Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBMNE:2026:481

Deze uitspraak gaat over de last onder dwangsom die het college aan een café heeft opgelegd wegens het overschrijden van de geluidsnormen uit de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) tijdens een feest. Partijen verschillen van mening of de geluidsnorm is overschreden. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de last onder dwangsom terecht heeft opgelegd. De geluidsd...

Rechtbank Midden-Nederland 2 March 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBMNE:2026:481 text/xml public 2026-03-02T10:00:51 2026-02-13 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-02-12 UTR 25/3329 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Bestuursrecht; Omgevingsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:481 text/html public 2026-02-23T12:37:08 2026-03-02 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:481 Rechtbank Midden-Nederland , 12-02-2026 / UTR 25/3329
Deze uitspraak gaat over de last onder dwangsom die het college aan een café heeft opgelegd wegens het overschrijden van de geluidsnormen uit de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) tijdens een feest. Partijen verschillen van mening of de geluidsnorm is overschreden. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de last onder dwangsom terecht heeft opgelegd. De geluidsdeskundige heeft op de avond van het feest een overschrijding van de waarden in de APV gemeten. Het college was daarom bevoegd om met een last onder dwangsom gericht op het beëindigd houden van de overtreding handhavend op te treden. Het beroep is ongegrond.
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/3329
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 februari 2026 in de zaak tussen [eiseres] V.O.F., uit [plaats] , eiseres
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente IJsselstein, verweerder

(gemachtigde: mr. S. Yildiz).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de last onder dwangsom die het college aan sportcafé [eiseres] (het café) aan de [adres] in [plaats] heeft opgelegd wegens het overschrijden van de geluidsnormen uit de Algemene Plaatselijke Verordening tijdens het feest ‘ [evenement] ’ op 6 april 2024. De last onder dwangsom is opgelegd ter voorkoming van herhaling van deze overtreding. Partijen verschillen van mening of de geluidsnorm is overschreden. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de last onder dwangsom terecht heeft opgelegd. Het beroep is ongegrond.
Procesverloop
2. Op 23 februari 2024 heeft eiseres bij het college een melding incidentele festiviteit gedaan op grond van de Algemene plaatselijke verordening 2024 van de gemeente IJsselstein (hierna: APV). De melding had betrekking op een live optreden met één of meerdere bands/dj’s op zaterdag 6 april vanaf 20:00 tot zondag 7 april 2024 01:00 uur. Het gaat hier om het feest dat bekend staat als “ [evenement] ”. Het college heeft de ontvangst van de melding schriftelijk bevestigd. Voor een incidentele festiviteit waarvan tenminste tien dagen voor de aanvang een melding is gedaan, gelden hogere (minder strenge) geluidsnormen.

3. Naar aanleiding van een klacht over geluidoverlast op de avond van het feest bij de Omgevingsdienst Regio Utrecht heeft een toezichthouder op diezelfde avond tussen 22:18 en 23:05 uur geluidsmetingen in de woonkamer en slaapkamer van een woning boven het café verricht. De toezichthouder heeft een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau gemeten van 68 dB(A) in de woonkamer op de eerste verdieping en 64 dB(A) in de slaapkamer op de tweede verdieping. De geldende geluidsnorm is tijdens het feest volgens het college met 18 dB(A) overschreden.

4. Daarom heeft het college aan eiseres op 31 oktober 2024 ter voorkoming van herhaling een last onder dwangsom opgelegd. De last richt zich op het beëindigen en beëindigd houden van de door het college geconstateerde overtreding. Om aan de last te voldoen moet eiseres ervoor zorgen dat aan de geluidsnormen wordt voldaan gedurende de dagen waarvoor tijdig een melding incidentele festiviteit is gedaan. In het geval dat geen/niet tijdig een melding incidentele festiviteit is gedaan, moet eiseres zich houden aan de geluidsnormen, zoals vastgelegd in het omgevingsplan van de gemeente IJsselstein (het omgevingsplan). Als niet aan de geluidsnormen wordt voldaan, dan verbeurt eiseres een dwangsom van € 5.000,- per geconstateerde overtreding tot een maximum van € 10.000,-. Er zal niet vaker dan één keer per dag gecontroleerd worden of aan de lastgeving is voldaan.

