Omgevingswet. Welstand. Proces-verbaal mondelinge uitspraak. De rechtbank vindt het niet onredelijk dat het college het belang bij het volgen van de negatieve welstandsadviezen zwaarder heeft laten wegen dan het individueel belang van eiseres.
Rechtbank Midden-Nederland 11 May 2026
Uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBMNE:2026:2124
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
01-05-2026
Datum publicatie
11-05-2026
Zaaknummer
UTR 25/3978
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI:NL:RBMNE:2026:2124text/xmlpublic2026-05-11T09:58:142026-05-01Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Midden-Nederland2026-05-01UTR 25/3978UitspraakEerste aanleg - enkelvoudigNLUtrechtBestuursrecht; OmgevingsrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2124text/htmlpublic2026-05-08T16:07:292026-05-11Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBMNE:2026:2124 Rechtbank Midden-Nederland , 01-05-2026 / UTR 25/3978 Omgevingswet. Welstand. Proces-verbaal mondelinge uitspraak. De rechtbank vindt het niet onredelijk dat het college het belang bij het volgen van de negatieve welstandsadviezen zwaarder heeft laten wegen dan het individueel belang van eiseres.
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 mei 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht (het college), verweerder
(gemachtigde: mr. N.J. van Polanen). Inleiding1.1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de weigering van het college om aan haar een omgevingsvergunning te verlenen voor het plaatsen van transparante en wegschuifbare balkonbeglazing op de locatie [adres] in [woonplaats] . Dat is het appartement waarin eiseres woont, gelegen op de hoek van de derde verdieping van een appartementencomplex. Het bijbehorende balkon ligt aan de openbare weg. 1.2. Eiseres is het niet eens met de weigering en heeft daartegen bezwaar gemaakt bij het college. Met het besluit van 21 mei 2025 op het bezwaar van eiseres (het bestreden besluit) is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en heeft het beroep aangevuld op 20 oktober 2026. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.3. De rechtbank heeft het beroep op 1 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigde van het college. Ook waren aanwezig: [A] , [B] , [C] en [D] . 1.4. Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart beroep ongegrond. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank stelt bij de beoordeling van het beroep voorop dat tussen partijen niet ter discussie staat dat de supervisor van Leidsche Rijn Centrum en de Commissie Omgevingskwaliteit Utrecht negatief hebben geadviseerd over de aanvraag van eiseres voor een omgevingsvergunning. 3. Eiseres voert aan dat het college ten onrechte geen gebruik heeft gemaakt van zijn discretionaire bevoegdheid om in het kader van haar woongenot en de leefkwaliteit af te wijken van de negatieve welstandsadviezen. Zij ondervindt wind- en geluidhinder op haar hoekbalkon. Hinder die door het plaatsen van transparante en wegschuifbare balkonbeglazing weggenomen zou kunnen worden. 4. De rechtbank overweegt dat het college volgens vaste rechtspraak van de hoogste bestuursrechter in dit soort zaken, dat is de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, van een negatief welstandsadvies mag afwijken op grond van overwegingen van algemeen belang, zoals economische of maatschappelijke belangen. Het college mag ook afwijken van een negatief welstandsadvies op overwegingen die niet van algemeen belang zijn, zoals individuele omstandigheden van de aanvrager. Als het college vindt dat andere belangen aanleiding geven om van een negatief welstandsadvies af te wijken, dan moet het college dat standpunt deugdelijk motiveren. 5. Zoals eiseres zelf al aangeeft, is de bevoegdheid van het college om af te wijken van de negatieve welstandsadviezen een discretionaire bevoegdheid. Dit betekent dat de rechtbank het beroep van eiseres terughoudend moet toetsen. 6. In het bestreden besluit, in het verweerschrift en op de zitting heeft het college uitgelegd dat hij weliswaar begrip heeft voor de situatie die door eiseres wordt geschetst, maar dat hij dit onvoldoende vindt om af te wijken van de negatieve welstandsadviezen. De balkonbeglazing zal met name zorgen voor een verbetering van het woon- en leefklimaat op het hoekbalkon. Het college weegt dit belang echter minder zwaar dan het algemeen belang dat hierdoor zou worden geschaad, namelijk het belang bij een goede leefomgeving in het algemeen. Dat is een leefomgeving zonder bouwwerken die in strijd zijn met redelijke eisen van welstand. Het balkon is de buitenruimte. Dat in de buitenruimte van een woning meer wind- en geluid ervaren wordt, is volgens het college inherent aan een buitenruimte in de stad. Het is het college niet gebleken dat de gevolgen van wind en geluid op het balkon van eiseres dermate ernstig zijn dat het belang van eiseres bij het beperken daarvan zwaarder zou moeten wegen dan het algemeen belang van de goede leefomgeving. Volgens het college zou van het in dit geval afwijken van de negatieve welstandsadviezen ongewenste precedentwerking uitgaan voor andere gevallen in Utrecht, omdat binnen de gemeente Utrecht veel hoogbouw aanwezig is met vergelijkbare uitkragende balkons. 7. De rechtbank vindt het niet onredelijk dat het college het belang bij het volgen van de negatieve welstandadviezen zwaarder heeft laten wegen dan het individueel belang van eiseres bij transparante en wegschuifbare balkonbeglazing. Eiseres heeft niet met specifiek op haar hoekbalkon toegesneden wind- en/of geluidsrapporten onderbouwd dat die hinder zo ernstig is dat het college vanwege de individuele belangen van eiseres had moeten afwijken van de negatieve welstandsadviezen. 8. Op de zitting is ter sprake gekomen dat de door eiseres ervaren wind- en geluidsoverlast feitelijk meer is dan eiseres afleidt uit voorafgaand aan de bouw opgestelde algemene rapporten. Dat is echter niet iets wat in deze procedure door de rechtbank kan worden meegenomen in de beoordeling. Conclusie en gevolgen 9. Omdat het beroep ongegrond is, blijft het bestreden besluit in stand en mag eiseres geen transparante en wegschuifbare balkonbeglazing aanbrengen op haar balkon. Eiseres krijgt het griffierecht niet terug. 10. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze. Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 1 mei 2026 door mr. S.C.A. van Kuijeren, rechter, in aanwezigheid van mr. I.C. de Zeeuw-'t Lam, griffier. griffier rechter Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.