Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBMNE:2026:572

Omgevingswet. Weigering omgevingsvergunning voor twee dakkappellen. Omdat de dakkapel aan de voorzijde van de woning van eiser in strijd is met redelijke eisen van welstand, heeft het college de omgevingsvergunning daarvoor mogen weigeren. Het college heeft het realiseren van een dakkapel aan de achterzijde van de woning ten onrechte in strijd geacht met de regels over het verlenen van de omgev...

Rechtbank Midden-Nederland 16 March 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBMNE:2026:572 text/xml public 2026-03-16T10:00:18 2026-02-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Midden-Nederland 2026-02-24 UTR 25/4399 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Utrecht Bestuursrecht; Omgevingsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:572 text/html public 2026-03-02T10:24:00 2026-03-16 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBMNE:2026:572 Rechtbank Midden-Nederland , 24-02-2026 / UTR 25/4399
Omgevingswet. Weigering omgevingsvergunning voor twee dakkappellen. Omdat de dakkapel aan de voorzijde van de woning van eiser in strijd is met redelijke eisen van welstand, heeft het college de omgevingsvergunning daarvoor mogen weigeren. Het college heeft het realiseren van een dakkapel aan de achterzijde van de woning ten onrechte in strijd geacht met de regels over het verlenen van de omgevingsvergunning die hiervoor in het omgevingsplan zijn gesteld. Het college had geen beleidsvrijheid om de omgevingsvergunning te weigeren, omdat deze vanuit stedenbouwkundig oogpunt ongewenst zou zijn. Beroep gegrond.

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 25/4399
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 februari 2026 in de zaak tussen
<?linebreak?> [eiser] , uit [plaats] , eiser
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder
(gemachtigde: mr. J.M. Hillenaar).
Inleiding 1.1.
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit van het college om de door hem aangevraagde omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit voor het bouwen van twee dakkapellen, één aan de voorzijde en één aan de achterzijde van zijn woning aan het [adres 1] in [plaats] , te weigeren.
1.2.
Eiser is het niet eens met deze weigering en heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Met het besluit van 18 juni 2025 op het bezwaar van eiser is het college bij de weigering gebleven. Eiser heeft tegen dit besluit beroep ingesteld. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 30 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van het college, hij werd vergezeld door [A] , stedenbouwkundige.
Beoordeling door de rechtbank
Is het realiseren van een dakkapel in strijd met de regels van het bestemmingsplan?

2. De belangrijkste vraag die partijen verdeeld houdt, is of het realiseren van een dakkapel op de woning van eiser wel of niet in strijd is met het bestemmingsplan ‘Rivierenwijk’ (het bestemmingsplan) dat van rechtswege onderdeel uitmaakt van het tijdelijk deel van het Omgevingsplan gemeente Utrecht (het omgevingsplan). De rechtbank zal deze vraag daarom in deze uitspraak als eerste beantwoorden.

3. Voor het antwoord op de vraag of een bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan zijn de op de verbeelding aangegeven bestemming en de daarbij behorende regels bepalend.

4. Partijen zijn het erover eens, en de rechtbank stelt ook vast, dat op grond van het bestemmingsplan op de woning van eiser de bestemming ‘Woondoeleinden’ rust. Binnen deze bestemming mogen uitsluitend in de bestemming passende bouwwerken worden gebouwd onder andere onder de voorwaarde dat de bestaande kapvorm of afdekking, op het moment van de tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan wordt gehandhaafd. De vraag waar de rechtbank een oordeel over moet geven is of het realiseren van een dakkapel op de woning van eiser aan deze voorwaarde voldoet.

5. Volgens de definitie uit het bestemmingsplan wordt onder afdekking de bovenbeëindiging van een bouwwerk verstaan. De rij woningen waarvan de woning van eiser deel uitmaakt wordt boven twee bouwlagen beëindigd met een kap in de vorm van een zadeldak. De uitspraak over het begrip afdekking van de rechtbank waarnaar het college in zijn verweerschrift verwijst is voor deze zaak verder niet relevant, omdat het in die zaak ging om een bestemmingsplan waarin het begrip ‘afdekking’ niet was gedefinieerd. In deze zaak die nu aan de rechtbank ter beoordeling voorligt is de definitie uit het bestemmingsplan bepalend voor wat onder het begrip ‘afdekking’ moet worden verstaan.

6. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) moet een planregel vanwege de rechtszekerheid letterlijk worden uitgelegd. De rechtszekerheid vereist dat van wat in het bestemmingsplan is bepaald, in beginsel moet worden uitgegaan. Als de planregel op zichzelf niet duidelijk is en ook niet in samenhang met de andere planregels (systematiek), dan komt betekenis toe aan de niet-bindende plantoelichting. Die plantoelichting kan namelijk meer inzicht geven in de bedoeling van de planwetgever.

7. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de planregel voor ‘Woondoeleinden’ niet duidelijk of met het realiseren van een dakkapel de voorwaarde dat de bestaande kapvorm of afdekking moet worden gehandhaafd wordt doorkruist. Daarom kan de rechtbank in dit geval niet volstaan met een letterlijke uitleg van de planregel, maar moet hij deze in samenhang met andere planregels en eventueel de plantoelichting beoordelen.

8. In de planregel voor de bestemming ‘Woondoeleinden’ zijn meerdere binnenplanse afwijkingsmogelijkheden opgenomen op grond waarvan het college kan afwijken van de voorwaarde dat de bestaande kapvorm of afdekking moet worden gehandhaafd. De rechtbank stelt vast dat in de planregel afwijkingsmogelijkheden zijn opgenomen voor het realiseren van een kap op een hoofdgebouw van twee bouwlagen en het wijzigen van een bestaande kapvorm op een hoofdgebouw van een, twee of drie bouwlagen. Op de zitting is duidelijk geworden dat partijen het er inmiddels over eens zijn dat deze binnenplanse afwijkingsmogelijkheden hier niet van toepassing zijn. De rechtbank is het daarmee eens. Zoals vermeld onder 5 heeft de woning van eiser al een kap op twee bouwlagen en naar het oordeel van de rechtbank blijft de kapvorm van de rij woningen ook na het realiseren van een dakkapel op de woning van eiser onveranderd. Een zadeldak blijft ook na plaatsing van dakkapellen een zadeldak. De rechtbank stelt verder vast dat in de planregels niet is voorzien in een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid voor de veel kleinschaliger en vaker voorkomende toevoeging van een dakkapel op een dakvlak. Het feit dat zo’n vrijstellingsmogelijkheid niet in het bestemmingsplan is opgenomen laat zich verklaren door de plantoelichting. In de plantoelichting staat hierover namelijk het volgende: “Het is mogelijk dakkapellen te realiseren. De toelaatbaarheid van (de vorm, afmetingen van) dakkapellen is geregeld in de welstandsnota.”

9. Uit de systematiek van de planregels en de plantoelichting leidt de rechtbank daarom af dat het bestemmingsplan geen beperkingen bevat voor de bouw van dakkapellen. Uit de plantoelichting kan worden afgeleid dat de planwetgever in 2007 heeft beoogd om de toelaatbaarheid van dakkapellen – voor zover deze niet vergunningsvrij zijn – (alleen) te reguleren met toepassing van het welstandsvereiste. Dat is een aanpak die de rechtbank logisch voorkomt, omdat in een situatie waarin een bestemmingsplan zich niet tegen de bouw van dakkapellen verzet en daarvoor evenmin expliciete regels over plaatsing en vormgeving over worden gesteld, de toelaatbaarheid van plaatsing en vormgeving zich met het welstandsvereiste sluitend laat reguleren.

10. De constatering dat het bestemmingsplan zich niet tegen de bouw van dakkapellen verzet komt ook overeen met de overwegingen van het college in eerder verleende omgevingsvergunningen waarnaar eiser heeft verwezen voor het realiseren van dakkapellen op de woningen aan het [adres 2] (HZ-WABO-21-37757), het [adres 3] (HZ-WABO-19-07955) en de [adres 4] (GU-Z2024-0035354). In deze drie omgevingsvergunningen is vermeld dat de aanvraag voor het realiseren van een dakkapel in overeenstemming is met het bestemmingsplan of dat in het bestemmingsplan geen bepalingen zijn opgenomen die relevant zijn voor deze aanvraag. De rechtbank volgt het college niet in zijn verweer dat de desbetreffende overwegingen ten onrechte in deze drie eerder door hem verleende omgevingsvergunningen zijn vermeld.

