkt

Hoewel een groot deel van de gekraakte panden nietwoningen betreft — bijvoorbeeld winkels, loodsen of kantoren — wordt de bestuursrechtelijke route (handhaving op basis van strijdigheid met het omgevingsplan) nauwelijks gebruikt.

Dit is opvallend, omdat onder de Omgevingswet gemeenten ruime bevoegdheden hebben om op te treden bij overtreding van regels in het omgevingsplan. Toch blijkt in de praktijk dat:

  • gemeenten administratief terughoudend zijn,

  • mandatering van taken aan omgevingsdiensten soms leidt tot trage besluitvorming,

  • bestuursdwang bij kraken zelden wordt ingezet, zelfs wanneer de situatie evident in strijd is met de bestemming. [Eindevalua...raakverbod | PDF]

Leegstand en Omgevingswet: wisselwerking wordt zichtbaarder

Het rapport laat zien dat kraken vrijwel altijd voorkomt in panden die al langere tijd leegstaan. De cijfers uit de CBS‑Leegstandsmonitor bevestigen dat structurele leegstand — met name bij niet‑woningen — nog steeds een probleem is. Dit raakt direct aan instrumenten binnen de Omgevingswet, zoals:

  • leegstandsverordeningen,

  • meldplichten,

  • handhavingsbesluiten op basis van gevaar of ongeoorloofd gebruik,

  • tijdelijke verhuur en leegstandsbeheer.

De evaluatie onderstreept dat leegstandsbeheer (antikraak, bruikleen, tijdelijke verhuur) een belangrijke rol blijft spelen. Tegelijkertijd schuurt dit soms met de doelen van leefomgevingsveiligheid, omdat kraakpanden regelmatig onveilig zijn of bouwkundig risico vormen.

Gemeentelijke rol blijft essentieel – vooral bij veiligheid en openbare orde

Gemeenten blijven een spil in de aanpak van kraken, zeker wanneer er sprake is van:

  • gevaarzetting,

  • brandveiligheidsrisico’s,

  • strijd met het omgevingsplan,

  • ernstige overlast.

Toch laat het onderzoek zien dat gemeenten soms terughoudend zijn in het toepassen van bestuursrechtelijke ontruiming of handhaving, zelfs in objectief gevaarlijke situaties. Eén voorbeeld uit de evaluatie: een bouwvallig corporatiepand werd ondanks instortingsgevaar niet ontruimd, omdat renovatie pas anderhalf jaar later zou plaatsvinden.

Dit roept vragen op over de consistentie in risicogericht toezicht, een kernprincipe van de Omgevingswet.

Rechtspositie krakers: in praktijk zelfs versterkt

Een onverwachte uitkomst: de nieuwe wet heeft de rechtsbescherming van krakers niet uitgehold, zoals vooraf gevreesd werd, maar in de praktijk zelfs versterkt. Waarom?

  • Iedere strafrechtelijke ontruiming móét nu door een rechter‑commissaris worden getoetst.

  • Voorheen kwam een rechter er alleen aan te pas als krakers zelf een kort geding startten.

  • De bewijslast ligt nu bij het Openbaar Ministerie, niet bij de krakers.

Dat betekent dat de overheid beter moet onderbouwen waarom ontruiming noodzakelijk is, en dat niet snel meer kan worden ontruimd op basis van alleen een aangifte.

Conclusie: effect op leefomgevingshandhaving beperkt, maar inzichten waardevol

Voor het omgevingsrecht laat dit onderzoek zien dat:

  • het strafrechtelijke spoor bij kraken sneller werkt, maar niet vaker wordt ingezet;

  • de verwachte verschuiving van civiel naar strafrecht niet heeft plaatsgevonden;

  • de bestuursrechtelijke handhavingsroute onderbenut blijft;

  • samenwerking tussen OM, politie, gemeente en omgevingsdienst cruciaal blijft;

  • leegstand en langdurige vergunningprocedures belangrijke achterliggende factoren zijn.

Het rapport benadrukt dat de Wet handhaving kraakverbod in de praktijk slechts een beperkt deel van de kraakzaken raakt, en daarom geen grote verandering teweegbrengt in het leefomgevingsdomein. Maar de inzichten over huisrecht, leegstand, veiligheid en gemeentelijke handhaving zijn waardevol in het licht van de Omgevingswet.

Lees het rapport

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.