Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:GHARL:2024:3143

6 May 2024

Uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden

Zaaknummer

: Wahv 200.334.303/01

CJIB-nummer

: 246811555

Uitspraak d.d.

: 6 mei 2024

Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank

Zeeland-West-Brabant van 18 augustus 2023, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .

De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.

De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.

De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.

De advocaat-generaal heeft daarop gereageerd.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 400 voor: “Als bestuurder van een motorvoertuig of als brom- of snorfietser onnodig geluid veroorzaken”. Deze gedraging zou zijn verricht op 7 januari 2022 om 11:37 uur op de Staringstraat in Oosterhout met het voertuig met het kenteken [kenteken] . De officier van justitie heeft het bedrag van de sanctie verlaagd naar € 250.

2. De gemachtigde van de betrokkene voert in hoger beroep aan dat de ambtenaar niet heeft geadstrueerd waaruit het onnodig geluid veroorzaken bestond. De kantonrechter is onvoldoende op het uitgebreide beroep ingegaan. De gemachtigde verzoekt om de brief van het openbaar ministerie, waarin wordt verzocht om aanvullende informatie, aan het dossier toe te voegen om te kunnen beoordelen of sprake is geweest van een sturende vraagstelling richting de ambtenaren. Het is opvallend dat de ambtenaren pas in het aanvullend proces-verbaal met bepaalde informatie komen, terwijl eerder een WOK-melding op de auto is gezet vanwege een niet gasdichte uitlaat. Het enkele feit dat er een klep aanwezig is die bediend kan worden, maakt nog niet dat er geen gasdichte uitlaat is en dat er onnodig geluid wordt veroorzaakt. De gemachtigde meent verder dat de beslissing van de officier van justitie onzorgvuldig is genomen, nu de gedraging op basis van het zaakoverzicht niet kon worden vastgesteld en pas na het instellen van beroep navraag is gedaan bij de ambtenaren.

3. De verweten gedraging betreft een overtreding van artikel 57 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), dat luidt: “Bestuurders van een motorvoertuig, bromfietsers en snorfietsers mogen met hun voertuig geen onnodig geluid veroorzaken.”
Uit vaste rechtspraak volgt dat bij de beoordeling of sprake is van het veroorzaken van onnodig geluid in de zin van het hierboven genoemde artikel, het normale, geaccepteerde, door dat motorvoertuig veroorzaakte geluid, als uitgangspunt wordt genomen.

4. De verklaring van de ambtenaren in het zaakoverzicht houdt onder meer het volgende in:

“Ik (…) zag dat voertuig was voorzien van een afwijkende uitlaat. Onder het voertuig tussen de sport einddemper en tussen demper was een kleppensysteem aanwezig, welke elektronisch bediend kan worden. Het uitlaat geluid welke dit voertuig produceerde tijdens stationair draaien alsmede bij rijden was hoorbaar veel luider dan bij een zelfde type voertuig met originele uitlaat. (…)

Verklaring betrokkene: Mijn auto heeft een sport uitlaat met elektrische kleppen bediening. Ik vind dit uitlaat geluid mooi. Ik houd in de woonwijk wel rekening met de omwonenden en doe de uitlaat kleppen dicht.”

5. Door de officier van justitie is bij brief van 29 december 2022, naar aanleiding van het ingestelde beroep tegen de beslissing op het administratief beroep, verzocht om nadere informatie van de ambtenaar. Deze brief bevond zich reeds in het dossier en is op verzoek van de gemachtigde in hoger beroep nogmaals verstrekt. In dit aanvullend proces-verbaal van 12 januari 2023 verklaart de één van de ambtenaren nog als volgt:
“Genoemde feitcode R522 is juist. Door beide rapporteurs werd betrokkene rijdend (…) waargenomen (…) terwijl hij als bestuurder met dit motorvoertuig onnodig geluid veroorzaakte door hoorbaar tijdens het rijden en later bij zijn staande houding zeer luid uitlaat geluid te produceren met dit motorvoertuig. (…)
Tijdens de staande houding (…) werd zijn motorvoertuig onderworpen aan een visuele inspectie. Daarbij werd waargenomen (…) dat sprake was van een afwijkend uitlaatsysteem, zoals verwoord in het proces-verbaal inclusief enkele fotografische afbeeldingen. (…)

