Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBAMS:2026:3930

Overeenkomst voor het bouwen van een app. Eiser stelt dat gedaagde tekort geschoten is in de nakoming van haar verplichtingen door de app niet op tijd op te leveren, kosten te overschrijden en/of de app niet gratis af te maken. Ook zou gedaagde aansprakelijk zijn voor het niet goed onderhouden van de bestaande app van eiser. De rechtbank wijst de vorderingen af; geen verzuim door ontbreken fata...

Rechtbank Amsterdam 24 April 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBAMS:2026:3930 text/xml public 2026-04-24T16:43:44 2026-04-21 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2026-04-22 771110 HA ZA 25-1193 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Proceskostenveroordeling Schadevergoedingsuitspraak NL Amsterdam Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2026:3930 text/html public 2026-04-24T14:55:30 2026-04-24 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2026:3930 Rechtbank Amsterdam , 22-04-2026 / 771110 HA ZA 25-1193
Overeenkomst voor het bouwen van een app. Eiser stelt dat gedaagde tekort geschoten is in de nakoming van haar verplichtingen door de app niet op tijd op te leveren, kosten te overschrijden en/of de app niet gratis af te maken. Ook zou gedaagde aansprakelijk zijn voor het niet goed onderhouden van de bestaande app van eiser. De rechtbank wijst de vorderingen af; geen verzuim door ontbreken fatale termijnen. Moest gedaagde de app gratis afbouwen? Er was weliswaar schijn van volmachtvertegenwoordiging, maar de toezegging van de developer gaat niet zo ver als eiser wil (wilsvertrouwensleer). Ook geen tekortkoming ten aanzien van onderhouden oude (al niet goed werkende) app, eiser heeft dat deel van de opdracht uit eigen beweging opgezegd.
RECHTBANK Amsterdam
Civiel recht

Zaaknummer: C/13/771110 / HA ZA 25-1193

Vonnis van 22 april 2026

in de zaak van

de rechtspersoon naar buitenlands recht

[eiser] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] (Portugal),

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser] ,

advocaat: mr. M. Dijkstra,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DTT MULTIMEDIA B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde partij,

hierna te noemen: DTT,

advocaat: mr. R. van Mansfeld.
<nr>1</nr>De procedure 1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 28 mei 2025 met producties,

- de conclusie van antwoord met producties,

- het tussenvonnis van 15 oktober 2025 waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 23 februari 2026, met de daarin genoemde stukken.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
<nr>2</nr>De feiten 2.1.
[eiser] is een vennootschap naar Portugees recht. [eiser] wordt geleid door [naam 1] , een neef van [naam 2] (hierna: [naam 1] ). [bedrijf] B.V. (hierna: [bedrijf] ) wordt geleid door [naam 3] , een zoon van [naam 2] (hierna [naam 3] ). [eiser] en [bedrijf] exploiteren commerciële activiteiten die verband houden met de zogeheten ‘ [speciale ademhalingstechniek] ’. Dit is de methode gerelateerd aan [naam 2] , ook bekend onder de naam ‘ [alias] ’. De “ [speciale ademhalingstechniek] ” ziet op het combineren van ademhaling, koudetraining en focus.
2.2.
DTT is een onderneming gericht op de ontwikkeling, productie en uitgave van software (apps, games en weboplossingen).
2.3.
In het kader van hun activiteiten gebruiken [eiser] en [bedrijf] een mobiele app, in twee aparte versies voor twee besturingssystemen: een “native” app voor Android telefoons en een “native” app voor Apple telefoons (hierna: de Native-apps). Deze apps zijn door een derde softwareleverancier ontwikkeld. Deze bevatten wellness-hulpmiddelen voor dagelijkse sessies van de ‘ [speciale ademhalingstechniek] ’.
2.4.
[bedrijf] heeft in 2021 in de markt geïnventariseerd wie bereid en in staat was om de doorontwikkeling van de Native-apps uit te voeren. Zo kwam zij in contact met DTT. DTT heeft de Native-apps gescreend en een eerste code-evaluatie gedaan en daarover een rapport uitgebracht op 21 september 2021. [bedrijf] heeft de opdracht uiteindelijk niet aan DTT gegund, maar aan een andere ontwikkelaar.
2.5.
De Native-apps werkten niet naar behoren en daarom wilde [bedrijf] overstappen naar (weer) een andere ontwikkelaar. Zo kwam [bedrijf] / [eiser] in 2023 opnieuw in contact met DTT. Op 11 mei 2023 heeft [eiser] bij DTT geïnformeerd naar de mogelijkheden om Strapi, een content management systeem (hierna: Strapi) te implementeren in de Native-apps. [eiser] liet DTT weten dat de tool ‘Strapi’ was gebruikt om een “headless CMS” op te zetten, en dat de ‘end points’ waren geschreven en geïmplementeerd in hun ‘backend’. Volgens [eiser] moest Strapi nog worden geïmplementeerd op de ‘frontend’ voor zowel iOS als Android.
2.6.
Met het oog op de implementatie van Strapi, en het door [eiser] gewenste algehele beheer en de doorontwikkeling van de Native-apps, heeft DTT in augustus 2023 een tweede code-evaluatie uitgevoerd. Naar aanleiding daarvan heeft DTT op 22 augustus 2023 een offerte toegestuurd aan [naam 1] ( [eiser] ) en [naam 3] ( [bedrijf] ) die, voor zover van belang, luidt als volgt:

“(…)

We adviseren om de nieuwe versie van de [eiser] app te ontwikkelen in Flutter, een open-source UI software ontwikkelingskit gemaakt door Google. (…) Een voornaamste voordeel, zoals kort al besproken, is dat Flutter ons in staat stelt om één codebase te gebruiken voor zowel iOS als Android. Dit scheelt aanzienlijk in tijd en kosten voor het ontwikkelen, testen, publiceren – en later uitbouwen – van de mobiele apps.

(…)

(…)

Tijdens ons overleg hebben wij gesproken over het streven de vernieuwde [speciale ademhalingstechniek] (Flutter) applicaties te lanceren in januari, 2024. Om een lancering in januari haalbaar te maken, adviseren wij de werkzaamheden in te richten volgens de Agile Scrum methodiek. Een methodiek met een focus op iteratief samenwerken en snel schakelen op basis van voortschrijdend inzicht. Flexibiliteit en snelheid zijn belangrijke kenmerken van de Agile Scrum methodiek.

