Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 9994961 \ WM VERZ 22-674
CJIB-nummer : 244279140
Uitspraakdatum : 14 december 2022
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 7 december 2022. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder handelen in strijd met een gesloten verklaring in beide richtingen.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
Betrokkene heeft aangevoerd dat de motivering in de beslissing van de officier van justitie niet strookt met het ingediende beroepschrift en de daarin opgenomen beroepsgronden. De officier van justitie dient op een beroep een juist gemotiveerde beslissing te geven. In dit geval is de kantonrechter van oordeel dat de officier van justitie zijn beslissing voldoende heeft gemotiveerd. De officier van justitie overweegt dat wordt uitgegaan van de verklaring van de verbalisant en dat dat er verder geen redenen zijn om te twijfelen aan de juistheid van de beschikking. Deze overweging is gericht tegen de ontkenning van de gedraging door betrokkene. Betrokkene heeft in zijn beroepschrift verzocht om een foto. De officier van justitie reageert hierop door betrokkene te verwijzen naar nadere informatie voor het verkrijgen van de foto. Alles overwegende verklaart de officier van justitie het beroep ongegrond. De kantonrechter bepaalt dat een juiste motivering niet behelst dat afzonderlijk op ieder door betrokkene aangevoerd verweer of omstandigheid wordt ingegaan. De kantonrechter ziet daarom geen aanleiding om de beslissing van de officier van justitie te vernietigen.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene betwist de gedraging dan ook niet, maar doet een beroep op de omstandigheden van het geval. Betrokkene stelt ter plaatse onbekend te zijn en door de navigatie de Bagijnenstraat te zijn opgestuurd. Door een hoog voertuig en drukte ter plaatse heeft betrokkene het bord in eerste instantie niet gezien. Op het laatste moment heeft betrokkene gezien dat hij niet verder mocht en heeft toen, zodra het kon, direct gekeerd, aldus betrokkene. Betrokkene doet een beroep op overmacht.
De omstandigheden van het geval maken naar het oordeel van de kantonrechter in dit geval echter niet dat geen boete mocht worden opgelegd. Daarvoor is redengevend dat de situatie waarin betrokkene niet anders kon handelen dan hij heeft gedaan, zich niet voordoet. Betrokkene had immers de keuze om ofwel achteruit te rijden en ter plekke te keren ofwel vooruit te rijden en daarna te keren en aldus de geslotenverklaring te negeren. Betrokkene heeft de keuze gemaakt om vooruit te rijden en de geslotenverklaring te negeren. De gevolgen van die keuze komen voor zijn rekening en risico. Dat het niet mogelijk was om vóór de geslotenverklaring te keren, is niet gebleken. Dat het op het moment van de overtreding druk was met andere voertuigen, maakt de overtreding niet verschoonbaar. Van betrokkene mocht worden verwacht zo nodig te wachten tot een rustiger moment en vervolgens met de nodige zorgvuldigheid zijn voertuig ter plaatse te keren. De boete is dus terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.H. Lips, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: