Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Verzamelbrief bodem en ondergrond

Met deze brief informeer ik u over verschillende onderwerpen ten aanzien van bodem en ondergrond. De volgende onderwerpen komen aan de orde:

19 December 2025

Kamerstuk: kamerbrief

Kamerstuk: kamerbrief

Met deze brief informeer ik u over verschillende onderwerpen ten aanzien van bodem en ondergrond. De volgende onderwerpen komen aan de orde:


• Update herijking bodemregelgeving
• Stand van zaken bestuurlijke afspraken bodem en ondergrond 2023–2030
• EU-richtlijn Bodemmonitoring en veerkracht
• Programma Bodem, Ondergrond en Grondwater

Lees de volledige brief in PDF

Bijlagen

Bijlage 1 Onderliggende beslisnota verzamelbrief bodem en ondergrond

Beleidsnota | 19-12-2025

Bijlage 5 Reactienota NRD Bodem, Ondergrond en Grondwater

Rapport | 19-12-2025

Bijlage 2 Oplegnotitie rapport analyse potentie nazorg en stortlocaties Nederland

Rapport | 19-12-2025

Bijlage 4 NRD - Programma Bodem Ondergrond en Grondwater

Rapport | 19-12-2025

Bijlage 3 Rapport analyse potentie nazorg en stortlocaties Nederland revisie 02 - definitief

Rapport | 19-12-2025

Samenvatting van de brief:

Modernisering (herijking) van de bodemregelgeving

Uitkomst fase 1
De herijking van de bodemregelgeving bestaat uit 2 fasen. In fase 1 van de herijking is een inventarisatie uitgevoerd naar mogelijke knelpunten uit de uitvoeringspraktijk met de toepassing van secundaire bouwstoffen, hergebruik van grond en bagger en saneringen. Op basis van knelpunten zijn verbeterpunten geformuleerd en zijn vervolgens beleidsopties afgewogen. Uitvoerbaarheid, verbetering van toezicht en handhaafbaarheid zijn daarbij belangrijk.

Met de brieven van 12 november 2024 en 17 april 2025 is uw Kamer nader geïnformeerd over de stand van zaken van de herijking van de bodemregelgeving en over de voorgestelde maatregelen voor saneringen. Over de voorgenomen maatregelen voor grond en bagger neem ik op korte termijn een besluit. Hierover zal ik u in het eerste kwartaal van 2026 informeren.

Met deze brief informeer ik u over de voortgang en de aanvullende maatregelen die ik wil treffen voor secundaire bouwstoffen. Deze maatregelen worden nu verder uitgewerkt. Een aantal van de maatregelen uit fase 1 van de herijking wordt meegenomen in het te ontwikkelen beleidskader dat is aangekondigd in de Kamerbrief van 22 september jl. In een separate brief zal ik het beleidskader secundaire bouwstoffen nader toelichten.

Secundaire bouwstoffen
Uit de evaluatie van het normenkader door het RIVM die op 9 september 2024 aan uw Kamer is aangeboden, is gebleken dat de geconstateerde milieuproblemen vooral veroorzaakt worden door onjuiste toepassing, toepassing van (te) grote hoeveelheden en het optreden van milieueffecten als gevolg van specifieke eigenschappen die sommige bouwstoffen hebben, zoals een hoge pH. Naast de analyse van het RIVM is een gedegen knelpuntenanalyse uitgevoerd. Bedrijfsleven en andere overheden zijn hierbij ook geraadpleegd. Uit deze analyse kwam prominent naar voren dat meer grip en meer zicht op bouwstoffen noodzakelijk is. De geformuleerde maatregelen grijpen hier op aan.

1. Kennisdocument inzake toepassen secundaire bouwstoffen
Om bestaande kennis beter te ontsluiten en beschikbaar te maken bij toezicht en handhaving wordt nu samen met medeoverheden en bedrijfsleven een kennisdocument ontwikkeld. Daarin wordt de meest relevante beschikbare kennis over secundaire bouwstoffen en de achtergronden van geldende kaders samengebracht. Dit kennisdocument voorziet in een korte termijn behoefte van belanghebbenden vanuit de overheid en het bedrijfsleven. Dit kennisdocument is in 2026 gereed.