(…)

Op basis van de tot dusver verzamelde informatie verwachten wij binnen 6 tot 8 sprints te komen tot een publicatie van de MVP-variant van de Flutter app. DTT houdt sprints aan van 2 weken. Wij adviseren te beginnen met een capaciteit van 140 uur per sprint.

(…)

Om deze tijdslijn haalbaar te maken, dient DTT deze capaciteit te reserveren voor de maanden september, oktober, november, december (2023) en januari (2024). Wij reserveren hiervoor maandelijks een vast aantal uren, vervolgens kunnen we per sprint samen bepalen hoe wij deze uren inzetten. Deze werkwijze voorziet in zowel zekerheid als flexibiliteit.

(…)

Opvolgende sprints: regelmatige opleveringen, iteratief verbeteren en frequent samenkomen

Binnen onze Agile werkwijze verdelen wij de werkzaamheden over sprints van twee weken. Tijdens deze sprints werken we toe naar een volgende tussenlevering. Bij afloop van de sprint presenteren wij de voortgang, delen we een testbare levering met jullie, en reflecteren we samen op het verloop en de aankomende prioriteiten. Op deze manier houden we grip op de ontwikkeling en kunnen we werkzaamheden - waar nodig — op tijd bijsturen.

(…)
1.2.3
Betaalvoorwaarden

(…)

Hierbij een overzicht van de werking van de voorgestelde werkafspraken:

1. Wanneer wij een opdracht van jullie ontvangen, houden we hiervoor een administratie bij. We verantwoorden de werken tot in detail; a. uitgevoerde werkzaamheden, b. tijdsduur en c. billable/non-billable.

2. Over de reservering en facturatie:

a. DTT reserveert 140 uur per sprint (twee weken) voor acht sprints in de periode

september 2023 tot en met januari 2024,

b. DTT factureert per twee sprints, ofwel 280 uur per vier weken.

c. De factuur wordt 14 dagen vóór ingang van de twee sprints gedeeld met een

betaaltermijn van twee weken. [bedrijf] volbrengt de factuur vóór ingang van de

nieuwe sprint.

d. Om een opstart in begin september 2023 mogelijk te maken, deelt DTT de eerste

factuur in augustus 2023 met een aangepast (verkort) betaaltermijn.

3. Uren kunnen gedurende 24 maanden na facturatie worden ingezet, uren worden niet gecrediteerd. Als voorbeeld, de uren aangeschaft in oktober 2023 zijn inzetbaar tot en met 6 oktober 2025, de uren aangeschaft in november 2023 zijn inzetbaar tot en met november 2025, enzovoort.

4. Wanneer tijdens de maand meer uren nodig blijken te zijn voor het uitvoeren van de vooraf bepaalde werkzaamheden, worden extra gespendeerde uren aan het begin van de volgende maand gefactureerd.

5. De uren kunnen ook worden ingezet over de verschillende [bedrijf] werken, denk aan bijvoorbeeld; Flutter, iOS, Android, web, design, data-driven, of anders.

6. Eventueel benodigde reisuren worden voor 50% in rekening gebracht.

(…)

(…)
1.5
Fasering – [eiser] Flutter app

(…)

1. Basic functionaliteiten (MVP)

Voor fase 1 adviseren wij een focus op het ontwikkelen, testen en optimaliseren van de belangrijkste functionaliteiten van de oplossing. Hier gaan wij initieel uit van een doeltreffende opzet, waarbij we een focus leggen op de functionaliteiten van de huidige [eiser] app inclusief de implementatie van het Strapi Content Management Systeem (CMS).

De basic uitwerking is inclusief alle functionaliteiten binnen de huidige [eiser] app, waaronder:

A. Profile + badges

B. Exercises

C. Interactive breathing

D. Challenges

E. E-learning content

F. Progress tracker

G. In app subscriptions

H. Multilanguage

1. Customized guided breathing

J. More music options in guided breathing

K. [naam 2] ’s guidance in 20-day cold shower challenge

L. Offline video playback

M. Guided lcebath

N. Strapi Content Management Systeem (CMS)

(…)

De flexibiliteit van Strapi maakt het extra nuttig voor de [eiser] -app. Omdat het een headless CMS is, kan content worden gepusht naar elke frontend - of het nu een mobiele app, een website of een ander platform is - zonder dat er aanpassingen nodig zijn aan de backend. Dit zorgt voor consistentie in de inhoud en ervaring over verschillende platforms en apparaten heen. Bovendien stelt Strapi ontwikkelaars in staat om aangepaste API’s te bouwen, wat betekent dat de [eiser] -app kan worden

geïntegreerd met andere systemen en services om een nog rijkere gebruikerservaring te bieden.

(…).”
2.7.
Zijdens [eiser] / [bedrijf] is de offerte niet ondertekend, maar DTT is wel voor [eiser] / [bedrijf] aan de slag gegaan.
2.8.
Op 23 augustus 2023 heeft DTT de eerste factuur naar [bedrijf] gestuurd met als referentie “ [factuur] ”. De omschrijving vermeldt de aankoop van een strippenkaart van 280 uur, met een uurtarief van € 127,00, totaal € 35.560,00 exclusief btw, € 43.027,60 inclusief btw.
2.9.
Op 14 september 2023 heeft [naam 4] , als developer werkzaam bij DTT (hierna: de Developer), per e-mail een “indicative planning” voor de Flutter app naar [eiser] gestuurd. Deze planning bevat acht ‘sprints’ van twee weken in de periode van 4 september 2023 tot en met 15 januari 2024. Verder staat in de e-mail dat deze planning een initiële planning is, maar dat de planning steeds wordt aangepast op basis van nieuwe inzichten gedurende de werkzaamheden.
2.10.
In augustus 2023 heeft de Developer van DTT per e-mail het volgende aan [eiser] laten weten:

“(…)

Naar verwachting zijn er in totaal ~166 - 268 uur (inclusief Design, PM en QA) nodig om alle bovenstaande werken op te pakken. Werkzaamheden kunnen parallel aan ontwikkeling van de nieuwe Flutter app worden uitgevoerd. Graag vernemen wij met welk van bovenstaande werkzaamheden wij aan de slag kunnen.

(…).”
2.11.
DTT is in september 2023 gestart met het ontwikkelen van de Flutter app (de applicatie die ontwikkeld wordt door gebruik van de Flutter software) in de “Basic MVP-variant”. Daarnaast kreeg DTT opdracht om de Native-apps te onderhouden en verbeteren van, totdat de ontwikkeling en oplevering van de Flutter app was voltooid.
2.12.
Op 22 september 2023 heeft [eiser] aan DTT laten weten dat het haar streven is om de “ [eiser] app op 1 januari [2024, rb] te lanceren met de huidige functionaliteiten (…)”. Verder heeft [eiser] uitgesproken dat zij twee verbeteringen wil doorvoeren in 2024 (meer badges toevoegen en een community sectie), dat zij geregeld nieuwe content wil toevoegen aan de app (via Strapi) en de app wil onderhouden. Dit alles wilde zij samen met DTT uitvoeren. Indien zij naast de twee verbeteringen nog andere projecten zou “verzinnen”, wilde zij die ook samen met DTT uitvoeren.
2.13.
Op 21 november 2023 heeft [eiser] een e-mail gestuurd naar DTT waarin zij verschillende ideeën deelt die volgens haar mogelijk waardevol zijn om te implementeren in de te ontwikkelen Flutter app. DTT heeft daarop geantwoord dat zij ideeën graag genoteerd ziet in een gezamenlijk document zodat deze besproken kunnen worden in vergaderingen.
2.14.
Op 29 november 2023 heeft [eiser] in een e-mail aan DTT het volgende geschreven:

“Naar aanleiding van het gesprek wat we laatst met [naam 5] [ [naam 5] van DTT, rb] hebben gehad, zouden we de boel behouden zoals het nu in zijn werk gaat. Daarbij was er geen back-end werk nodig en zouden we dezelfde security breach hebben als die we nu al hebben om het werk te bespoedigen. Als er wel back end werk nodig is, dan kan het zijn dat we een andere keuze moeten maken. Als dit nu het geval is, moeten we bekijken wat er aan back end werk nodig is, en dan bepalen welke keuze we moeten maken. We gaan dus op deze manier een stap terug (twee weken!). Ik ga er dus wel vanuit dan dat er geen uren verloren gaan hierdoor aan jullie kant als we een andere keuze moeten maken en als dat wel het geval is verwacht ik wel dat jullie deze op jullie nemen.”
2.15.
Op 30 november 2023 heeft [naam 6] , [functie 1] van DTT (hierna: [functie 1] ), een update gegeven over de stand van zaken met betrekking tot de uren die [eiser] heeft ingekocht. In de e-mail staat ook het volgende:

“(…)

Projectvoortgang

(…) in lijn met het advies binnen de offerte is het de verwachting dat we begin januari nog extra sprints (en uren) nodig zullen hebben voor de afronding van het

project. De uren zijn uitgekomen boven de indicatie in de offerte, onder meer omdat het project ‘groter’ is geworden en er meer overleg/samenwerking is geweest met de backend partij, dan vooraf ingeschat. (…)

(…).”
2.16.
Op 5 december 2023 hebben [naam 1] (van [eiser] ) en [functie 1] van DTT telefonisch met elkaar gesproken. [naam 1] heeft onder andere aangegeven dat het hem een goed idee lijkt als er meer ‘streaks’ en ‘badges’ worden toegevoegd onder het mom van meer ‘gamification’. [naam 1] heeft erkend dat dit niet van te voren was besproken maar aangegeven dat hij wel graag die extra functionaliteiten zou willen toevoegen, en dat hij begrijpt dat [eiser] dan meer zou betalen maar dat zij er ook meer voor terugkrijgt.
2.17.
Op 2 januari 2024 heeft [naam 7] , werkzaam bij [eiser] , een e-mail gestuurd naar de Developer van DTT waarin onder andere staat dat [eiser] niet meer aan de Native-apps zal werken (“please note that we will no longer work on the Native app anymore”).
2.18.
Op 29 januari 2024 heeft de Developer van DTT per e-mail een overzicht gestuurd aan [eiser] met de “to-do’s” en “partly completed features”. De e-mail is verstuurd aan [naam 1] , met [functie 1] van DTT in de cc. De Developer schreef dat de verwachting van DTT was dat er twee extra sprints nodig zouden zijn. Voorts heeft de Developer het volgende geschreven:

“As discussed in our meeting on 18-01, we’ll focus first and foremost on ensuring all the functionalities available in the Native app are present at launch. Below an overview of these functionalities, this list includes todo’s and partly completed features.

• Guided Meditation

• Dark mode

• Multi language support

• Cold shower tool

• E-learning & Content

• Tools

• 20 Day Challenges

• Exercise logging (calendar, notes, etc)

• Results page (graphs, filters, etc)

• Profile page

• ln-app purchases (IAP)

• Badges gamification (unlocking animation)

• Badges tracking/unlocking

• Community feature - currently present in Native app

• Daily streak

• [speciale ademhalingstechniek] API Authentication

• Third party authentication with Facebook en Apple

• Offline mode /using the app without internet

• Data transfer from the Native apps (e.g. saved exercise results and other userdata)

We expect to need two more sprints. One full sprint focused on the completion of the

remaining features (sprint 9), and a follow-up sprint to finish up remaining tasks and work on any feedback you may have (sprint 10). For the exact sprint dates I will get back to you with a sprint planning detailing the focus and dates. The focus of the upcoming sprints is completion of the current functionalities (as details above).

(…)

Currently — 60 hours remain on the January punch card, we do not expect this to be enough to complete the works described above. However, we would like to take an extra step for the implementation of the functionalities (screenshot) and any blocking bugs by funding any extra hours needed at our expense. This as a token of our gratitude for the great collaboration so far, but also as an investment in our (long-term) relation.

(…).”
2.19.
Op 13 februari 2024 heeft de Developer van DTT een e-mail gestuurd naar [naam 1] ( [eiser] ), met onder andere [naam 5] ([functie 2] bij DTT) en [functie 1] van DTT in de cc. In die e-mail, die gaat over sprint 9 en de Flutter app, staat het volgende:

“(…)

As of our latest hour registration (updated 13-02) we have —30h remaining on the last punch card ( [nummer] ). As mentioned in my email of 29-01, DTT would like to do an extra step for the implementation of the functionalities (screenshot) and solving blocking bugs by funding extra hours.

(…).”
2.20.
Op 27 februari 2024 heeft de Developer van DTT een e-mail gestuurd naar [naam 1] ( [eiser] ), die gaat over sprint 10 en de Flutter app. Hierin staat het volgende:

“(…)

I will also get back to you with an indicative planning of the remaining works, as we originally intended for this to be the last sprint, but have not been able to complete the planned functionalities within the expected timeframe.

