Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBGEL:2026:1016

Wet natuurbescherming. Weigering ontheffing voor het doden van wolven in het Nationale Park de Hoge Veluwe. Eiseres heeft geen procesbelang meer bij een oordeel over de weigering van de ontheffing, omdat zij met dit beroep niet alsnog een ontheffing kan krijgen. Door een wijziging van de Europese beschermingsstatus van de wolf geldt er nu in het nationale recht – waarin naar die Europese regels...

Rechtbank Gelderland 12 February 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBGEL:2026:1016 text/xml public 2026-02-12T12:30:29 2026-02-11 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-02-12 25/2229 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Arnhem Bestuursrecht; Omgevingsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:1016 text/html public 2026-02-12T11:56:40 2026-02-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:1016 Rechtbank Gelderland , 12-02-2026 / 25/2229
Wet natuurbescherming. Weigering ontheffing voor het doden van wolven in het Nationale Park de Hoge Veluwe. Eiseres heeft geen procesbelang meer bij een oordeel over de weigering van de ontheffing, omdat zij met dit beroep niet alsnog een ontheffing kan krijgen. Door een wijziging van de Europese beschermingsstatus van de wolf geldt er nu in het nationale recht – waarin naar die Europese regels werd verwezen – namelijk geen vergunningplicht meer voor het doden van wolven.

Er is op dit moment ook geen sprake van toekomstige besluiten over terugkerende of toekomstige gelijksoortige activiteiten waarbij het inhoudelijke oordeel van de rechtbank kan worden betrokken. Eiseres heeft namelijk nog geen nieuwe aanvraag gedaan.

Dat zij van plan is om een aanvraag te doen zodra de vergunningplicht weer geldt is onvoldoende voor procesbelang, omdat op dit moment niet bekend is wanneer de vergunningplicht weer in werking treedt en wat precies het beoordelingskader wordt in de nieuwe regelgeving. Ook het voornemen van eiseres om de provincie om maatwerkvoorschriften te vragen ter invulling van de zorgplicht is hiervoor niet voldoende, omdat zij zo’n verzoek bewust nog niet heeft gedaan in afwachting van de uitspraak van de rechtbank. Maar de rechtbank is niet geroepen tot beantwoording van rechtsvragen die zouden kunnen rijzen in een toekomstig geschil over een mogelijk besluit waarin maatwerkvoorschriften worden gesteld.

Overigens is het ook niet zeker dat een mogelijke nieuwe aanvraag op een soortgelijke activiteit zal zien nu eiseres van plan is om het hek om het park te vervangen wat zou kunnen leiden tot een aanvullende vergunningplicht.
RECHTBANK GELDERLAND
Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: ARN 25/2229
uitspraak van de enkelvoudige kamer van in de zaak tussen [eiseres], uit [woonplaats], eiseres
(gemachtigden: mr. M. Boudesteijn en mr. C.L. Hennink)

en
het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland, de provincie
(gemachtigden: mr. A.M. van Gerwen, S. Essink en B. Zevenbergen).

De partijen worden hierna genoemd: de [eiseres] en de provincie.
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de weigering van de provincie om aan de [eiseres] een ontheffing te verlenen voor het verstoren, vangen of doden van de wolven die aanwezig zijn in het Nationale Park De Hoge Veluwe (hierna: het Park). De [eiseres] is het niet eens met deze weigering.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is, omdat de [eiseres] geen procesbelang meer heeft. Dat betekent dat het beroep niet inhoudelijk wordt beoordeeld. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. De provincie heeft op 8 april 2025 geweigerd om aan de [eiseres] een ontheffing te verlenen voor het verstoren, vangen of doden van de wolven in het Park. De [eiseres] heeft beroep ingesteld tegen de weigering. De provincie heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.1.
De rechtbank heeft het beroep op 27 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: namens de [eiseres]: [eiseres] en haar gemachtigden; en namens de provincie haar gemachtigden.
Beoordeling door de rechtbank
Totstandkoming van het bestreden besluit

