Omgevingsvergunning flora en fauna activiteit; motorcross evenement; hazelworm; verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Rechtbank Gelderland 15 May 2026
Uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2026:3767
Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
12-05-2026
Datum publicatie
15-05-2026
Zaaknummer
AWB - 26 _ 2015, AWB - 26 _ 2038
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
ECLI:NL:RBGEL:2026:3767text/xmlpublic2026-05-15T17:00:152026-05-12Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Gelderland2026-05-12AWB - 26 _ 2015, AWB - 26 _ 2038UitspraakVoorlopige voorzieningNLArnhemBestuursrecht; BestuursprocesrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:3767text/htmlpublic2026-05-14T10:29:052026-05-15Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBGEL:2026:3767 Rechtbank Gelderland , 12-05-2026 / AWB - 26 _ 2015, AWB - 26 _ 2038 Omgevingsvergunning flora en fauna activiteit; motorcross evenement; hazelworm; verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
RECHTBANK GELDERLAND Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummers: ARN 26/2015 en 26/2038 uitspraak van de voorzieningenrechter van in de zaken tussen
[verzoekster] [verzoeker] , uit [plaats 1] , verzoekers en het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland (gemachtigden: mr. N. Boeve, R.E.P. Raaijmakers en W.H.A. Willems). Als derde-partij nemen aan de zaken deel: Stichting Circuit Oldebroek uit ’t Loo Oldebroek (vergunninghouder) en de gemeente Oldebroek. Samenvatting 1. Deze uitspraak op de verzoeken om een voorlopige voorziening gaat over de aan vergunninghouder verleende omgevingsvergunning voor het opzettelijk vangen en het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de hazelworm. Verzoekers zijn het hier niet mee eens. Zij hebben afzonderlijk bezwaar gemaakt en ook afzonderlijk verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Daartoe voeren zij een aantal gronden aan. 1.1. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of zij een voorlopige voorziening zal treffen of de bezwaren een redelijke kans van slagen hebben. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. Deze vraag beantwoordt zij aan de hand van de gronden van verzoekers. 1.2. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak de verzoeken af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. 1.3. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. Procesverloop 2. Met de bestreden besluiten van 1 april 2026 heeft het college aan vergunninghouder een omgevingsvergunning verleend voor het opzettelijk vangen en het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de hazelworm. Verzoekers hebben hiertegen afzonderlijk bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter afzonderlijk gevraagd om voorlopige voorzieningen te treffen. 2.1. De voorzieningenrechter heeft de verzoeken op 7 mei 2026 gelijktijdig op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [verzoeker] en zijn partner, [verzoekster] , de gemachtigden van het college, [persoon A] en [persoon B] namens vergunninghouder en [persoon C] en [persoon D] namens de gemeente Oldebroek. Beoordeling door de voorzieningenrechter 3. Vergunninghouder huurt het perceel aan de [locatie] in [plaats 1] van de gemeente. Op dit terrein ligt een motorcross circuit. Het circuit bestaat uit een baanvlak met omliggende voorzieningen zoals hekwerken, vlaggenmasten, technische installaties en ruimte voor toeschouwers. Vergunninghouder organiseert hier sinds lange tijd jaarlijks een motorcross evenement. Voor het overige wordt het perceel gebruikt als wandel- en hondenuitlaat gebied.3.1. Op het perceel zijn hazelwormen waargenomen. De hazelworm is beschermd onder de Omgevingswet (Ow). Omdat het motorcross evenement effect heeft op het leefgebied en de rust- en voortplantingsplaatsen van de hazelwormen heeft vergunninghouder bij het college een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit. 3.2. Het college heeft de omgevingsvergunning voor het opzettelijk vangen en het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de hazelworm aan vergunninghouder verleend. Aan deze vergunning heeft het college voorschriften verbonden. Hierbij heeft het college zich kort samengevat op het standpunt gesteld dat er voldoende onderzoek is uitgevoerd naar alle mogelijk voorkomende soortgroepen en dat het motorcross evenement alleen effect heeft op de hazelworm. Het onderzoek naar de aangevraagde soorten is door deskundigen uitgevoerd en door het college als voldoende beoordeeld, en de negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden worden met de voorgeschreven maatregelen voldoende gemitigeerd en gecompenseerd. Verder stelt het college zich op het standpunt dat de alternatieve locaties, werkwijze, inrichting en planning voldoende zijn afgewogen en er geen andere bevredigende oplossing is. Het evenement, de motorcross in Oldebroek, bestaat al sinds 1967 en is een begrip in de omgeving. Een deel van de lokale, regionale en nationale bevolking heeft er een sociaal en financieel belang bij dat het evenement plaatsvindt. Het motorcrossevenement is een internationale wedstrijd met crossers uit verschillende landen. Daarmee is de organisatie van het evenement een algemeen belang. De lokale staat van instandhouding van de hazelworm blijft volgens het college gewaarborgd door het nemen van de voorgeschreven maatregelen.4. Verzoekers zijn het niet eens met de verleende omgevingsvergunning. Omdat het eerstvolgende evenement op 16 mei 2026 gepland is en de voorbereidende werkzaamheden in volle gang zijn, hebben zij de voorzieningenrechter ook gevraagd een voorlopige voorziening te treffen.Spoedeisend belang5. Het college heeft betwist dat sprake is van een spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter volgt dit niet. Reeds omdat het cross evenement op 16 mei a.s. gepland is en voorbereidende werkzaamheden worden uitgevoerd waarop de omgevingsvergunning ziet, hebben verzoekers voldoende spoedeisend belang. Het toetsingskader