(…)

As of our latest hour registration (updated 27-02) we have no hours remaining on the last punch card ( [nummer] ). As mentioned in my email of 29-01, DTT would like to do an extra step for the implementation of the functionalities (screenshot) and solving blocking bugs by funding extra hours.

(…).”
2.21.
Op 1 maart 2024 heeft de Developer van DTT een e-mail gestuurd naar [naam 1] ( [eiser] ), waarin onder andere het volgende staat:

“(…)

The plan was to have all the functionalities (screenshot) completed by sprint 10. Complexity and important considerations regarding the data migration and relevant subjects as well as underestimations in the complexity exceeded our initial indications at the time of our last roadmap.

(…)

Based on the current status and progress we’ve made in the past sprints, we expect to need at least 2 more sprints from here on. It is also not in our interests to delay the timeline any further than necessary, but we want the app to be in a stable condition and the functionalities to be well structured for the future. Below the adjusted timelines:

(…).”
2.22.
Op 8 april 2024 heeft [eiser] een sommatiebrief gestuurd naar DTT met de volgende inhoud:

“(…)

Native Apps: De gemiddelde beoordelingsscore voor onze apps in de app stores ligt rond de 3 in de recente periode, wat aanzienlijk lager is dan ons doel en ook lager dan de periode voordat we werkten met DTT. We hebben ook een significante hoeveelheid subscribers over deze periode verloren en daarmee omzet. Dit is een direct gevolg van de bugs en de onvolledige implementatie van beloofde functies, ondanks de aanzienlijke tijd en middelen die aan deze projecten zijn besteed.

Flutter-app: Volgens onze oorspronkelijke afspraak zou de Flutter-app in januari 2024 worden geleverd. Tot laat in december en zelfs in januari werd ons verzekerd dat we op schema lagen en dat het zelfs leek alsof we qua uren onder de offerte zaten. Desondanks zijn we geconfronteerd met significante vertragingen en is de beloofde opleverdatum herhaaldelijk uitgesteld.

Ingebrekestelling en Eisen

Gezien de significante en herhaaldelijke vertragingen, en het feit dat de oplevering nu vier maanden na de oorspronkelijk overeengekomen datum ligt, stellen wij DTT hierbij formeel in gebreke. We eisen dat de Flutter-app binnen 30 dagen vanaf de datum van deze brief deugdelijk en volledig wordt opgeleverd. Dit is cruciaal voor het behoud van onze bedrijfsvoering en klanttevredenheid.

Dringend Verzoek tot Actie

We staan open voor een constructief gesprek om te begrijpen hoe DTT van plan is deze kwesties aan te pakken, met de volgende prioriteiten:

Een duidelijk en haalbaar plan voor de onmiddellijke aanpak van de problemen met de native apps, inclusief een tijdlijn voor wanneer we de resterende functies volledig geïmplementeerd kunnen verwachten.

Een realistische, nieuwe opleverdatum voor de Flutter-app binnen onze sommatietermijn van 30 dagen, met de verzekering dat verdere vertragingen zullen worden vermeden en dat de kwaliteit van het eindproduct niet in het geding komt. Een herziening van de communicatie en projectmanagementprocessen om transparantie en nauwkeurigheid in updates te waarborgen.

(…).”
2.23.
Partijen zijn met elkaar in gesprek gegaan en daarna heeft een e-mailwisseling plaatsgevonden over wat DTT volgens [eiser] nog zou moeten doen. DTT heeft in dat verband op 17 mei 2024 onder meer het volgende aan [eiser] gemaild:

“(…)

Je stelt in je mail van 15 mei een ultimatum over het afronden van een MVP, dit terwijl we maandag telefonisch overeen zijn gekomen dat we eerst samen zouden bepalen wat de MVP nu precies in zou moeten houden, omdat dit nu nog niet duidelijk is voor beide partijen.

(…).”
2.24.
De advocaat van [eiser] heeft in een brief van 20 augustus 2024 geschreven dat de oplevering van de Flutter app volgens DTT in januari 2024 zou plaatsvinden, omdat sprint 8 zou lopen tot 22 januari 2024. Op die datum zou de Flutter app gereed zijn om te testen door [eiser] , waarna migratie zou gaan plaatsvinden. De Flutter app is echter niet gereed en niet live. Verder staat er in de brief, voor zover van belang, het volgende:

“(…)

Nadat het DTT duidelijk werd dat zij de opdracht niet tijdig zou kunnen afronden, is namelijk op 29 januari 2024 toegezegd dat DTT de mvp-app af zal maken

zonder daarvoor nog enige kosten te rekenen. Dat is ook niet zo gek, aangezien de oorspronkelijk door DTT geoffreerde tijd en kosten al ruimschoots overschreden waren.

Het e-mailbericht is afkomstig van [naam 4] en is door hem cc gezonden aan [naam 5] ( [functie 2] ) en [naam 6] ( [functie 1] ). In het betreffende e-mailbericht is een opsomming gegeven van de werkzaamheden die nodig zijn om de mvp-app af te maken. Migratie staat ook genoemd in deze opsomming. Op 13 februari 2024 is de toezegging om de werkzaamheden kosteloos af te maken herhaald (met opnieuw de heren [naam 5] en [naam 6] in cc) en 27 februari 2024 nogmaals. DTT is derhalve contractueel gehouden om de mvp-app af te maken zonder extra kosten in rekening te brengen.