11. De conclusie van het voorgaande is dat het realiseren van een dakkapel op de woning van eiser niet in strijd is met het bestemmingsplan.

Mocht het college de omgevingsvergunning weigeren?

12. De weigering bestaat uit twee besluitonderdelen. Namelijk de weigering van de omgevingsvergunning voor de dakkapel aan de voorzijde en de weigering van de omgevingsvergunning voor de dakkapel aan de achterzijde van de woning van eiser. De rechtbank zal deze twee besluitonderdelen hierna afzonderlijk beoordelen.

Het toetsingskader

13. Op grond van het omgevingsplan moeten de dakkapellen passen bij het doel van de bestemming ‘Woondoeleinden’ en verleent het college de omgevingsvergunning alleen als het uiterlijk of de plaatsing van een bouwwerk niet in strijd is met redelijke eisen van welstand. Daarnaast moet de dakkapel aan de voorzijde van de woning van eiser voldoen aan de volgende voorwaarden: de dakkapel moet een plat dak hebben, de dakkapel mag gemeten vanaf de voet niet hoger zijn dan 1,75 meter, de onderzijde van de dakkapel moet meer dan 0,5 meter en minder dan 1 meter boven de dakvoet staan, de bovenzijde van de dakkapel moet meer dan 0,5 meter onder de daknok liggen en de zijkanten van de dakkapel moeten meer dan 0,5 meter van de zijkanten van het dakvlak staan. Voor dakkapellen aan de achterzijde zijn in het omgevingsplan geen aanvullende beoordelingsregels opgenomen.

De dakkapel aan de voorzijde

14. Het college heeft de omgevingsvergunning voor het realiseren van de dakkapel aan de voorzijde van de woning van eiser geweigerd, omdat de door eiser aangevraagde dakkapel in strijd is met redelijke eisen van welstand. De hoogtemaatvoering, kleurstelling en detaillering moeten, aldus het advies van het Bureau Commissie Omgevingskwaliteit Utrecht, worden afgestemd op de dakkapel op het adres [adres 5] . Dit betekent dat de kleurstelling wit moet zijn, eventueel met een zinken zijkant of zink look en het boeibord moet worden afgerond met een kraal.

15. Op de zitting is hebben partijen toegelicht dat dit geen geschilpunt (meer) is tussen hen beiden en dat zij inmiddels overeenstemming hebben bereikt over een aangepaste tekening voor de dakkapel aan de voorzijde die aan dit welstandsadvies voldoet. Hiervoor kan eiser een nieuwe aanvraag voor een omgevingsvergunning indienen bij het college.

16. De rechtbank zal het bestreden besluit voor zover dat ziet op de dakkapel aan de voorzijde van de woning van eiser in stand laten.

De dakkapel aan de achterzijde

17. Het college heeft de omgevingsvergunning voor het realiseren van de dakkapel aan de achterzijde van de woning van eiser geweigerd, omdat deze in strijd zou zijn met het omgevingsplan en hij op basis van een advies van Stedenbouw geen mogelijkheden zag om hiervan af te wijken. De eerste vraag die de rechtbank aan de hand van de beroepsgronden van eiser moet beoordelen, is of de aanvraag van eiser voor het realiseren van een dakkapel aan de achterzijde van de woning in strijd is met het omgevingsplan.

18. Zoals vermeld onder 11 is de rechtbank van oordeel dat het realiseren van een dakkapel op de woning van eiser niet in strijd is met het tijdelijke deel van het omgevingsplan, te weten het bestemmingsplan.

