Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBNHO:2026:1157

Deze uitspraak gaat over de afwijzing van een omgevingsvergunning ter legalisering van de plaatsing van driehoekig plexiglas in een terrasoverkapping, en de handhaving tegen het in geding zijnde plexiglas. De rechtbank komt tot het oordeel dat zowel de afwijzing als de handhaving geen stand kunnen houden.

Rechtbank Noord-Holland 17 February 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBNHO:2026:1157 text/xml public 2026-02-17T11:25:47 2026-02-09 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-02-12 HAA 24/3579 en HAA 24/3727 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Bestuursrecht; Omgevingsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:1157 text/html public 2026-02-17T11:23:32 2026-02-17 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:1157 Rechtbank Noord-Holland , 12-02-2026 / HAA 24/3579 en HAA 24/3727
Deze uitspraak gaat over de afwijzing van een omgevingsvergunning ter legalisering van de plaatsing van driehoekig plexiglas in een terrasoverkapping, en de handhaving tegen het in geding zijnde plexiglas. De rechtbank komt tot het oordeel dat zowel de afwijzing als de handhaving geen stand kunnen houden.
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Zittingsplaats Alkmaar

Bestuursrecht

zaaknummers: HAA 24/3579 en HAA 24/3727
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 februari 2026 in de zaken tussen [eiseres] , uit [plaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. V. Platteeuw),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Alkmaar, het college

(gemachtigden: B. Schellingerhout en J. Stet).

Als derde-partij neemt aan de zaken deel: [derde-partij] uit [plaats]

(gemachtigde: mr. E. Erkamp).
Samenvatting
Deze uitspraak gaat over de afwijzing van een omgevingsvergunning ter legalisering van het driehoekige plexiglas wat door eiseres bevestigd is in haar terrasoverkapping, en de handhaving daartegen. Eiseres is het niet eens met de afwijzing en de handhaving. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de omgevingsvergunning en de handhaving door het college geen stand kunnen houden. Eiseres krijgt dus gelijk en de beroepen zijn gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. De voor de beoordeling van de beroepen belangrijke wet- en regelgeving is te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
Procesverloop
3. Bij besluit van 31 januari 2024 heeft het college eiseres gelast om het driehoekige plexiglas, bevestigd in de terrasoverkapping bij het restaurant aan de [adres] in Alkmaar , binnen acht weken te verwijderen en verwijderd te houden, onder verbeurte van een dwangsom van € 10.000,- ineens. Eiseres heeft hiertegen bezwaar gemaakt en heeft een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend ter legalisering van het in geding zijnde driehoekige plexiglas.

4. Met het besluit van 16 mei 2024 (bestreden besluit 1) heeft het college de aanvraag om een omgevingsvergunning afgewezen. Eiseres heeft, met instemming van het college, rechtstreeks beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag om een omgevingsvergunning.

5. Met het besluit van 14 juni 2024 op het bezwaar van eiseres (bestreden besluit 2) heeft het college de last onder dwangsom in stand gelaten. Eiseres heeft ook beroep ingesteld tegen dit besluit.

6. Het college heeft op de beroepen gereageerd met verweerschriften.

7. De rechtbank heeft de beroepen op 10 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [naam 1] en [naam 2] namens eiseres, de gemachtigde van eiseres, de gemachtigden van het college en de gemachtigde van derde-partij, vergezeld door [naam 3] .
Beoordeling door de rechtbank
De afwijzing van de omgevingsvergunning – HAA 24/3579

8. Eiseres heeft primair aangevoerd dat voor de plaatsing van het driehoekige plexiglas in de terrasoverkapping geen omgevingsvergunning is vereist, omdat het plexiglas demontabel, van geringe omvang en van tijdelijke aard is. Zij stelt subsidiair dat de afwijzing van haar legaliseringsaanvraag geen stand kan houden. Het college heeft de afwijzing gebaseerd op een negatief advies van de welstandscommissie, maar dat advies is volgens eiseres onzorgvuldig tot stand gekomen. Het welstandsadvies over het plexiglas luidt negatief omdat de welstandscommissie eerder negatief geadviseerd heeft over de plaatsing van de terrasoverkapping. Het college heeft echter, ondanks dat eerdere negatieve welstandsadvies, een omgevingsvergunning voor de terrasoverkapping verleend. De welstandscommissie dient bij de huidige aanvraag daarom als uitgangspunt te nemen dat de terrasoverkapping reeds vergund is, en dient zich in haar advies te voegen naar de bouwmogelijkheden die het college al heeft toegestaan. Dat is ten onrechte niet gebeurd.