5. Tegen de oplegging van de last onder dwangsom heeft eiseres bezwaar gemaakt. Met het besluit van 22 april 2025 heeft het college het dwangsombesluit herroepen voor zover de last betrekking heeft op de overtreding van het omgevingsplan. Dit onderdeel van de last is ingetrokken, omdat geen geluidsmeting op een reguliere avond is verricht en de geluidnormen uit het omgevingsplan op het moment van een gemelde incidentele festiviteit niet van toepassing zijn. Het college heeft het besluit voor het overige in stand gelaten.

6. Op 5 april 2025 heeft het college tijdens een vooraf gemelde incidentele festiviteit opnieuw een overschrijding van de geluidsnorm in de bovenwoning gemeten, waardoor eiseres een dwangsom heeft verbeurd. Deze keer bedroeg de overschrijding 27 dB(A). De verbeurde dwangsom heeft eiseres op 18 juni 2025 aan het college betaald. Om deze reden heeft het college geen invorderingsbeschikking genomen.

7. Tegen het bestreden besluit heeft eiseres beroep bij de rechtbank ingesteld. De Omgevingsdienst Regio Utrecht heeft namens het college op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

8. De rechtbank heeft het beroep op 15 december 2025 op een zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de vennoot van eiseres, [A] , en de gemachtigde van het college, vergezeld door [deskundige] , geluidsdeskundige bij de Omgevingsdienst Regio Utrecht.
Wettelijk kader
9. De geluidsnormen voor cafés zijn sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 opgenomen in artikel 22.63 van het omgevingsplan. In dit artikel zijn geluidwaarden opgenomen voor geluidgevoelige gebouwen en voor geluidgevoelige ruimtes binnen een in- of aanpandig geluidgevoelig gebouw. Deze waarden zijn, voor zover de naleving daarvan redelijkerwijs niet kan worden gevergd, niet van toepassing op dagen/dagdelen in verband met festiviteiten.

10. De Algemene plaatselijke verordening van de gemeente IJsselstein (APV) bepaalt dat maximaal acht dagen of dagdelen per kalenderjaar incidentele festiviteiten mogen plaatsvinden waarbij de wettelijke geluidsnormen uit het omgevingsplan (voorheen Activiteitenbesluit milieubeheer) niet van toepassing zijn, mits ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding is gedaan aan het college. De melding is gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld. Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau veroorzaakt door het café mag tijdens een feest ten hoogste bedragen: 55 dB(A) tussen 07.00 en 19.00 uur, 50 dB(A) tussen 19.00 en 23.00 uur en 45 dB(A) tussen 23.00 en 07.00 uur, in geluidsgevoelige ruimten van aanpandige of inpandige gevoelige gebouwen.

11. Het college is bevoegd om in geval van een overtreding van een wettelijk voorschrift daartegen met een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang handhavend op te treden. Het is vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat het college in de regel gebruik moet maken van zijn bevoegdheid om handhavend op te treden, ook wel aangeduid als de beginselplicht tot handhaving. De reden voor deze beginselplicht is dat de rechtszekerheid vergt dat de feitelijke situatie in beginsel niet afwijkt van de juridisch toegestane situatie. Door middel van handhavend optreden wordt dit bereikt.
Beoordeling door de rechtbank
Is sprake van een overtreding?

12. Eiseres voert aan dat tijdens een incidentele festiviteit een geluidsnorm in het café geldt van 95 dB(A), omdat aan eiseres een omgevingsvergunning is verleend waaraan een geluidsnorm van 75 dB(A) als voorschrift is verbonden en daar bij een incidentele festiviteit 20 dB(A) bovenop komt. Op het moment dat aan deze norm wordt voldaan, wordt volgens eiseres ook voldaan aan de geluidsnorm die geldt voor in- en aanpandige geluidsgevoelige gebouwen. Op 6 april 2024 heeft eiseres met een decibelmeter geconstateerd dat binnen in het café de norm van 95 dB(A) niet werd overschreden. Daarnaast voert eiseres aan dat de uitgevoerde geluidsmeting onjuist is geweest, omdat er op de avond van de meting geen muziek met bastonen werd gespeeld. Ter onderbouwing hiervan heeft eiseres een verklaring van [B] overgelegd, die het geluid op 6 april 2024 heeft verzorgd.

