De uitvoering van de Wet open overheid (Woo) blijft stroef verlopen en leidt tot zorgen in de Eerste Kamer. Dat blijkt uit nieuwe stukken waarin de staatssecretaris van Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid ingaat op vragen van de fracties van GroenLinks‑PvdA, BBB en D66. De vragen komen na eerdere toezeggingen en na jaren waarin voortgang traag en onoverzichtelijk verliep. De beantwoording, die door interdepartementale afstemming opnieuw vertraging opliep, geeft een inkijk in de knelpunten die de overheid ervaart bij het realiseren van een transparanter informatiehuis.

De complexiteit van de Woo is een terugkerend thema. De Eerste Kamer uit stevige kritiek op het feit dat de Kamer gedurende een periode van ruim tweeënhalf jaar nauwelijks inhoudelijk is bijgepraat over het onderzoek naar de toetreding tot het Verdrag van Tromsø, het Europese kader voor toegang tot overheidsinformatie. Hoewel de staatssecretaris benadrukt dat het “nooit de bedoeling kan zijn” dat de Kamer niet adequaat wordt geïnformeerd, erkent hij dat de voortgang op dit onderdeel vrijwel stil lag. De beperkte capaciteit voor diepgaande juridische beoordeling heeft daarin een doorslaggevende rol gespeeld, waardoor het onderzoek uiteindelijk is stilgelegd.
Ook de generieke Woo‑voorziening (GWV) — de nieuwe digitale infrastructuur die de actieve openbaarmaking van overheidsinformatie moet gaan dragen — blijkt achter te lopen op de oorspronkelijke planning. Na het mislukken van PLOOI is gekozen voor een fundamenteel andere architectuur, waarbij documenten gedecentraliseerd bij bestuursorganen blijven en via open.overheid.nl vindbaar worden. Die keuze moet technische risico’s beperken, maar brengt volgens het ministerie ook een trager ontwikkeltempo met zich mee. De invulling van zeventien informatiecategorieën, die stapsgewijs verplicht actief openbaar moeten worden gemaakt, vraagt bovendien om forse aanpassingen binnen uiteenlopende bestuurslagen. Een onafhankelijk onderzoek moet dit jaar duidelijk maken of de huidige aanpak realistisch is en wat er nodig is om de ontwikkeling beheersbaar te houden.
Medeoverheden geven ondertussen aan dat zij in de knel komen door de vereisten van de Woo. Kleine gemeenten en waterschappen, vaak met beperkte capaciteit, ervaren dat omvangrijke Woo‑verzoeken de dagelijkse dienstverlening onder druk zetten. De staatssecretaris wijst erop dat bij de invoering van de wet al extra middelen zijn verstrekt, maar sluit niet uit dat aanvullende compensatie nodig kan zijn. Het lopende onderzoek naar de uitvoeringslasten en de bredere wetsevaluatie zullen bepalen of verdere maatregelen nodig zijn. Vooruitlopend daarop werkt het ministerie aan praktische hulpmiddelen, zoals een handreiking voor de antimisbruikbepaling en de Samenwerkwijzer van het ACOI, om verzoeken efficiënter af te handelen.
Een ander gevoelig dossier is de openbaarmaking van emissiegegevens. De motie‑Flach en Van der Plas verzoekt het kabinet om in Europees verband steun te zoeken voor een nauwkeurigere afbakening van het begrip, zodat onder meer woonadressen van agrariërs beter kunnen worden beschermd. De staatssecretaris benadrukt dat een inperking geen doel op zich is, maar erkent dat een afbakening wel kan leiden tot minder vergaande openbaarmaking. Daarbij speelt mee dat het huidige Europese regelgevingskader weinig ruimte laat om persoonlijke belangen van veehouders mee te wegen, iets wat door de Raad van State eerder is bevestigd. In een toegezegde brief wordt later dit jaar ingegaan op mogelijke vervolgstappen.
Ondertussen groeit de hoeveelheid openbaar gemaakte documenten gestaag. Inmiddels zijn er via open.overheid.nl meer dan 650.000 stukken doorzoekbaar. De overheid ziet dit als bewijs dat actieve openbaarmaking echt op gang komt. Het platform moet burgers, journalisten en maatschappelijke organisaties in staat stellen beleid en besluitvorming beter te volgen. Toch is de trend nog niet voldoende om het structurele probleem van trage afhandeling volledig te doorbreken. Hoewel het aantal tijdig afgehandelde Woo‑verzoeken in 2025 is gestegen, blijft de gemiddelde doorlooptijd van 188 dagen een pijnpunt — ver boven de wettelijke termijn.
Met de omvangrijke wetsevaluatie die dit jaar van start gaat, staat de Woo op een belangrijk kruispunt. De uiteindelijke vraag is niet alleen of de wet doet wat hij belooft, maar ook of de overheid in de praktijk kan leveren wat zij wettelijk verplicht is: tijdige, begrijpelijke en toegankelijke openbaarheid van bestuur. Voorlopig is duidelijk dat de weg naar een transparantere overheid langer en technischer blijkt dan gehoopt, en dat het parlement de vinger strak aan de pols houdt.