Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBGEL:2026:266

Omgevingsvergunning is verleend op basis van omgevingsplan dat na de beslissing op bezwaar deels is vernietigd door de Afdeling bestuursrechtspraak. Toetsingskader van de Afdelingsuitspraak Tegelen blijft van toepassing onder de Omgevingswet. Het college heeft de omgevingsvergunning terecht in stand gelaten.

Rechtbank Gelderland 22 January 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBGEL:2026:266 text/xml public 2026-01-22T13:03:34 2026-01-13 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Gelderland 2026-01-14 ARN 24/5813 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht Bestuursrecht; Omgevingsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:266 text/html public 2026-01-22T13:02:53 2026-01-22 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBGEL:2026:266 Rechtbank Gelderland , 14-01-2026 / ARN 24/5813
Omgevingsvergunning is verleend op basis van omgevingsplan dat na de beslissing op bezwaar deels is vernietigd door de Afdeling bestuursrechtspraak. Toetsingskader van de Afdelingsuitspraak Tegelen blijft van toepassing onder de Omgevingswet. Het college heeft de omgevingsvergunning terecht in stand gelaten.
RECHTBANK GELDERLAND
Bestuursrecht

zaaknummer: ARN 24/5813
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats 1] , eiseres
(gemachtigde: mr. Tj.P. Grünbauer),

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oldebroek
(gemachtigde: mr. L.J. Gerritsen).

Als derde-partij neemt aan de zaak deel [derde-partij]., vergunninghouder (gemachtigde: mr. W. van Galen).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over een omgevingsvergunning voor de bouw van 33 woningen aan de [locatie] [nummer] t/m [nummer] in een nieuwe woonwijk in [plaats 2] (het bouwplan). Eiseres is het niet eens met het bouwplan. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de omgevingsvergunning.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de omgevingsvergunning in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Op 15 februari 2024 heeft vergunninghouder een omgevingsvergunning aangevraagd.
2.1.
Bij besluit van 17 mei 2024 heeft het college een omgevingsvergunning verleend.
2.2.
Met het bestreden besluit van 16 juli 2024 op het bezwaar van eiseres heeft het college de omgevingsvergunning in stand gelaten.
2.3.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.4.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.
Beoordeling door de rechtbank
3. De rechtbank beoordeelt de omgevingsvergunning aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.

Wettelijk kader

4. Het bouwplan ligt in het plangebied van het bestemmingsplan ‘ [naam bestemmingsplan] ’ (het bestemmingsplan) dat op 19 november 2023 door de gemeenteraad is vastgesteld en onderdeel uitmaakt van het omgevingsplan van de gemeente Oldebroek (verder: het bestemmingsplan). Omdat de vergunningaanvraag dateert van na 1 januari 2024 is het wettelijke kader van de Omgevingswet van toepassing. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft elke gemeente direct een omgevingsplan van rechtswege dat regels geeft over de fysieke leefomgeving voor het gehele grondgebied van de gemeente. Dat omgevingsplan bestaat voor nu uit een tijdelijk deel, waarin onder meer alle bestemmingsplannen zijn opgenomen die vóór 1 januari 2024 golden.

Heeft het college de omgevingsvergunning kunnen verlenen?

5. Eiseres betoogt dat vergunninghouder geen werkbare omgevingsvergunning heeft, ook al is de verleende vergunning in overeenstemming met het bestemmingsplan verleend. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) heeft op 21 mei 2025 het besluit van de gemeenteraad tot vaststelling van het bestemmingsplan “ [naam bestemmingsplan] ” vernietigd. Na vernietiging hebben de gronden rondom de woningen weer een agrarische functie en er kunnen geen wegen en tuinen worden aangelegd. Juridisch is bewoning niet toegestaan en men kan niet in de woningen komen zonder strijdig gebruik van de agrarische functie.
5.1.
De rechtbank stelt voorop dat het bouwplan past in het bestemmingsplan. Dat is verder ook niet in geschil. De rechtbank toetst de omgevingsvergunning naar het moment van het bestreden besluit van 16 juli 2024. Het college stelt zich terecht op het standpunt dat bij het verlenen van de omgevingsvergunning en ten tijde van het bestreden besluit het bestemmingsplan het geldende recht was, gelet op vaste rechtspraak. De uitspraak van de Afdeling over het bestemmingsplan dateert namelijk van na het bestreden besluit. Het college wijst er terecht op dat met de inwerkingtreding van de Omgevingswet het limitatief-imperatieve stelsel van weigeringsgronden inhoudelijk niet is gewijzigd gelet op artikel 8.0a, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving en artikel 22.29 van het omgevingsplan. Op grond daarvan heeft het college de vergunning verleend en terecht in stand gelaten. Dat vergunninghouder in de uitvoering van het bouwplan tegen praktische problemen gaat aanlopen vanwege de vernietiging van het vaststellingsbesluit van het bestemmingsplan is een uitvoeringskwestie die in deze procedure niet aan de rechtbank voorligt. De beroepsgrond slaagt niet.

Is de omgevingsvergunning in strijd met het bouwbesluit?

6. Eiseres betoogt dat waar de omgevingsvergunning is gebaseerd op het voormalige Bouwbesluit 2012 (het bouwbesluit) niet kan worden voldaan aan het bouwbesluit. Het bouwbesluit schrijft in afdeling 3.6 voldoende verversing van lucht voor. Doordat die lucht van buiten komt, leidt dat tot een onvoldoende binnenklimaat voor in ieder geval twee woningen.
6.1.
De rechtbank oordeelt dat het college zich terecht op het standpunt stelt dat het bouwbesluit niet van toepassing is. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is het Bouwbesluit 2012 vervallen. Vergelijkbare normen zijn opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). In het wettelijke kader van de Omgevingswet is van belang dat deze omgevingsvergunning enkel is aangevraagd en verleend voor de bouwactiviteit, en niet ook voor de technische bouwactiviteit. Gelet op het stelsel van weigeringsgronden zoals hierboven besproken maken de normen uit het Bbl geen onderdeel uit van het toetsingskader van deze omgevingsvergunning. Daarom slaagt deze beroepsgrond niet.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en dat de omgevingsvergunning in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.M. Verhoeven, rechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Verschuren, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Op grond van de (binnenplanse) omgevingsplanactiviteit voor het bouwen van een bouwwerk, artikel 5.1 eerste lid aanhef en onder a van de Omgevingswet en artikel 8.0a eerste lid van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Zie artikel 22.1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet in samenhang met artikel 4.6, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet.

Uitspraak van de Afdeling van 21 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2227.

Uitspraak van de Afdeling van 21 december 1999, ECLI:NL:RVS:1999:AA4296 onder 2.5.2 en 2.5.3 (Tegelen).

Artikel 5.1, eerste lid aanhef en onder a van de Omgevingswet.

Artikel 5.1, tweede lid aanhef en onder a van de Omgevingswet.

Artikel delen