3. De [eiseres] is eigenaar en beheerder van het Park en heeft, kort gezegd, het doel om “het Park te verwerven, beheren, in stand te houden, te documenteren en open te stellen” door “het landgoed te bewaren, verzorgen en exploiteren.”
3.1.
Op 20 juli 2022 heeft de [eiseres] bij de provincie een ontheffing aangevraagd voor het verstoren, vangen of doden van de wolven die in het Park aanwezig zijn voor de periode van 1 oktober 2022 tot 1 februari 2024. De belangrijkste reden voor de [eiseres] om deze aanvraag te doen is omdat de wolven de moeflons in het Park doden. Zonder moeflons wordt het Park volgens de [eiseres] niet op zo’n manier begraasd dat de beschermde habitattypen in het Park in stand kunnen worden gehouden. Andere redenen voor de [eiseres] zijn de veiligheid van de mensen in het park die in gevaar kunnen komen door de wolven en de inkomsten die zij (alleen) door bezoekers krijgt en die hoger zullen zijn als er in het Park moeflons te zien blijven.
3.2.
Op de aanvraag heeft de provincie de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing verklaard. Op 23 november 2022 heeft de provincie een ontwerpbesluit genomen om de ontheffing te weigeren. De [eiseres] heeft een zienswijze ingediend op het ontwerpbesluit. Op 8 april 2025 heeft de provincie de ontheffing definitief geweigerd.

Stand van zaken

4. De [eiseres] heeft op de zitting verklaard dat zij heeft bedoeld om een aanvraag in te dienen voor alle in het park aanwezige wolven. Op het moment van de aanvraag waren dat er twee, maar dat zijn er in de tussentijd meer geworden. Verder heeft de [eiseres] de aanvraag voor een bepaalde periode gedaan, omdat zij had verwacht dat daarover dan wel een besluit zou zijn genomen. Tot slot gaat het de [eiseres] nu alleen nog maar om het doden van de wolven omdat kort geleden op films van wildcamera’s is gezien dat de wolven het Park in en uit kunnen door over de omheining van het Park te klimmen. Verstoren of vangen is daarom niet meer aan de orde als oplossing. Als de [eiseres] alsnog toestemming krijgt voor het doden van de wolven in het Park, is zij van plan om een ander hek te plaatsen waar wolven niet overheen kunnen klimmen.

Welk recht geldt in deze zaak?

5. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Aanvullingswet natuur Omgevingswet in werking getreden. In deze zaak geldt nog het oude recht uit de Wet natuurbescherming (Wnb), omdat de aanvraag is ingediend vóór 1 januari 2024. In deze zaak geldt dus nog het toetsingskader uit artikel 3.5 en artikel 3.8 van de Wnb.
5.1.
In artikel 3.5, eerste lid, van de Wet natuurbescherming staat het verbod om - voor zover van belang in deze zaak - “in het wild levende dieren, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.”

Artikel 3.8, eerste lid, van de Wnb geeft de provincie de bevoegdheid om een ontheffing van dit verbod te verlenen onder meerdere voorwaarden.
5.2.
Op 7 maart 2025 is de beschermingsstatus van de wolf in het Verdrag van Bern verlaagd van ‘strikt beschermd’ (bijlage II) naar ‘beschermd’ (bijlage I). Op 17 juni 2025 heeft de Europese Commissie besloten hierop ook de Habitatrichtlijn aan te passen. Vanaf 14 juli 2025 is de wolf daarom ook onder de Habitatrichtlijn minder streng beschermd en is hij van de lijst ‘strikt beschermd’ (bijlage IV) verplaatst naar ‘beschermd’ (bijlage V).

Tot nu toe zijn de Nederlandse regels hierop nog niet aangepast. Dat betekent dat het verbod in artikel 3.5, eerste lid, van de Wet natuurbescherming (zie hiervoor in r.o. 5.1) nu niet langer geldt voor de wolf omdat die niet meer staat in bijlage II bij het Verdrag van Bern en in bijlage IV van de Habitatrichtlijn.
5.2.1.
Ook op grond van het nieuwe recht, de Omgevingswet en aanverwante regelgeving, is de vergunningplicht vervallen. Inmiddels is er wel een ontwerpbesluit van de regering om de huidige Nederlandse regels hierop aan te passen. In de tussentijd valt de wolf dus niet langer onder een vergunningplicht, maar wordt de wolf wel beschermd via de specifieke zorgplicht uit artikel 11.27 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). In andere besluiten heeft de provincie bijvoorbeeld invulling gegeven aan die zorgplicht door het stellen van maatwerkvoorschriften op grond van artikel 11.31 van het Bal.

Heeft de [eiseres] nog procesbelang bij een oordeel van de rechtbank over de weigering van de ontheffing voor het doden van de wolven in het Park?

6. De provincie heeft in het verweerschrift geschreven dat de [eiseres] met deze zaak niet meer kan bereiken dat zij alsnog een ontheffing krijgt om de wolven in het Park te doden. Ook als de rechtbank de weigering van de ontheffing vernietigt, kan de provincie namelijk niet alsnog een ontheffing verlenen omdat er nu geen vergunningplicht meer geldt voor het doden van wolven.
6.1.
De rechtbank heeft de [eiseres] vóór de zitting gevraagd om schriftelijk te reageren op het verweerschrift en om in die reactie in te gaan op de vraag in hoeverre zij nog procesbelang heeft bij een inhoudelijk oordeel in deze zaak.
6.2.
De [eiseres] erkent in die reactie dat zij, ook als zij gelijk krijgt, op dit moment geen ontheffing meer kan krijgen. Toch stelt zij nog procesbelang te hebben bij een oordeel van de rechtbank over de weigering, omdat dat oordeel kan worden betrokken bij toekomstige besluiten over soortgelijke gevallen. De [eiseres] is namelijk van plan om bij de provincie een aanvraag in te dienen voor het stellen van maatwerkvoorschriften. Voor zo’n aanvraag geldt inhoudelijk hetzelfde beoordelingskader als voor een ontheffing. Op de zitting heeft zij toegelicht dat zij zo’n aanvraag tot nu toe nog niet heeft gedaan, juist omdat zij graag eerst een oordeel van de rechtbank krijgt. Zo wil zij voorkomen dat de provincie haar nieuwe aanvraag inhoudelijk op eenzelfde manier zal afwijzen. Verder zal zij een omgevingsvergunning voor gelijksoortige activiteiten aanvragen zodra de wijzigingen in de Nederlandse regels zijn doorgevoerd.
6.3.
Procesbelang is het belang dat de [eiseres] heeft bij de uitkomst van een procedure. Het betreft niet de vraag óf de [eiseres] gelijk heeft. Het gaat erom of zij een reëel en actueel belang heeft bij het gelijk, als zij dat zou hebben. De vraag of er procesbelang is, wordt daarom beantwoord naar de stand van zaken op het moment van het beoordelen van het beroep. Daarbij gaat het erom of het doel dat de [eiseres] voor ogen staat met het rechtsmiddel kan worden bereikt en voor haar van feitelijke betekenis is. In beginsel heeft degene die opkomt tegen een besluit, procesbelang bij een beoordeling van zijn beroep, tenzij vast komt te staan dat ieder belang bij de procedure ontbreekt of is komen te vervallen. Het moet gaan om een actueel en reëel belang bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep. Als dat belang is vervallen, dan is de bestuursrechter niet geroepen uitspraak te doen alleen vanwege de principiële betekenis daarvan.
6.3.1.
Nu partijen het erover eens zijn dat de [eiseres] met deze procedure niet kan bereiken dat alsnog een ontheffing wordt verleend, is in beginsel het belang van de [eiseres] bij een inhoudelijke beoordeling van haar beroep komen te vervallen. Dit kan anders zijn wanneer de weigering gaat over terugkerende of toekomstige gelijksoortige activiteiten, waarbij het inhoudelijke oordeel van de rechtbank kan worden betrokken bij deze toekomstige besluiten.
6.4.
De rechtbank is van oordeel dat de [eiseres] geen procesbelang meer heeft, omdat zij met dit beroep niet kan bereiken dat zij (voor de aangevraagde periode) alsnog een ontheffing krijgt nu er geen vergunningplicht meer geldt voor het doden van wolven. De [eiseres] heeft wel gelijk dat zij ook in dat geval nog procesbelang zou kunnen hebben, maar daarvoor moet dan wel sprake zijn van toekomstige besluiten over terugkerende of toekomstige gelijksoortige activiteiten waarbij het inhoudelijk oordeel van de rechtbank kan worden betrokken. Daarvan is op dit moment geen sprake. De [eiseres] heeft namelijk nog geen nieuwe aanvragen gedaan zodat er nog geen zicht is op toekomstige besluiten.