(…).”
2.25.
Bij brief van 11 december 2024 heeft de advocaat van DTT gereageerd op deze brief.
2.26.
Bij brief van 3 maart 2025 heeft de (huidige) advocaat van [eiser] DTT aansprakelijk gesteld voor de schade die [eiser] stelt te hebben geleden door de tekortkomingen van DTT. In die brief wordt niet alleen verwezen naar het niet tijdig opleveren van de Flutter app en het niet nakomen van de toezeggingen van de Developer, maar wordt ook vermeld dat DTT haar zorgplicht zou hebben geschonden door de Flutter app niet (tijdig) op te leveren, de extreme overschrijding van de kosten en het niet nakomen van de toezegging de Flutter app kosteloos op te leveren. DTT zou [eiser] onvoldoende hebben geïnformeerd en gewaarschuwd. Ook zou DTT zijn tekortgeschoten door het niet correct onderhouden en verbeteren van de Native-apps.
2.27.
Tussen partijen is (ook) discussie ontstaan welke vennootschap de contractspartij van DTT is (geweest), [eiser] en/of [bedrijf] . In het licht daarvan heeft [bedrijf] , voor zover zij een vordering had op DTT, deze gecedeerd aan [eiser] .
<nr>3</nr>Het geschil 3.1.
[eiser] vordert dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis

voor recht verklaart dat DTT toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen op grond van de overeenkomst tussen [eiser] en DTT,

voor recht verklaart dat de overeenkomst tussen [eiser] en DTT rechtsgeldig gedeeltelijk is ontbonden per 20 augustus 2024, althans per de datum van dagvaarding, betreffende de niet uitgevoerde verbintenissen,

voor recht verklaart dat DTT aansprakelijk is voor de schade die [eiser] heeft geleden en nog zal lijden als gevolg van de ontbinding en het toerekenbaar tekortschieten van DTT in de nakoming van de overeenkomst, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet,

DTT veroordeelt tot betaling van een voorschot van de schade van € 280.000,00, te vermeerderen met wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 van het Burgerlijk Wetboek (BW) vanaf 20 augustus 2024, althans vanaf de datum van de dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,

DTT veroordeelt tot vergoeding van de door [eiser] geleden schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, te vermeerderen met wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 20 augustus 2024, althans vanaf de datum van de dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,

DTT veroordeelt in de proceskosten, te vermeerderen met deurwaarderskosten en nakosten, en de wettelijke rente over de proceskosten met ingang van de zevende dag na betekening van dit vonnis, tot de dag van volledige betaling.
3.2.
DTT voert verweer. DTT concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna bij de beoordeling, voor zover nodig, ingegaan.
<nr>4</nr>De beoordeling 4.1.
Tussen partijen is niet in geschil dat er twee overeenkomsten van opdracht zijn gesloten. Kort gezegd heeft [eiser] DTT opdracht gegeven (i) tot het bouwen van een nieuwe app in Flutter, een softwareontwikkelingskit van Google, terwijl (ii) DTT ook de reeds bestaande Native-apps zou onderhouden. [eiser] stelt ten aanzien van beide opdrachten dat DTT is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen en dat zij de schade van [eiser] moet vergoeden. Hierna worden de beide opdrachten – de ontwikkeling van de Flutter app en het onderhoud van de Native-apps – afzonderlijk besproken.

Flutter app
4.2.
De tekortkomingen waarvoor [eiser] DTT in gebreke heeft gesteld op 20 augustus 2024 (zie 2.24) zijn drieledig: (1) DTT zou de afgesproken opleverdatum niet hebben gehaald; (2) DTT zou de afgesproken uren en daarmee kosten hebben overschreden; en (3) DTT zou haar toezegging om de app in haar basis vorm (MVP) kosteloos af te maken niet zijn nagekomen.
4.3.
De offerte (zie 2.6) vormt de basis voor de opdracht tot het bouwen van de Flutter app. Hoewel [eiser] deze niet heeft ondertekend, is het evident dat partijen op basis van die offerte aan de slag zijn gegaan. De offerte dateert immers van 22 augustus 2023 en een dag later heeft DTT de eerste factuur voor de aanschaf van een strippenkaart naar [eiser] verstuurd, onder verwijzing naar de offerte. [eiser] heeft die factuur ook voldaan. [eiser] heeft niet gesteld dat tussen het versturen van de offerte en het versturen (een dag later) en betalen van de factuur andere afspraken zijn gemaakt of omstandigheden aangevoerd op grond waarvan kan worden aangenomen dat de offerte niet als uitgangspunt voor de samenwerking zou moeten gelden.

Geen fatale termijnen
4.4.
Het eerste verwijt dat [eiser] jegens DTT maakt, is dat zij de Flutter app niet op tijd heeft opgeleverd. [eiser] stelt dat zij daarom de overeenkomst terecht heeft ontbonden. Dat betoog gaat niet op. Dit wordt hierna toegelicht.
4.5.
Voor zover nakoming niet blijvend of tijdelijk onmogelijk is, ontstaat de bevoegdheid tot ontbinding pas wanneer de schuldenaar in verzuim is komen te verkeren (artikel 6:265 lid 2 BW). Uitgangspunt is dat het verzuim intreedt wanneer de schuldenaar in gebreke wordt gesteld bij een schriftelijke aanmaning waarbij hem een redelijke termijn voor de nakoming wordt gesteld en nakoming binnen deze termijn uitblijft (artikel 6:82 lid 2 BW). Het verzuim treedt zonder ingebrekestelling in, wanneer een voor de voldoening bepaalde termijn verstrijkt zonder dat de verbintenis is nagekomen, tenzij blijkt dat de termijn een andere strekking heeft, een ‘fatale termijn’ (artikel 6:83 sub a BW), of doordat de schuldeiser uit een mededeling van de schuldenaar moet afleiden dat deze in de nakoming van de verbintenis tekort zal schieten (artikel 6:83 sub c BW).
4.6.
De vraag die voorligt is of partijen een fatale termijn of fatale termijnen in de zin van artikel 6:83 sub a BW zijn overeengekomen en, als dat het geval is, of DTT deze heeft overschreden. [eiser] heeft gesteld dat de Flutter app in januari 2024 zou worden opgeleverd en dat dit een fatale termijn is, danwel een harde deadline gelet op alle omstandigheden van het geval. Dat volgt uit het feit dat beide partijen het eens waren over het feit dat de app in januari 2024 zou moeten worden opgeleverd. Ook zou DTT in e-mails hebben gezegd dat er per sprint betaald zou moeten worden, veertien dagen van te voren. Dat zou voor de individuele sprints ook fatale termijnen opleveren, aldus [eiser] . DTT heeft dit betwist. De werkwijze (de ‘agile scrum’ methode) die partijen hebben afgesproken zag op flexibiliteit, en de opdracht tot het bouwen van de Flutter app veranderde dus ook steeds op basis van de wensen van [eiser] en de inzichten die uit de samenwerking voortvloeiden. Alle tijdlijnen waren indicatief en dat was ook duidelijk voor [eiser] . Van fatale termijnen is dus geen sprake, aldus DTT.
4.7.
De rechtbank volgt [eiser] niet. Hoewel uit de stukken blijkt dat partijen bij aanvang van de werkzaamheden voor ogen hadden dat de app in januari 2024 zou worden opgeleverd, geeft de offerte geen basis voor de stelling dat er fatale termijnen zijn afgesproken. De offerte heeft het over “het streven naar de vernieuwde (…) applicaties te lanceren in januari, 2024”, “wij maken ons graag sterk voor een doeltreffende en overtuigende lancering in januari, 2024”, en “de beoogde lancering in januari 2024”. Hieruit blijkt dat de oplevering in januari slechts een indicatie betrof. Ook de tijdlijn in de offerte wordt indicatief genoemd. Daarnaast is tijdens de samenwerking gesproken over januari 2024. Uit deze mededelingen, planningen en e-mails is bij [eiser] kennelijk de verwachting ontstaan dat Flutter app in januari 2024 (grotendeels) afgerond zou zijn, maar die verwachting betekent nog niet dat sprake is van een of meer fatale termijnen in de zin van artikel 6:83 sub a BW. Een fatale termijn moet tussen partijen zijn overeengekomen of moet op grond van de redelijkheid en billijkheid voortvloeien uit de aard van de overeenkomst in verband met de omstandigheden van het geval. Van een afspraak is echter niet gebleken en een fatale termijn vloeit hier ook niet voort uit de aard van de overeenkomst.
4.8.
Hetzelfde geldt voor de stelling van [eiser] dat de tweewekelijkse sprints fatale termijnen inhouden. De offerte zelf bevat geen afspraken over de oplevering van bepaalde onderdelen. De tekst van de offerte (overeenkomst) biedt dus geen aanknopingspunt voor het standpunt dat partijen een fatale termijn zijn overeengekomen voor de ontwikkeling van die onderdelen. Hierbij is van belang dat de aard van de diensten die DTT op grond van de overeenkomst aan [eiser] zou leveren zich niet goed verhoudt tot het overeenkomen van een fatale termijn. De ontwikkeling van de door [eiser] Flutter app vergde immers nauwe samenwerking tussen [eiser] en DTT en de oplevering daarvan was dus ook voor een deel afhankelijk van de medewerking van [eiser] . Dat blijkt ook uit de ingebrekestelling van 20 augustus 2024 (zie 2.24), waarin de (voormalig) advocaat van [eiser] heeft geschreven dat “De werkwijze van DTT [inhield, rb] de werkzaamheden per sprint uit te voeren, zodat na elke sprint kon worden geëvalueerd en de planning afgestemd kon worden.” Hieruit volgt eveneens dat de aard van de overeenkomst er een was van samenwerken en overleg over de prioriteiten per sprint. De door DTT aan [eiser] verstrekte termijnen en planningen kunnen dan ook niet als fatale termijnen worden beschouwd.