6. In artikel 8.74l, van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is bepaald dat het college een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit alleen kan verlenen als:a. voor de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning wordt verleend geen andere bevredigende oplossing bestaat;
b. de activiteit nodig is in het belang van een of meer in deze bepaling genoemde belangen; en
c. de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning wordt verleend geen afbreuk doet aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. Bij de beoordeling hiervan mogen compenserende en mitigerende maatregelen worden betrokken. 7. De voorzieningenrechter stelt voorop dat onderhavige procedure alleen gaat over de door het college verleende omgevingsvergunning voor het opzettelijk vangen van de hazelworm en het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de hazelworm. Daar zal de voorzieningenrechter zich in deze uitspraak dan ook toe beperken. Dat betekent dat een groot deel van de door verzoekers aangevoerde gronden niet zal worden beoordeeld. Dit betreft onder meer het betoog van verzoekers dat in het verleden gekapte bomen onvoldoende zijn gecompenseerd als gevolg waarvan natuur en dieren zijn verdwenen, dat er een verkeerde referentiedatum wordt gehanteerd en dat het gebied van de crossbaan te intensief wordt onderhouden, waardoor in strijd wordt gehandeld met de geldende bestemming Natuur, en dat vlaggen al (te) lang van tevoren worden opgehangen. Dit geldt ook voor het betoog van verzoeker [verzoeker] dat het aanbrengen van klei op de zandgrond een onomkeerbare en niet beoordeelde bodemtransformatie tot gevolg heeft. Deze gronden zijn met name van belang in het kader van het door verzoeker [verzoeker] al ingediende handhavingsverzoek, waar het college nog op dient te beslissen. 7.1. De voorzieningenrechter zal zich daarom gelet op het toetsingskader en de aangevoerde gronden beperken tot de vraag of het college a. zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat voor de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning wordt verleend geen andere bevredigende oplossing bestaat,
b. zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat de activiteit nodig is in het belang van een of meer in deze bepaling genoemde belangen, enc. het uitgevoerde ecologisch onderzoek aan het besluit ten grondslag heeft mogen leggen. Bestaat voor de activiteit geen andere bevredigende oplossing? 8. Het college stelt dat de planning van de werkzaamheden zoveel mogelijk is afgestemd op ecologische randvoorwaarden voor de hazelworm. Alle werkzaamheden met zwaardere machines worden vanaf het baanvlak uitgevoerd om te voorkomen dat de geschikte terreindelen met verblijfplaatsen binnen het plangebied verstoord raken. Voor de egalisatie van het baanvak tijdens de wedstrijd moeten op 8 plaatsen shovels geparkeerd worden buiten het baanvak. Hiervoor worden de hazelwormen in een klein deel van de geschikte terreindelen weggevangen met behulp van reptielenschermen. Alternatieve werkwijzen, bij de maatregelen die nodig zijn ter voorbereiding van het evenement, zullen naar verwachting niet leiden tot een verbetering van ecologische terreinomstandigheden, of tot minder nadelige effecten voor de hazelwormen. 8.1. Verzoekers hebben erop gewezen dat de eerste dag van het evenement dit jaar is verplaatst naar [plaats 2]. Het cross circuit van [plaats 2] ligt niet in een Natura2000 gebied, zoals in [plaats 1] wel het geval is. Onvoldoende duidelijk is geworden waarom ook dit aanstaande evenement niet in [plaats 2] gehouden kan worden. 8.2. Het college heeft op de zitting toegelicht dat de baan in [plaats 2] niet geschikt is voor een evenement als nu wordt georganiseerd. Er is onvoldoende parkeerruimte en de evenementenkalender van deze baan is bovendien al vol. Door het uitvallen van een eerder gepland evenement kon de eerste dag van het crossevenement in het paasweekeinde hier voor één keer wel gehouden worden, maar het is geen reëel alternatief. Ook de baan in Arnhem is geen reëel alternatief voor het organiseren van de crosswedstrijd. Verder heeft het college op de zitting toegelicht dat er allerlei maatregelen zijn genomen en voorgeschreven om te voorkomen dat hazelwormen worden gedood en dat de eerste dag van het evenement dit jaar is verplaatst omdat er in verband met de bescherming van de hazelwormen een vergunning noodzakelijk is en die nog niet was verleend. 8.3. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het college hiermee afdoende heeft onderbouwd dat voor de activiteit geen andere bevredigende oplossing bestaat en dat de werkzaamheden op de voor de hazelworm minst bezwaarlijke wijze zullen worden uitgevoerd. Het college heeft voorschriften gesteld om de hazelwormen te beschermen, waaronder een maaischema en de aanwezige hazelwormen zullen zoveel mogelijk worden van het parcours worden weggehouden door reptielenschermen. In het uiterste geval worden de hazelwormen gevangen en buiten het baanvlak uitgezet. De voorzieningenrechter acht dit niet onredelijk.De door verzoekers geopperde uitwijkmogelijkheden voor de crosswedstrijd zijn bovendien geen geschikte alternatieven. Het betoog van verzoekers slaagt dan ook niet. Heeft het college zich op het standpunt kunnen stellen dat de activiteit nodig is in het algemeen belang?