9. Het college stelt dat sprake is van een vergunningplicht, maar dat geen bereidheid bestaat om mee te werken aan de vergunningverlening voor een terrasoverkapping inclusief het driehoekige plexiglas. De plaatsing van de driehoekige schotten maakt dat de terrasoverkapping gesloten wordt, en dat is niet wenselijk nu de welstandscommissie waarde hecht aan een open zicht op het achterliggende gebouw. Omdat geen bereidheid bestaat om de terrasoverkapping inclusief het driehoekige plexiglas te vergunnen, kan niet worden gesteld dat de bouwmogelijkheden worden beperkt door het negatieve welstandsadvies.

10. De rechtbank oordeelt als volgt.

11. Op grond van artikel 5.1, eerste lid, onder a van de Omgevingswet (Ow) is het verboden zonder omgevingsvergunning een omgevingsplanactiviteit te verrichten. Het begrip ‘omgevingsplanactiviteit’ behelst een activiteit die in strijd is met het omgevingsplan. Een activiteit die in strijd is met het omgevingsplan, valt ook onder het begrip ‘buitenplanse omgevingsplanactiviteit’.

12. De locatie van de in geding zijnde terrasoverkapping heeft de bestemming ‘Verkeer - Verblijfsgebied’ ingevolge het bestemmingsplan ‘Binnenstad centrum’ (het bestemmingsplan), dat onderdeel uitmaakt van het Omgevingsplan gemeente Alkmaar (het omgevingsplan). Ingevolge het bestemmingsplan gelden op de locatie ook de functieaanduidingen ‘specifieke vorm van cultuur en ontspanning – evenemententerrein 1’ en ‘specifieke vorm van cultuur en ontspanning – evenemententerrein 5’.13.Het college heeft een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een terrasoverkapping op het terras dat gelegen is voor het restaurant van eiseres. Eiseres heeft in afwijking van die vergunning gebouwd door de terrasoverkapping te voorzien van driehoekig plexiglas. Eiseres wordt niet gevolgd in haar stelling dat de plaatsing van het driehoekige plexiglas van tijdelijke aard is, en in die zin niet als bouwen kan worden aangemerkt. Ter zitting is namelijk gebleken dat de driehoekige schotten onafgebroken aanwezig zijn geweest sinds het moment van de plaatsing van de terrasoverkapping in 2017, tot het moment van de handhaving door het college.

14. Op grond van artikel 12.2.1 van de bestemmingsplanregels mag op gronden met de bestemming ‘Verkeer - Verblijfsgebied’ slechts worden gebouwd ten behoeve van die bestemming. In artikel 12.1 van de bestemmingsplanregels zijn zaken aangewezen die bestemd zijn voor (delen van) gronden met de bestemming ‘Verkeer - Verblijfsgebied’. De (permanent) voor het restaurant geplaatste terrasoverkapping met plexiglas kan niet worden aangemerkt als bouwwerk ten behoeve van de in artikel 12.1 aangewezen zaken die relevant zijn voor de in geding zijnde locatie. De plaatsing van het plexiglas in de terrasoverkapping is dus een activiteit die in strijd is met het omgevingsplan. De vergunningplicht voor de aangevraagde activiteit volgt daarom uit artikel 5.1, eerste lid, onder a van de Ow.

15. Omdat de activiteit in strijd is met het omgevingsplan, ziet de aanvraag van eiseres op een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Op grond van artikel 8.0a, tweede lid, Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) wordt een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit alleen verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

15. Het college heeft de afwijzing van de omgevingsvergunning gebaseerd op het feit dat de welstandscommissie een negatief advies heeft uitgebracht, maar daarmee is nog niet gemotiveerd dat het college de aangevraagde activiteit ongewenst acht met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In dat kader is ten eerste relevant dat het college, zoals ter zitting besproken, abusievelijk het beoordelingskader van artikel 22.29 van het omgevingsplan voor binnenplanse omgevingsplanactiviteiten heeft toegepast, en niet heeft getoetst aan artikel 8.0a, tweede lid van het Bkl. Bovendien is relevant dat, voor zover het advies van de welstandscommissie onderdeel zou uitmaken van de beoordeling door het college over de wenselijkheid van de activiteit met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, door eiseres terecht is gesteld dat de welstandscommissie rekening dient te houden met het feit dat de plaatsing van de terrasoverkapping zonder het (doorzichtige) plexiglas al is toegestaan. Dat heeft de welstandscommissie nu niet gedaan, want in feite stelt de welstandscommissie dat geen akkoord kan worden gegeven voor de plaatsing van het plexiglas, omdat eerder geen akkoord is gegeven voor het plaatsen van de terrasoverkapping.