2. Het begrip ‘functionaliteit’
Er zijn meer handvatten nodig om invulling te geven aan het begrip ‘functionaliteit’. Er worden grotere hoeveelheden bouwstoffen toegepast dan noodzakelijk voor de functie van een werk en worden soms toegepast terwijl dit geen functie heeft. Op grond van de regelgeving is dit niet toegestaan. IenW ontwikkelt daarom samen met het bedrijfsleven en de medeoverheden een voorbeeldenboek of checklist om meer duidelijkheid te geven over het begrip ‘functionaliteit’. Dit zal in 2026 gereed zijn. Op basis daarvan wordt tevens bekeken of en op welke wijze de definitie van ‘functionaliteit’ zal worden aangescherpt in de regelgeving.

3. Onderzoek RIVM van pH in secundaire bouwstoffen
In de tweede helft van 2026 worden de resultaten verwacht van het onderzoek van het RIVM naar de vraag welke eigenschappen van secundaire bouwstoffen het pH-effect in combinatie met de omstandigheden van de toepassing kunnen verklaren en voorspellen. De resultaten zullen als basis dienen voor maatregelen waarin beter rekening gehouden wordt met de pH-effecten. Dit kan bijvoorbeeld middels het verduidelijken en, zo nodig, aanscherpen van toepassingseisen.

In afwachting van de uitkomsten van dat onderzoek is, specifiek voor staalslak, op 23 juli een tijdelijke regeling in werking getreden. Voor de maatregelen die specifiek zijn of worden getroffen voor staalslak wordt verwezen naar een separate Kamerbrief over dit onderwerp, die u spoedig ontvangt.

4. Het toepassen van bepaalde secundaire bouwstoffen aanwijzen als Kwalibo-werkzaamheid
Uit de analyse blijkt dat er mogelijkheden zijn om de toepassingen, of de controle daarop, van bepaalde secundaire bouwstoffen als werkzaamheid onder Kwalibo aan te wijzen. De noodzaak om deze maatregel te treffen zal worden gewogen binnen het beleidskader secundaire bouwstoffen.

5. Registratie secundaire bouwstoffen
Registratie van de toepassing van secundaire bouwstoffen vind ik van groot belang. Uit de analyse van de herijking volgt dat een registratieplicht een goede maatregel is om hier invulling aan te geven. De maatregel wordt meegenomen in het beleidskader secundaire bouwstoffen.

Met het oog op registratie is het belangrijk dat voldoende informatie beschikbaar is over de toepassing van secundaire bouwstoffen. Ik bekijk met de bevoegde gezagen welke aanvullende informatiebehoefte er is bovenop de bestaande informatieplichten voor bodemas en immobilisaat en de in voorbereiding zijnde meldplicht voor staalslak. In de zomer van 2026 wordt uw Kamer geïnformeerd over de voortgang op dit punt.

Met bovengenoemd sluit ik fase 1 van de herijking bodemregelgeving af.

Start fase 2
Inmiddels is gestart met fase 2 van de herijking. Dit betreft de meer fundamentele herziening van de bodemregelgeving. Toegewerkt wordt naar actuele en toekomstbestendige kaders voor een gezond, veerkrachtig en functioneel bodem- en grondsysteem voor de lange termijn.

Belangrijke uitgangspunten voor nieuwe regelgeving zijn meer grip, inzicht en handvatten voor toezicht in de bodemregelgeving. Ook wordt aangesloten op Europese ontwikkelingen en nieuwe wetenschappelijke inzichten. U wordt in het eerste kwartaal van 2026 nader geïnformeerd over de verdere invulling.