Door de kentekenbevraging was al bekend dat het motorvoertuig een VW POLO GTI betrof. Dit deed niets af aan het onnodig geluid veroorzaken tijdens het rijden, welke zodanig luid was dat rapporteurs van mening waren dat het geproduceerde geluid zeer hinderlijk en ongewenst was voor de overige verkeersdeelnemers alsmede omwonenden in de directe nabijheid van genoemde locatie binnen de bebouwde kom van de gemeente Oosterhout Nb.”

Een afschrift van het brondocument en een tweetal foto’s van de uitlaat zijn bijgevoegd.

6. Het hof is van oordeel dat geen sprake is geweest van een sturende vraagstelling, nu de officier van justitie niet meer heeft gedaan dan relevante vragen stellen. De gemachtigde heeft ook niet meer gereageerd, nadat de brief van 29 december 2022 in hoger beroep (nogmaals) aan het dossier is toegevoegd. Aldus bestaat geen reden om het aanvullend proces-verbaal van de ambtenaar buiten beschouwing te laten of om aan de inhoud daarvan te twijfelen. Evenmin maakt het opvragen van een aanvullend proces-verbaal, nadat beroep is ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie waarbij nieuwe gronden zijn aangevoerd, dat sprake is van schending van de zorgvuldigheidsplicht als bedoeld in artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht.

7. De kantonrechter heeft overwogen dat uit de verklaring van de ambtenaar voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd is verricht en ziet in wat de betrokkene heeft aangevoerd geen reden om daaraan te twijfelen. Een geluidsmeting is volgens de kantonrechter niet nodig om de gedraging vast te stellen en dat het voertuig gekeurd is sluit niet uit dat er onnodig geluid mee gemaakt kan worden.

8. Anders dan de gemachtigde stelt, heeft de ambtenaar toegelicht waaruit het onnodige geluid bestond, namelijk dat het geluid van de uitlaat zowel tijdens het stationair draaien als bij het rijden hoorbaar veel luider was dan bij eenzelfde type voertuig een originele uitlaat en dat dit geluid zeer hinderlijk en ongewenst was voor de overige verkeersdeelnemers alsmede omwonenden. Hieruit volgt genoegzaam dat de ambtenaar heeft kunnen vaststellen dat het voertuig van de betrokkene beduidend meer geluid maakte dan als normaal kan worden beschouwd.

9. Dat sprake was van een aangepast uitlaatsysteem doet aan het voorgaande niet af. In het arrest van dit hof van 23 juli 2018 (ECLI:NL:GHARL:2018:6729) heeft het hof overwogen dat artikel 57 van het RVV 1990 een gedragsregel is, die verbiedt om een voertuig op zodanige wijze te gebruiken dat onnodig geluid wordt veroorzaakt en dat dit voorschrift en de uitleg daarvan door het hof niet zijn aan te merken als een uitbreiding op de permanente voertuigeisen in de Regeling voertuigen. Rijden met een voertuig waarvan de uitlaat is veranderd, waardoor geluidsnormen worden overschreden, kan ook een overtreding van permanente voertuigeisen opleveren. Dat betekent echter niet dat een ambtenaar geen sanctie kan opleggen voor onnodig geluid veroorzaken, wanneer hij constateert dat met een dergelijk voertuig op de openbare weg buitensporig geluid wordt gemaakt. Voertuigeisen en gedragsregels kunnen naast elkaar bestaan.

10. Geconcludeerd wordt dat de kantonrechter het beroep terecht ongegrond heeft verklaard. Voor een proceskostenvergoeding is geen aanleiding

De beslissing

Het gerechtshof:

bevestigt de beslissing van de kantonrechter;

wijst het verzoek om een proceskostenvergoeding af.

Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Verstraaten als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.

Artikel delen