15. Het voorgaande maakt dat eiseres terecht heeft gesteld dat de afwijzing van haar legaliseringsaanvraag geen stand kan houden. Het beroep tegen de afwijzing van de omgevingsvergunning slaagt in zoverre. De rechtbank zal bestreden besluit 1 vernietigen en het college zal opnieuw moeten beslissen op de aanvraag van eiseres. De handhaving door het college – HAA 24/3727

15. Nu de afwijzing van de legaliseringsaanvraag in beroep geen stand houdt, kan vooralsnog niet worden geoordeeld dat het college tot handhaving mocht overgaan. In het kader van de door eiseres betwiste evenredigheid van die handhaving speelt immers de vraag of sprake is van concreet zicht op legalisatie. Bij de huidige stand van zaken kan niet worden beoordeeld of sprake is van concreet zicht op legalisatie. Dit maakt dat bestreden besluit 2 evenmin is voorzien van een deugdelijke motivering. Het beroep tegen de handhaving door het college slaagt in zoverre. De rechtbank zal bestreden besluit 2 vernietigen en het college zal opnieuw moeten beslissen op het bezwaar van eiseres tegen de opgelegde last onder dwangsom.
Conclusie en gevolgen
19. De beroepen zijn gegrond omdat het college zowel bestreden besluit 1 als bestreden besluit 2 niet heeft voorzien van een deugdelijke motivering. De rechtbank vernietigt daarom deze besluiten. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van de vernietigde besluiten in stand te laten of zelf een beslissing te nemen. Ook draagt de rechtbank niet aan het college op om de gebreken te herstellen met een betere motivering of gewijzigde besluiten (een zogenoemde bestuurlijke lus). Dit omdat dit volgens de rechtbank geen doelmatige en efficiënte manier is om de zaken af te doen.
19.1.
De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dat het college een nieuw besluit op de aanvraag om een omgevingsvergunning moet nemen met inachtneming van deze uitspraak, en dat het college een nieuw besluit op het bezwaar tegen de last onder dwangsom moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank geeft het college hiervoor zes weken.
19.2.
Omdat de beroepen gegrond zijn moet het college het griffierecht aan eiseres vergoeden. In beide zaken bedraagt het griffierecht € 371,-. Eiseres krijgt ook een vergoeding van haar proceskosten. Het college moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt in beide zaken € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.


Beslissing
De rechtbank:- verklaart de beroepen gegrond; - vernietigt bestreden besluit 1 en draagt het college op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag om een omgevingsvergunning met inachtneming van deze uitspraak;- vernietigt bestreden besluit 2 en draagt het college op binnen tien weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar tegen de last onder dwangsom met inachtneming van deze uitspraak;

- bepaalt dat het college het griffierecht van € 371,- aan eiseres moet vergoeden in de zaak HAA 24/3579;

- veroordeelt het college tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiseres in de zaakHAA 24/3579;- bepaalt dat het college het griffierecht van € 371,- aan eiseres moet vergoeden in de zaak HAA 24/3727;

- veroordeelt het college tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiseres in de zaakHAA 24/3727.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. van Keken, rechter, in aanwezigheid van mr.E. Boon, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 12 februari 2026.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
Bestemmingsplan Binnenstad Centrum
12.1
Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer - verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

wegen, straten en paden;

voet- en rijwielpaden;

pleinen;

groenvoorzieningen;

waterlopen en waterpartijen;

parkeervoorzieningen;

laad- en losplaatsen;

speelvoorzieningen;

straatmeubilair;

nutsvoorzieningen;

(ondergrondse) afvalcontainers;

kunstwerken;

beeldende kunst;

oeververbindingen (bruggen);

markten;

standplaats voor detailhandel;

evenement categorie 1;

evenement categorie 2 en evenement categorie 3;

markten;

alsmede voor:

evenement categorie 1, evenement categorie 2 en evenement categorie 3 ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 1";

evenement categorie 1, evenement categorie 2 en evenement categorie 3 ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 2";

evenement categorie 1 en evenement categorie 2 ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 3";

evenement categorie 1, evenement categorie 2 en evenement categorie 3 ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 4";

evenement categorie 1, evenement categorie 2 en evenement categorie 3 ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van cultuur en ontspanning - evenemententerrein 5";

horecabedrijf categorie 4 (snackbar, cafetaria, ijssalon, shoarmazaak), ter plaatse van de aanduiding "horeca van categorie 4";

één kiosk ter plaatse van de "specifieke vorm van detailhandel - kiosk";

een ondergrondse parkeergarage en fietsenstalling, ter plaatse van de aanduiding "parkeergarage";
12.2
Bouwregels
12.2.1
Algemeen

Op de in lid 12.1 genoemde gronden mag slechts worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde bestemming.

Zie de bijlage bij artikel 1.1 van de Ow.

Artikel delen