Geen verzuim na een ingebrekestelling
4.9.
Het gevolg van het ontbreken van fatale termijnen is dat voor verzuim een ingebrekestelling was vereist. In dit geval hebben de ingebrekestellingen van [eiser] echter niet tot verzuim geleid.
4.10.
De eerste ingebrekestelling dateert van 8 april 2024 (zie 2.22). Hierin heeft [eiser] gevraagd om een haalbaar plan ten aanzien van de oplevering van de Flutter app. Ten aanzien van de overschrijding van kosten heeft [eiser] niets gezegd. De tweede ingebrekestelling, gestuurd door de (voormalig) advocaat van [eiser] (zie 2.24), vermeldt wel het verwijt dat de kostenindicatie uit de offerte is overschreden, maar [eiser] verbindt daar geen (rechts)gevolg aan. Alles komt neer op de toezegging die de Developer per e-mail heeft gedaan, waarover hierna meer. Dat betekent dat de kostenoverschrijding, voor zover het al als overschrijding gekwalificeerd kan worden gelet op het feit dat de tijdlijn en dus ook het aantal sprints indicatief waren, niet kon leiden tot verzuim. De ingebrekestelling maant ook niet aan om deze specifieke gestelde tekortkoming te herstellen.
4.11.
Ten aanzien van de gestelde tekortkoming dat DTT de deadline van januari 2024 niet heeft gehaald is hiervoor (onder 4.7 en 4.8) al overwogen dat dit geen fatale termijn betrof. Vaststaat ook dat DTT bereid was om verder te werken aan de Flutter app, maar wel tegen betaling.