13. De rechtbank vertaalt de beroepsgrond van eiseres naar een beroep op het ontbreken van een wettelijke grondslag om tot handhaving over te gaan, omdat geen sprake zou zijn geweest van een overtreding. Naar de rechtbank begrijpt voert eiseres aan dat zij de geluidsnorm in de APV niet heeft overtreden, omdat de vergunde geluidsnorm niet werd overschreden op de avond van het feest. De rechtbank stelt bij de beoordeling van het beroep voorop dat de rechtbank niet beschikt over een aan eiseres verleende omgevingsvergunning, waarin een norm van 75 dB(A) als voorschrift zou zijn verbonden. De rechtbank beschikt wel over het akoestisch rapport van 4 november 2019 dat volgens partijen aan de vergunning ten grondslag is gelegd. In het akoestisch rapport staat dat het maximaal toegestane geluidsniveau in het café 75 dB(A) bedraagt en dat hierbij de interne geluidsoverdracht naar de bovengelegen woning bepalend is. Op de zitting heeft de rechtbank vastgesteld dat tussen partijen niet in geschil is dat deze geluidsnorm als voorschrift aan de aan eiseres verleende omgevingsvergunning is verbonden. Uit de stukken maakt de rechtbank op dat de vergunning op 14 november 2019 aan eiseres is verleend.

14. De geluidsdeskundige heeft op de zitting toegelicht dat de norm van 75 dB(A) het toelaatbare achtergrondgeluid in het café is in de avondperiode. Het geluidsniveau van achtergrondmuziek moet 10 dB(A) lager liggen, namelijk 65 dB(A) in de avond. Op het moment dat sprake is van muziek met bastonen geldt een strafcorrectie van 10 dB(A), zodat in de avond 55 dB(A) is toegestaan in het café. Als er muziek wordt gedraaid met een geluidsniveau van 95 dB(A), dan wordt de norm in het café met 40 dB(A) overschreden. Op het moment van een incidentele festiviteit is 20 dB(A) extra toegestaan en zou er bij 95 dB(A) sprake zijn van een overschrijding van 20 dB(A). De rechtbank stelt met de geluidsdeskundige vast dat de hoogte van de overschrijding overeenkomt met het resultaat van de geluidsmeting in de avond op 6 april 2024. De geluidsdeskundige heeft verder toegelicht dat bij een incidentele festiviteit de norm voor in- en aanpandige gevoelige gebouwen met 20 dB(A) wordt opgerekt naar 50 dB(A), maar dat geldt niet voor de norm in het café. Die norm bedraagt altijd 75 dB(A). Eiseres is aldus uitgegaan van een verkeerde interpretatie van de toegestane geluidsnorm.

15. De rechtbank overweegt verder dat de vergunde geluidsnorm van 75 dB(A) geen toestemming geeft om af te wijken van de geluidsnormen die zijn vastgelegd in de APV. De APV is algemeen en rechtstreeks werkend. Dat betekent dat eiseres zowel moet voldoen aan de voorschriften in de omgevingsvergunning als aan de normen in de APV. De APV bevat binnenwaarden die gelden tijdens een incidentele festiviteit en het akoestisch rapport bij de omgevingsvergunning bevat een geluidsnorm die geldt voor in het café. De dwangsom gaat niet over de naleving van de geluidsnorm die geldt in het café zelf, maar over de norm uit de APV die geldt in geluidsgevoelige ruimten van aanpandige of inpandige gevoelige gebouwen en dus in de bovenwoning. Het college heeft bij de beoordeling of sprake is van een overtreding dus terecht uitsluitend de normen uit de APV betrokken.

16. De geluidsdeskundige van het college heeft op de avond van het feest een overschrijding gemeten van 18 dB(A). Dat volgt uit het geluidsrapport van 8 april 2024. Volgens vaste rechtspraak mag het bestuursorgaan op een geluidsmeting van een geluidsdeskundige afgaan. Een gemeten geluidsniveau van 68 dB(A) levert een overschrijding van 18 dB(A) van de toegestane norm in de avondperiode op. In hoeverre er bastonen zijn gemeten doet vanwege de gemeten overschrijding niet ter zake.