9. Een van de vereisten van 8.74l, van het Bkl is dat het evenement nodig is in het belang van een van de in deze bepaling genoemde belangen. Het college betoogt dat het evenement van algemeen belang is omdat het al sinds 1967 bestaat, een begrip is in de omgeving, en een deel van de lokale, regionale en nationale bevolking een sociaal en financieel belang heeft bij het evenement. Het motorcrossevenement is een internationale wedstrijd met crossers uit verschillende landen. 9.1. Verzoeker [verzoeker] heeft betwist dat het evenement van algemeen belang is. 9.2. De voorzieningenrechter is van oordeel dat, hoewel het college er op de zitting op zichzelf terecht op heeft gewezen dat het algemeen belang een breed begrip is, bij de invulling van het begrip ‘algemeen belang’ geen individuele belangen kunnen worden meegewogen. Die individuele belangen zijn immers geen algemene belangen. Dat het evenement al lang bestaat en de lokale en regionale bevolking hier een belang bij zou hebben, is bij de beoordeling van het algemeen belang derhalve niet relevant. Dat de nationale bevolking belang zou hebben bij de organisatie van een cross wedstrijd in de gemeente Oldebroek is – wat hier verder van ook zij – bovendien op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt. De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat het college het project ten onrechte als van ‘algemeen belang’ heeft aangemerkt. Het betoog slaagt. 9.3. De voorzieningenrechter ziet hier evenwel geen reden in om de verzoeken om voorlopige voorziening toe te wijzen, omdat niet is uitgesloten dat het gebrek in de door het college te nemen beslissing op bezwaar hersteld kan worden. Een van de in artikel 8.74l van het Bkl genoemde belangen betreft immers 3. in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten. De voorzieningenrechter acht het niet onaannemelijk dat in de beslissing op bezwaar gemotiveerd kan worden dat van deze redenen sprake is. Heeft het college het uitgevoerde ecologisch onderzoek aan het besluit ten grondslag kunnen leggen? 10. Het college heeft zich bij de voorbereiding van het bestreden besluit gebaseerd op het Nader onderzoek Levendbarende hagedis, hazelworm en zandhagedis van Mateboer Milieutechniek van 14 november 2025 en het Activiteitenplan van Mateboer Milieutechniek van 29 januari 2026. Het uitgevoerde onderzoek bestaat uit een combinatie van het
kennisdocument hazelworm en het soortinventarisatieprotocol hazelworm van het NGB. Idealiter was er ook een onderzoekronde uitgevoerd in april/mei. Door het al geplande evenement in 2025 kon dit niet. Er zijn als compensatie extra rondes uitgevoerd in de periode juni-september. Dit is toegestaan volgens de soortinventarisatieprotocollen. Het college beoordeelt de onderzoeken als voldoende. 10.1 Verzoeker [verzoeker] heeft aangevoerd dat het ecologisch onderzoek niet conform NGB-protocol 2023 is uitgevoerd. Zo vereist het Netwerk Groene Bureaus (NGB) protocol zes bezoeken tussen april – september, terwijl er slechts vijf zijn uitgevoerd. Bovendien staat het protocol compensatie van gemiste perioden door extra bezoeken niet toe. Op 1 juli 2025 gold Code Oranje voor Gelderland, Uit KNMI-uurdata blijkt dat het die dag 28,6–33,6°C was tijdens het bezoek, terwijl Mateboer 25°C noteert. 10.2. Uit het rapport van Mateboer blijkt dat Mateboer Milieutechniek door Normec Certification is gecertificeerd voor de NEN-EN-ISO 9001:2015 en een eigen kwaliteitssysteem heeft. De medewerkers zijn VCA gecertificeerd en de ecologen voldoen aan alle voorwaarden gesteld door het Ministerie van LVVN (RvO, 02-01-2024). Daarnaast is Mateboer Milieutechniek als kandidaat aangesloten bij het NGB. 10.3. Mateboer Milieutechniek is aan te merken als een deskundige. Het is vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat een bestuursorgaan op het advies van een deskundige mag afgaan, nadat het is nagegaan of dit advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Deze verplichting is neergelegd in artikel 3:9 van de Awb voor de wettelijk adviseur en volgt uit artikel 3:2 van de Awb voor andere adviseurs. Indien een partij concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop naar voren heeft gebracht, mag het bestuursorgaan niet zonder nadere motivering op het advies afgaan. Zo nodig vraagt het bestuursorgaan de adviseur een reactie op wat over het advies is aangevoerd. 