Toezegging Developer
4.12.
Zoals ook ter zitting uitvoerig aan de orde is geweest, zijn de door de Developer van DTT gedane toezeggingen (zie 2.18, 2.19 en 2.20) van wezenlijk belang voor de beoordeling van de vorderingen van [eiser] . Tussen partijen is niet in geschil dat de Developer op 29 januari 2024 per e-mail een toezegging heeft gedaan (en dat hij deze toezegging daarna nog twee keer heeft herhaald). Volgens [eiser] hield die toezegging in dat DTT de MVP versie van de Flutter app kosteloos zou afmaken. [eiser] stelt vervolgens dat, nu DTT geweigerd heeft dat te doen, zij is tekortgeschoten en ook in verzuim is op grond van artikel 6:83 sub c BW – uit de weigering van DTT kan immers worden afgeleid dat zij niet meer zal nakomen. Tot slot heeft [eiser] DTT in gebreke gesteld en is DTT daarna ook niet haar verplichtingen nagekomen, waardoor ook op basis daarvan sprake is van verzuim (artikel 6:82 lid 1 en lid 2 BW), aldus [eiser] .
4.13.
DTT heeft allereerst betwist dat zij gebonden is aan die toezegging, omdat de Developer niet bevoegd is om DTT te vertegenwoordigen. Daarin wordt DTT niet gevolgd.
4.14.
Artikel 3:61 lid 2 BW bepaalt dat een partij gebonden kan zijn aan een overeenkomst die door een niet vertegenwoordigingsbevoegde is gesloten, indien op grond van een verklaring of gedraging van die partij en onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mocht worden aangenomen dat een toereikende volmacht was verleend. Daarnaast kan op grond van vaste rechtspraak voor toerekening van de schijn van volmachtverlening plaats zijn, in geval de wederpartij gerechtvaardigd heeft vertrouwd op volmachtverlening aan de pseudogevolmachtigde. Daarvoor moet sprake zijn van (bijkomende) feiten en omstandigheden die voor risico van de onbevoegd vertegenwoordigde komen en waaruit naar verkeersopvattingen zodanige schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan worden afgeleid. Dit risicobeginsel gaat niet zó ver, dat er ook ruimte voor is wanneer het gewekte vertrouwen uitsluitend is gebaseerd op verklaringen of gedragingen van de onbevoegde persoon zelf. De rechter moet mede feiten of omstandigheden vaststellen die de vertegenwoordigde betreffen en die rechtvaardigen dat deze, in zijn verhouding tot de wederpartij, het risico van de onbevoegde vertegenwoordiging draagt.
4.15.
In dit geval zijn er voldoende aanknopingspunten om vast te stellen dat [eiser] er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat DTT bevoegd werd vertegenwoordigd door de Developer. Vast staat immers dat de e-mails van de Developer niet alleen zijn verstuurd naar [eiser] , maar dat in elke e-mail ook tenminste één persoon van het management van DTT in de cc stond; [naam 5] , danwel [functie 1] , danwel beiden. Ter zitting heeft DTT betoogd dat [eiser] er ondanks dat niet op mocht vertrouwen dat de Developer bevoegd was DTT te vertegenwoordigen, omdat hij wél aanspreekpunt was voor praktische zaken rondom de ontwikkeling van de app, maar níet aan tafel zat als er daadwerkelijke afspraken gemaakt moesten worden. [eiser] wist dat ook, aldus DTT. Ook heeft DTT betoogd dat de e-mails niet zijn opgemerkt danwel gelezen door het management. Die stellingen kunnen DTT niet baten. [eiser] mocht er gerechtvaardigd op vertrouwen dat de Developer bevoegd was de toezegging te doen. Het feit dat er vertegenwoordigingsbevoegde personen (in ieder geval in deze context bevoegde personen) in de cc stonden is daarvoor voldoende; helemaal omdat de toezegging meerdere keren is herhaald, met die personen in de cc. Dat de e-mails niet zijn gelezen of opgemerkt is een omstandigheid die in de risicosfeer van DTT ligt en maakt het voorgaande dus niet anders. Daar komt nog bij dat DTT vervolgens ook daadwerkelijk vanaf de toezegging op 29 januari 2024 uren heeft gewerkt aan de app zonder deze in rekening te brengen. Deze combinatie van factoren maakt dat [eiser] er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat de Developer DTT rechtsgeldig heeft vertegenwoordigd. DTT is dus gebonden aan de toezegging van de Developer.
4.16.
De volgende vraag die moet worden beantwoord is wat de toezegging van de Developer precies inhield. Volgens [eiser] heeft de Developer toegezegd dat de volledige Flutter app in MVP versie kosteloos zou worden afgemaakt. DTT bestrijdt dat. De advocaat van DTT heeft ter zitting nader toegelicht dat de toezegging van de Developer hooguit inhield dat de onderwerpen/onderdelen die in de e-mails van de Developer zijn genoemd, op kosten van DTT zouden worden (uit)ontwikkeld. Die toezegging is DTT ook nagekomen, want de uren die daaraan zijn gewerkt, zijn niet in rekening gebracht. De Developer heeft niet toegezegd dat de hele MVP versie gratis zou worden afgemaakt. Dat kan ook niet, want het stond nog helemaal niet vast wat dat precies zou inhouden, aldus DTT.
4.17.
Geoordeeld wordt dat de toezegging van de Developer – anders dan [eiser] betoogt – niet inhield dat DTT de gehele Flutter app in MVP vorm kosteloos afgemaakt zou worden. De e-mails van de Developer zien allereerst, zoals DTT terecht stelt, op bepaalde werkzaamheden. Nergens staat wat [eiser] daarin wil lezen: het kosteloos afmaken van de gehele Flutter app in MVP vorm, en [eiser] heeft die betekenis daaraan onder de gegeven omstandigheden ook niet redelijkerwijze mogen toekennen (artikel 3:35 BW). Daarvoor is het volgende redengevend.
4.18.
Vast staat dat de offerte (zie 2.6) de basis vormde voor de samenwerking tussen partijen. Ook staat tussen partijen vast dat het in eerste instantie de bedoeling was dat de MVP versie van de Flutter app zou worden opgeleverd. Partijen hebben daarna echter ook gesproken over en werk uitgevoerd aan functies die niet bij de MVP versie van de Flutter app hoorden. Daarvoor zijn duidelijke aanwijzingen te vinden in het dossier. De eerste aanwijzing volgt uit de e-mail van 21 november 2023 waarin [eiser] drie ideeën deelt die zij graag zou willen implementeren in de Flutter app (zie 2.13). Een tweede aanwijzing is te vinden in de e-mail van DTT aan [eiser] waarin uiteengezet wordt waarom het aantal uren boven de indicatie in de offerte is uitgekomen, namelijk doordat het project groter is geworden (zie 2.15). Ook blijkt dit uit een gespreksopname van een telefoongesprek tussen [naam 1] van [eiser] en [functie 1] van DTT op 5 december 2023 (zie 2.16), waarin [naam 1] vraagt om in de nieuwe app meer functionaliteiten toe te voegen (waaronder meer badges) en tevens aangeeft dat hij begrijpt dat dit meer geld kost. Ook [eiser] heeft zich gerealiseerd dat de Flutter app groter zou worden dan slechts de MVP versie; dat blijkt uit de e-mail van 29 november 2023 waarin zij aangeeft dat er wellicht toch werk nodig is voor de Strapi implementatie (zie 2.14). Tot slot blijkt duidelijk uit de e-mailcorrespondentie tussen [eiser] en DTT ná de toezegging van de Developer dat [eiser] meer functionaliteiten wilde dan alleen de MVP-onderdelen. In een e-mail van 17 mei 2024 heeft DTT onder andere geschreven dat [eiser] een ultimatum heeft gesteld “over het afronden van een MVP” terwijl partijen “maandag telefonisch overeen zijn gekomen dat we eerst samen zouden bepalen wat de MVP nu precies in zou moeten houden, omdat dit nu nog niet duidelijk is voor beide partijen” (zie 2.23). In de gehele e-mailwisseling die voorafgaat aan de e-mail van 17 mei 2024 komt naar voren dat partijen elkaar proberen te vinden, maar dat de afkadering van het beoogde eindresultaat niet lukt. Daarmee staat vast dat het in eerste instantie beoogde eindresultaat gaandeweg is veranderd (hoewel nog steeds onduidelijk is wat het eindresultaat dan wél moest zijn) en kan dus niet automatisch worden aangesloten bij de MVP app zoals deze in de offerte is omschreven.
4.19.
Wat kan er dan wel worden afgeleid uit de bewoordingen van de Developer? Hij heeft in de e-mail van 29 januari 2024 het specifiek over “functionalities”. Dat is niet hetzelfde als een volledige Flutter app, mede gelet op het feit dat wat partijen “volledig” vonden gaandeweg is veranderd (zie 4.17 en 4.18). De Developer verwijst in de e-mail van 29 januari 2024 specifiek naar twee sprints: sprint 9 en sprint 10. Vast staat dat DTT die twee sprints niet in rekening heeft gebracht bij [eiser] . Ook sprint 11 heeft DTT niet in rekening gebracht (zij heeft immers tot 5 april 2024 werkzaamheden verricht maar deze niet in rekening gebracht). Dat is in lijn met de toezeggingen die de Developer heeft herhaald; na afloop van sprint 10 heeft de Developer namelijk dezelfde toezegging nogmaals gedaan (zie 2.20).
4.20.
Gelet op het voorgaande hield de toezegging van de Developer in dat DTT in ieder geval sprint 9, 10 en 11 niet in rekening zou brengen, en dat zij zou werken aan het lijstje dat in de e-mail van 29 januari 2024 stond. Uit de e-mails van de Developer kan dan ook niet redelijkerwijs de conclusie worden getrokken dat een vast resultaat is afgesproken of toegezegd, dus ook niet dat DTT de Flutter-app in “MVP-versie” zou opleveren of dat zij moest blijven werken aan een ongedefinieerd eindresultaat zonder daarvoor betaald te krijgen.