Dat de [eiseres] van plan is om een aanvraag om een omgevingsvergunning in te dienen zodra er weer een vergunningplicht geldt is hiervoor niet voldoende, omdat op dit moment niet bekend is wanneer de vergunningplicht weer in werking treedt en niet vaststaat of het ontwerpbesluit nog wijzigt.

Dat de [eiseres] het voornemen heeft om een aanvraag te doen om maatwerkvoorschriften is ook onvoldoende om procesbelang aan te nemen. Nog daargelaten dat dit een andere procedure is ter invulling van de zorgplicht, heeft de [eiseres] de aanvraag bewust nog niet gedaan met als enige doel om eerst een rechtbankuitspraak te krijgen over het vergelijkbare toetsingskader om te voorkomen dat de provincie inhoudelijk hetzelfde zal beslissen. Dit terwijl de rechtbank niet geroepen is tot beantwoording van rechtsvragen die zouden kunnen rijzen in een toekomstig geschil over een mogelijk besluit waarin maatwerkvoorschriften worden gesteld.

Overigens is het ook niet zeker dat een mogelijk nieuwe aanvraag (alleen) op een soortgelijke activiteit ziet. De [eiseres] heeft namelijk toegelicht dat zij, als zij de wolven in het park alsnog zou mogen doden, het hek om het park zal vervangen door een ander type hek zodat andere wolven het park niet meer in kunnen komen. De provincie heeft hierop op de zitting gereageerd dat de vervanging van het hek, waarbij waarschijnlijk zal moeten worden gegraven, zou kunnen leiden tot een aanvullende vergunningplicht.
6.5.
Mogelijk andere redenen om procesbelang te kunnen aannemen, zoals geleden schade, heeft de [eiseres] niet naar voren gebracht.
6.6.
Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is niet-ontvankelijk, omdat de [eiseres] geen procesbelang meer heeft. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt. De proceskosten worden niet vergoed.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.M. Verhoeven, rechter, in aanwezigheid van mr. K.M. van Leeuwen, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Dit staat in artikel 2, eerste lid, van de statuten van de [eiseres] van 22 december 2022.

Dit stond toen nog in de Beleidsregels procedure besluitvorming Wet natuurbescherming Gelderland.

Dit volgt uit artikel 2.9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Aanvullingswet natuur Omgevingswet.

Inmiddels artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de Omgevingswet in samenhang met artikel 11.54 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).

Kamerstukken II 2025-26, 33 1118, nr. 305.

Zie bijvoorbeeld Rb. Gelderland (vzr). 19 december 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:11272.

Op grond van artikel 11.31 van het Bal.

Op grond van artikel 11.31, vierde lid, van het Bal in combinatie met artikel 8.74l van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).

Uitspraak van de Afdeling van 23 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:186.

Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 13 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3857, r.o. 6.1 en de uitspraak van de Afdeling van 8 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4812, r.o. 6.1.

Zie de uitspraak van de Afdeling van 15 september 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2068, r.o. 5.

De rechtbank vindt steun voor dit oordeel in de uitspraak van de Afdeling van 20 augustus 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BE8834, r.o. 2.1.6.

Artikel delen