10.4. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft het college zich bij de totstandkoming van het bestreden besluit kunnen baseren op het rapport van Mateboer Milieutechniek. Alle veldinventarisaties zijn blijkens het Activiteitenplan uitgevoerd op geschikte dagen binnen de juiste onderzoeksperiode en onder geschikte weersomstandigheden, zodat de resultaten voldoen aan de eisen uit de protocollen van het NGB (versie november 2023) en/of kennisdocumenten van de levendbarende hagedis en de zandhagedis (BIJ12). Uit het Nader onderzoek uit november 2025 is gebleken dat ter plaatse alleen de hazelworm voorkomt. Dat het Activiteitenplan zich in hoofdzaak beperkt tot de hazelworm maakt het dan ook niet onzorgvuldig. Het enkele feit dat Mateboer Milieutechniek vijf in plaats van zes bezoeken heeft afgelegd leidt niet tot een ander oordeel. Het college heeft erkend dat het beter was als er ook een onderzoekronde zou zijn uitgevoerd in april/mei, maar door het al geplande evenement in 2025 kon dit niet. Daarom zijn als compensatie extra rondes uitgevoerd in de periode juni-september. De voorzieningenrechter acht dit niet onredelijk. Dat er geen onderzoek heeft plaatsgevonden in september, maar de laatste in augustus is uitgevoerd doet hier niet aan af. Dat het warmer zou zijn geweest dan de door Mateboer Milieutechniek weergegeven 25°C doet hier eveneens niet aan af. Het betoog slaagt niet. Conclusie en gevolgen 11. De voorzieningenrechter is concluderend van oordeel dat hoewel het college in de beslissing op bezwaar nader zal moeten onderbouwen dat de activiteit nodig is in een van de in artikel 8.74l, van het Bkl genoemde belangen, er op dit moment geen reden is om aan te nemen dat het college hier niet in zal slagen en dat de verleende vergunning in bezwaar niet in stand zal kunnen blijven.
11. Wel merkt de voorzieningenrechter op dat het evenement doorgaans twee dagen beslaat (in 2026 slechts één dag omdat voor één keer is uitgeweken naar een crossbaan in [plaats 2]), en de werkzaamheden rond het evenement volgens de in de omgevingsvergunning opgenomen planning op 30 mei 2026 zijn afgerond. In de omgevingsvergunning zijn evenwel ook voorschriften opgenomen voor de periode na afloop van het evenement. Zo is in voorschrift 20 opgenomen dat het baanvak inclusief veiligheidszone en startvak tussen 1 en 15 oktober gemaaid dient te worden om het baanvak voorafgaand aan de winterperiode onaantrekkelijk te maken als winterverblijfplaats voor de hazelworm. Dit gaat voorbij aan de duur van het evenement. De voorzieningenrechter ziet hierin geen reden om een voorlopige voorziening te treffen, maar het college zal bij de beoordeling van de bezwaren wel dienen te beoordelen of deze voorschriften – die dwingend zijn geredigeerd – niet verder gaan dan strikt genomen ten behoeve van het evenement noodzakelijk is en er in feite op neer komen dat een groot deel van het terrein feitelijk ongeschikt wordt gemaakt voor de hazelworm. 13. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken af. Dat betekent dat de omgevingsvergunning voor het voor het opzettelijk vangen van de hazelworm en het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de hazelworm niet wordt geschorst. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorzieningen af. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.M. Verhoeven, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.H.Y Snoeren-Bos, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op De griffier is verhinderd de uitspraakte ondertekenen. griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de Ow in samenhang met artikel 11.54, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en Bijlage IX bij het Bal. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van