19. Tussen partijen is niet in geschil dat een dakkapel past bij het doel van de bestemming ‘Woondoeleinden’.

20. Op grond van het omgevingsplan resteert voor de dakkapel aan de achterzijde van de woning van eiser dan alleen nog als weigeringsgrond dat de dakkapel in strijd zou zijn met de redelijke eisen van welstand. Echter in de welstandsnota zijn sinds 2015 de achterzijden van woningen (als deze niet naar het openbaar gebied zijn gekeerd) welstandsvrij verklaard. Op de zitting is gebleken dat partijen het erover eens zijn, en de rechtbank stelt ook vast, dat de achterzijde van de woning van eiser niet naar het openbaar gebied is gekeerd. Dit betekent dat het college niet de mogelijkheid heeft om de dakkapel aan de achterzijde van de woning van eiser met welstandsvereisten te reguleren of te weigeren.

21. De conclusie van het voorgaande is dat op grond van het omgevingsplan geen grond bestaat om de omgevingsvergunning voor een dakkapel aan de achterzijde van de woning van eiser te weigeren. Het college moet de omgevingsvergunning in dat geval verlenen. Het college heeft dan geen beleidsruimte. Dit betekent dat het college ook geen ruimte heeft om te beoordelen of de dakkapel vanuit stedenbouwkundig oogpunt gewenst is of om te beoordelen of de dakkapel voldoet aan de door het college bij het verweerschrift overgelegde interne richtlijn voor dakkapellen. Hierdoor komt de rechtbank niet toe aan een beoordeling van het beroep van eiser op het gelijkheidsbeginsel over de toepassing van de interne richtlijn bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het realiseren van een dakkapel op het adres [adres 6] in [plaats] .

22. De rechtbank zal het bestreden besluit voor zover dat ziet op de dakkapel aan de achterzijde van de woning van eiser vernietigen.
Conclusie en gevolgen
23. Het beroep is gegrond. Het college heeft het realiseren van een dakkapel aan de achterzijde van de woning ten onrechte in strijd geacht met de regels over het verlenen van de omgevingsvergunning die hiervoor in het omgevingsplan zijn gesteld. Het college had geen beleidsvrijheid om de omgevingsvergunning te weigeren, omdat deze vanuit stedenbouwkundig oogpunt ongewenst zou zijn. Omdat de dakkapel aan de voorzijde van de woning van eiser in strijd is met redelijke eisen van welstand, heeft het college de omgevingsvergunning daarvoor wel mogen weigeren.

24. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit voor zover daarbij de omgevingsvergunning voor de dakkapel aan de achterzijde van de woning van eiser is geweigerd vanwege strijdigheid met het omgevingsplan. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit voor zover dat wordt vernietigd in stand te laten. Ook zal de rechtbank niet zelf in de zaak voorzien, omdat zij geen kennis kan geven van een beslissing op de aanvraag om een omgevingsvergunning. De rechtbank bepaalt dat het college een nieuw besluit op bezwaar moet nemen voor het besluitonderdeel dat ziet op de dakkapel aan de achterzijde met inachtneming van deze uitspraak.

25. Omdat het beroep gegrond is moet het college het griffierecht aan eiser vergoeden. Eiser heeft geen proceskosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Beslissing
De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit voor zover het college de weigering van de omgevingsvergunning voor de dakkapel aan de achterzijde van de woning van eiser in stand heeft gelaten;

- draagt het college op een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;

- bepaalt dat het college het griffierecht van € 194,- aan eiser moet vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. ing. A. Rademaker, rechter, in aanwezigheid van

mr. I.C. de Zeeuw-'t Lam, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 24 februari 2026.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Artikel 3, tweede lid, aanhef en onder a, sub 3, van de regels van het bestemmingsplan.

Artikel 1 van de regels van het bestemmingsplan.

De rechtbank verwijst bijvoorbeeld naar de uitspraak van de Afdeling van 10 december 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5990.

Artikel 3, vierde lid, van de regels van het bestemmingsplan.

Artikel 4.7 van het omgevingsplan.

Artikel 4.11 van het omgevingsplan.

Artikel 4.20 van het omgevingsplan.

Artikel 8.0a, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).

Zoals bedoeld in artikel 16.64 van de Omgevingswet.

De rechtbank doet dit met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht

Artikel delen