17. De rechtbank is met het geluidsrapport van de meting en de toelichting van de geluidsdeskundige op de zitting gebleken dat de geluidsnorm in de APV is overschreden, zodat het college bevoegd was daartegen met een last onder dwangsom handhavend op te treden. De beroepsgrond slaagt niet.

Is de [straat] aangewezen als horecagebied?

18. Eiseres voert aan dat de [straat] is aangewezen als uitgaansgebied en dat de Omgevingsdienst Regio Utrecht dat ten onrechte ontkent. In de omgevingsvisie van de gemeente IJsselstein en het Toekomstbeeld binnenstad IJsselstein is de [straat] aangewezen als (nacht)horecagebied, aldus eiseres.

19. Het omgevingsplan bepaalt dat als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet bij of krachtens een gemeentelijke verordening een concentratiegebied voor horecabedrijven is aangewezen, waarin andere geluidwaarden zijn opgenomen, de waarden gelden die zijn opgenomen in die verordening. De [straat] in IJsselstein is niet bij gemeentelijke verordening aangewezen als horecaconcentratiegebied, zodat er geen afwijkende geluidsnormen gelden. Dat in de omgevingsvisie en het Toekomstbeeld binnenstad IJsselstein de [straat] wordt genoemd als (nacht)horecagebied, maakt dit niet anders. De omgevingsvisie en het Toekomstbeeld zijn beleidskaders, maar geen gemeentelijke verordeningen. Alleen bij verordening konden voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet hogere geluidsnormen voor een gebied worden vastgesteld. Dat heeft de gemeente niet gedaan. Ten overvloede vermeldt de rechtbank dat de geluidsdeskundige op de zitting heeft toegelicht dat ook wanneer de [straat] wél bij of krachtens gemeentelijke verordening was aangewezen als horecaconcentratiegebied, het maximaal toelaatbare binnenniveau in de bovenwoning bij een incidentele festiviteit nog steeds 50 dB(A) zou zijn geweest. Eiseres kan met deze beroepsgrond dus niet bereiken dat het bestreden besluit voor vernietiging in aanmerking komt. De beroepsgrond slaagt niet.

Hoorzitting bezwaar

20. Verder geeft eiseres in het beroepschrift nog aan dat zij ontevreden is over de gang van zaken op de hoorzitting in bezwaar en dat de commissie summier of onvolledig is ingegaan op haar bezwaargronden. Zo begon de hoorzitting te laat, had eiseres het gevoel dat zij werd afgekapt en had de commissie geen technische kennis. Ook kreeg eiseres geen gelegenheid om te reageren op de inbreng van de geluidsdeskundige van de Omgevingsdienst Regio Utrecht. Uit de geluidsopname van de zitting blijkt volgens eiseres dat wat in het verslag van de zitting staat niet helemaal overeenkomt met wat er werkelijk is gezegd.

21. Uit het verslag van de hoorzitting, bestaande uit zeven pagina’s, leidt de rechtbank af dat de commissie vragen aan eiseres heeft gesteld en dat eiseres de gelegenheid heeft gekregen haar bezwaargronden toe te lichten en om te reageren op de inbreng van het college en de geluidsdeskundige. De rechtbank is niet gebleken dat de commissie bezwaarschriften de punten van het geschil niet met partijen heeft besproken. Voor zover sprake is van een beroepsgrond, slaagt deze niet.
Conclusie en gevolgen
22. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en de last onder dwangsom ongewijzigd in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het door haar betaalde griffierecht niet terug.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. ing. A. Rademaker, rechter, in aanwezigheid van

mr. S.N. van Ooijen, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 12 februari 2026.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Op grond van artikel 4:3 van de APV.

Artikel 22.63, derde lid, van het omgevingsplan.

Artikel 22.73 van het omgevingsplan.

Artikel 4:3, eerste lid, van de APV.

Artikel 4:3, vierde lid, van de APV.

Artikel 4:3, zevende lid, van de APV.

Artikel 125 van de Gemeentewet en artikel 5:32 van Algemene wet bestuursrecht.

Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 5 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:678, rechtsoverweging 6.1.

Artikel 22.67 van het omgevingsplan.

Artikel delen