De nieuwste Landelijke Monitor Voortgang Woningbouw (najaar 2025) toont een dubbel beeld van de Nederlandse woningbouwopgave. Aan de ene kant is er op papier ruim voldoende plancapaciteit om de nationale doelstelling van 100.000 nieuwe woningen per jaar te halen. Aan de andere kant blijkt de daadwerkelijke realisatie achter te lopen, mede door vertraagde planvorming, juridisch niet‑harde plannen en verschillen in datalevering tussen provincies.

Uit de monitor blijkt dat er voor de periode 2025 tot en met 2030 landelijk 932.300 woningen in de plannen staan. Dat is meer dan genoeg om de resterende woningbouwopgave van 702.100 woningen te realiseren en sluit aan bij de doelstelling om het woningtekort in 2030 terug te brengen naar 2%. Ongeveer de helft van deze plannen is planologisch hard; de andere helft is nog zacht en moet via omgevingsplanwijzigingen of vergunningverlening worden geconcretiseerd. Juist die categorie bepaalt of de doelstelling daadwerkelijk kan worden gehaald, omdat zachte plannen op korte termijn vaak nog niet uitvoerbaar zijn.
De Kamerbrief onderstreept daarom de noodzaak om deze plannen versneld bestuurlijk hard te maken. Provincies en gemeenten worden opgeroepen “alles op alles te zetten” om procedures te versnellen en omgevingsplannen op tijd vast te stellen. De plancapaciteit verschilt daarbij sterk per regio. Limburg, Fryslân en delen van Overijssel hebben een relatief grote harde plancapaciteit en een hoge voortgang, terwijl met name Flevoland, de Randstadregio’s en een aantal Brabantse regio’s achterblijven. Landelijk is 71% van de woondealafspraken inmiddels gerealiseerd, vergund, in aanbouw of vastgelegd in harde plannen. Al met al voldoende basis, maar het laat tegelijk zien dat een aanzienlijk deel nog in procedure is en dus kwetsbaar voor vertraging.
Het rapport schetst ook structurele trends. Binnenstedelijke woningbouw blijft dominant: twee derde van alle geplande woningen ligt in transformatiegebieden of verdichtingslocaties. Ook neemt het aandeel appartementen verder toe, vooral in Zuid-Holland, Utrecht en Noord-Holland. Tegelijkertijd is het aandeel betaalbare woningen in de plannen relatief hoog (68%), maar verschilt dit sterk per regio. De voorraad tijdelijke woningen groeit, maar blijft met 18.000 geplande units beperkt in verhouding tot de vraag. Ook voor ouderen geschikte woningen nemen toe, al is de kwaliteit van de hierover aangeleverde data wisselend.
Met de lancering van de Nationale Woningbouwkaart worden alle openbare plannen nu toegankelijk in één digitaal dashboard. Dit moet niet alleen zorgen voor transparantie richting burgers en marktpartijen, maar ook helpen om de voortgang beter te monitoren en knelpunten in kaart te brengen. Op dit moment ontbreken nog gedetailleerde plangegevens uit vijf provincies; deze worden naar verwachting de komende maanden alsnog toegevoegd.
Het totaalbeeld is daarmee helder: Nederland heeft genoeg plannen om het woningtekort terug te dringen, maar de sleutel ligt in de uitvoerbaarheid. Zolang grote delen van de plancapaciteit nog niet planologisch hard zijn, blijven politieke ambities afhankelijk van versnelling in besluitvorming, capaciteit bij gemeenten en de praktische haalbaarheid van binnenstedelijke bouwlocaties. De monitor benadrukt dat de opgave fors is – en dat alleen door stabiele procedures, tijdige planvaststelling en intensieve samenwerking tussen overheden het doel van een groeiende en betaalbare woningvoorraad kan worden bereikt.
Beslisnota bij Kamerbrief over rapport 'Landelijke Monitor Voortgang Woningbouw'