Ingebrekestelling geen effect
4.21.
Het voorgaande betekent ook dat [eiser] een ingebrekestelling heeft gestuurd met een sommatie voor meer dan waar zij recht op had. Zoals hiervoor is overwogen is DTT niet “contractueel gehouden om de mvp-app af te maken zonder extra kosten in rekening te brengen”, zoals in de ingebrekestelling staat (zie 2.24). DTT is steeds bereid geweest de Flutter app af te maken, maar dan wel tegen betaling, en heeft daartoe voorstellen gedaan. DTT heeft in die zin ook gereageerd op de eerdere ingebrekestelling van april 2024 (zie 2.22). [eiser] heeft dat voorstel ten onrechte naast zich neergelegd, en heeft het feit dat DTT niet (nogmaals) heeft gereageerd op de onterechte sommatie van augustus 2024 dan ook niet zo mogen opvatten dat DTT niet langer bereid was haar verplichtingen na te komen, zoals zij betoogt. DTT is dan ook niet in verzuim komen te verkeren.

Conclusie – geen verzuim
4.22.
[eiser] heeft gesteld dat DTT in verzuim is omdat zij niet de oplevertermijn van januari 2024 heeft gehaald (artikel 6:83 sub a BW), de sprints niet heeft gehaald (artikel 6:83 sub a BW), geen gevolg heeft gegeven aan de ingebrekestellingen van [eiser] (artikel 6:82 BW) en zij ook te kennen heeft gegeven dat zij niet zal nakomen (artikel 6:83 sub c BW). Zoals hiervoor is overwogen, gaat dit alles niet op. Dat betekent dat [eiser] de overeenkomst ten aanzien van de Flutter app niet (gedeeltelijk) kon ontbinden.

Zorgplicht – geen goed opdrachtnemer en schending zorgplicht
4.23.
[eiser] heeft aan de gestelde tekortkomingen in de dagvaarding (en de brief van haar advocaat van 3 maart 2025 (zie 2.26)) ook ten grondslag gelegd dat er sprake is van een zorgplichtschending en dat DTT zich niet heeft gedragen als goed opdrachtnemer. Aangezien de tekortkomingen waaruit die zorgplichtschending zou volgen dezelfde zijn als die hiervoor zijn besproken, behoeft deze grondslag geen nadere bespreking. Voor zover [eiser] heeft willen betogen dat dit een aparte tekortkoming betreft, bijvoorbeeld ten aanzien van het verwijt dat DTT haar niet voldoende heeft gewaarschuwd of geïnformeerd over kosten- en tijdsoverschrijdingen, wordt zij hierin niet gevolgd. Uit de hele gang van zaken blijkt dat DTT en [eiser] doorlopend (na iedere sprint) in contact zijn geweest over de voortgang van het project en de daarvoor benodigde uren (en – dus – verbonden kosten, die steeds via de strippenkaarten in delen aan [eiser] in rekening zijn gebracht en door haar zijn betaald).

Native-apps
4.24.
Ten aanzien van de Native-apps hebben partijen ter zitting bevestigd dat de basis voor deze werkzaamheden niet in de offerte lag. Partijen zijn aan de slag gegaan op basis van een uurtarief. De uren die DTT aan de Native-apps werkte werden bovendien apart gefactureerd. [eiser] heeft gesteld dat DTT ook ten aanzien van de Native-apps is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen. De tekortkomingen zien op bugs die door DTT zouden zijn ontstaan, het niet toevoegen van bepaalde functionaliteiten en het niet halen van bepaalde deadlines. Wat daar ook van zij, feit is dat [eiser] de opdracht ten aanzien van de Native-apps op 2 januari 2024 op eigen initiatief heeft beëindigd (zie 2.17). Ook ten aanzien van de Native-apps heeft DTT zich bereid verklaard om haar werkzaamheden voort te zetten, zo heeft zij onbetwist ter zitting verklaard, maar [eiser] heeft daar geen gebruik van gemaakt. Waarom er dan toch, in het licht van het voorgaande, sprake zou zijn van een tekortkoming, is de rechtbank niet duidelijk geworden. Het feit dat er bugs ontstaan maakt niet automatisch dat er sprake is van een tekortkoming, afgesproken deadlines heeft de rechtbank niet kunnen terugvinden in het dossier en ten aanzien van het niet toevoegen van bepaalde functionaliteiten had [eiser] ervoor kunnen kiezen om de werkzaamheden voor de Native-apps niet te beëindigen.

Conclusie – geen verklaring voor recht en geen schadevergoeding
4.25.
Dit alles leidt tot de conclusie dat alle vorderingen zullen worden afgewezen.

Proceskosten
4.26.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van DTT worden begroot op:

- griffierecht



6.861,00

- salaris advocaat



5.770,00

(2 punten × € 2.885,00)

- nakosten



189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal



12.820,00
<nr>5</nr>De beslissing
De rechtbank
5.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 12.820,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Dudok van Heel, rechter, bijgestaan door mr. L. Schwalb, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2026.

Artikel delen