Stand van zaken bestuurlijke afspraken bodem en ondergrond 2023–2030
In december 2022 zijn tussen IenW, IPO, VNG en UvW voor een periode van acht jaar bestuurlijke afspraken gemaakt over samenwerking op het gebied van bodem en ondergrond, waaronder bodemsanering en verbetering van de bodemkwaliteit. Op 29 december 2023 is de voortgang meegedeeld.

Samenwerkingsagenda
Het opzetten van een geregelde overlegstructuur met diverse inhoudelijke werkgroepen tussen IenW en de koepels van medeoverheden heeft gezorgd voor een goed functionerende interbestuurlijke samenwerkingsagenda. De goede samenwerking is belangrijk voor de benodigde afstemming tussen alle overheden bij onder meer de herijking van de bodemregelgeving, de implementatie van de Europese bodemmonitoringsrichtlijn en het programma bodem, ondergrond en grondwater. Partijen proberen via deze samenwerkingsagenda als één overheid te handelen op het thema bodem en ondergrond.

Bodemherstelopgave
De afronding van de historische spoedlocaties loopt voorspoedig. Van de in 2024 gerapporteerde 1.734 locaties zijn er 1.008 afgerond, 590 locaties zijn in uitvoering en bij 136 locaties moet de sanering nog starten. De huidige prognose is dat in 2027 78% is afgerond.

Tegelijkertijd erkennen alle partijen dat na het aflopen van de bestuurlijke afspraken in 2030 de bodemsaneringsoperatie niet is afgerond. Dit vraagt om voortzetting van de samenwerking, onder meer voor PFAS-verontreinigingen, langdurige nazorg en gebiedsgerichte aanpakken.

Financiering van de bodemherstelopgave
In 2024 is de Tijdelijke regeling uitkering bodem 2024–2030 opgesteld. Met deze regeling worden gemeenten en provincies ondersteund bij de aanpak van bodemverontreiniging zonder aansprakelijke partijen. Voor de aanvraagronde in februari 2026 wordt 109 miljoen euro beschikbaar gesteld.

Toekomstbestendige nazorg
In het kader van toekomstbestendige nazorg wordt gewerkt aan het langdurig borgen van nazorg en het benutten van de ruimtelijke potentie van nazorglocaties en voormalige stortplaatsen voor maatschappelijke opgaven. Uit onderzoek blijkt dat er circa 26.000 nazorglocaties en circa 9.800 voormalige stortplaatsen zijn.

Kennis
Binnen de bestuurlijke afspraken is afgesproken in te zetten op kennisontwikkeling en kennisdoorwerking. In totaal wordt 4,32 miljoen euro uitgetrokken om op provinciaal niveau een kennisfunctie in te richten. Op landelijk niveau wordt een programmeertafel ingericht voor kennisprogrammering.

Kennis- en Innovatieprogramma PFAS
Voor het Kennis- en Innovatieprogramma PFAS is 11 miljoen euro gereserveerd. Het programma richt zich op kennisdeling, netwerkmanagement en innovatie met als doel PFAS beter en goedkoper af te breken en te verwijderen.

Monitoring
Uit onderzoek blijkt dat een volledige monitoring van de VTH-bodemtaken onder de Omgevingswet niet goed in te richten is, maar wel dat gemeenten prioriteit geven aan wettelijke bodemtaken.

EU-richtlijn Bodemmonitoring en veerkracht
De richtlijn Bodemmonitoring en Veerkracht is vastgesteld en treedt op 16 december 2025 in werking. De richtlijn bevat een aanpak voor monitoring en beoordeling van bodems met als langetermijnstreefdoel een gezonde bodem in 2050.

Implementatie
De omzetting in nationale wetgeving moet uiterlijk 16 december 2028 gereed zijn. Decentrale overheden zijn betrokken bij de implementatie.

Programma Bodem, Ondergrond en Grondwater
Het programma wordt verder uitgewerkt. Een ontwerpprogramma en plan-MER worden komend jaar opgeleverd. De reacties op de Notitie Reikwijdte en Detailniveau zijn verwerkt en vormen de basis voor de plan-MER.

Hoogachtend,

A.A. (Thierry) Aartsen

Artikel delen