Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBNHO:2026:3288

Deze uitspraak gaat over de beslissing van het college dat eiser geen belanghebbende is bij het verkeersbesluit, waarbij de maximumsnelheid in de Peperstraat in Zaandam wordt verlaagd naar 30 km/uur. Hierom heeft het college het bezwaar van eiser tegen het verkeersbesluit niet-ontvankelijk verklaard. Eiser is het er niet mee eens dat het college hem niet als belanghebbende heeft aangemerkt. Hij...

Rechtbank Noord-Holland 7 April 2026

Uitspraak

ECLI:NL:RBNHO:2026:3288 text/xml public 2026-04-07T15:14:47 2026-03-26 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Noord-Holland 2026-03-02 HAA 25/830 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Haarlem Bestuursrecht; Omgevingsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:3288 text/html public 2026-04-07T15:14:06 2026-04-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBNHO:2026:3288 Rechtbank Noord-Holland , 02-03-2026 / HAA 25/830
Deze uitspraak gaat over de beslissing van het college dat eiser geen belanghebbende is bij het verkeersbesluit, waarbij de maximumsnelheid in de Peperstraat in Zaandam wordt verlaagd naar 30 km/uur. Hierom heeft het college het bezwaar van eiser tegen het verkeersbesluit niet-ontvankelijk verklaard. Eiser is het er niet mee eens dat het college hem niet als belanghebbende heeft aangemerkt. Hij voert daartoe aan dat hij als gevolg van het verkeersbesluit negatieve gevolgen op zijn directe leefomgeving zal ervaren. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat het aantal verkeersbewegingen bij zijn woning door het verkeersbesluit zal toenemen. Hierdoor is niet aannemelijk geworden dat hij gevolgen van enige betekenis ondervindt, zodat het college hem terecht niet heeft aangemerkt als belanghebbende. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 25/830
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 maart 2026 in de zaak tussen [eiser] , uit Zaandam, eiser
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad
(gemachtigde: mr. F.P. Brouwer).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de beslissing van het college dat eiser geen belanghebbende is bij het verkeersbesluit, waarbij de maximumsnelheid in de Peperstraat in Zaandam wordt verlaagd naar 30 km/uur. Hierom heeft het college het bezwaar van eiser tegen het verkeersbesluit niet-ontvankelijk verklaard. Eiser is het er niet mee eens dat het college hem niet als belanghebbende heeft aangemerkt. Hij voert daartoe aan dat hij als gevolg van het verkeersbesluit negatieve gevolgen op zijn directe leefomgeving zal ervaren. Aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het college het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.

2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college het bezwaar van eiser terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij belanghebbende is bij het verkeersbesluit. Hij krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
3.
3.1.
Op 10 april 2024 heeft het college het verkeersbesluit genomen waarin de Peperstraat in Zaandam is aangewezen als weg met een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het verkeersbesluit.
3.2.
Op 3 december 2024 heeft eiser het college in gebreke gesteld omdat niet tijdig was beslist op zijn bezwaar. Op 4 februari 2025 heeft eiser beroep niet tijdig beslissen ingesteld.
3.3.
Bij het bestreden besluit van 17 februari 2025 heeft het college het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard omdat hij volgens het college geen belanghebbende is bij het verkeersbesluit. Daarnaast heeft het college een dwangsom vanwege niet tijdig beslissen vastgesteld.
3.4.
Eiser heeft het beroep voortgezet als een beroep tegen het bestreden besluit.
3.5.
Eiser heeft een aanvullend stuk met bijlagen ingediend.
3.6.
De rechtbank heeft het beroep op 14 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van het college, die werd vergezeld door [naam 1] en drs. [naam 2] .
Beoordeling door de rechtbank
Het bestreden besluit

4. Het college heeft het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard omdat hij volgens het college geen belanghebbende is bij het verkeersbesluit, in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het college sluit zich aan bij de criteria voor een belanghebbende in het omgevingsrecht, met toepassing van het afstand- en zichtcriterium. Eiser woont op geruime afstand van de Peperstraat en heeft geen zicht op de Peperstraat. Hij ondervindt daarom geen rechtstreekse gevolgen van enige betekenis van het besluit om de maximumsnelheid te verlagen van 50 naar 30 km/uur. Verder heeft eiser als weggebruiker van de Peperstraat een onvoldoende objectief eigen belang.

Kan eiser worden aangemerkt als belanghebbende bij het verkeersbesluit over de maximumsnelheid op de Peperstraat?

Het beoordelingskader

5. De rechtbank hanteert voor de beoordeling of eiser belanghebbende is bij het verkeersbesluit het kader uit de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling):

“4.1. Een verkeersbesluit wijzigt de verkeerssituatie. Eigenaren of gebruikers van woningen of bedrijven die rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervinden van de gewijzigde verkeerssituatie, zijn in beginsel belanghebbende bij dat besluit. Daarbij geldt dat de feitelijke gevolgen van enige betekenis moeten zijn. Om te bepalen of er gevolgen van enige betekenis zijn, kijkt de Afdeling naar de aard, intensiteit en frequentie van de feitelijke gevolgen. Degene die zijn of haar belang ontleent aan het gebruik van de weg, is slechts belanghebbende bij een verkeersbesluit als hij of zij een bijzonder, individueel belang heeft bij dat besluit, en dat belang zich in voldoende mate onderscheidt van dat van andere weggebruikers.”

“Verder volgt uit de rechtspraak van de Afdeling dat als een verkeersbesluit directe gevolgen heeft voor het aantal verkeersbewegingen ter plaatse van de woning/het bedrijf van een bezwaarmaker, deze kan worden aangemerkt als belanghebbende bij het verkeersbesluit.”

6. De rechtbank overweegt dat het college aan de hand van het afstand- en zichtcriterium heeft beoordeeld of eiser gevolgen van enige betekenis ondervindt van het verkeersbesluit. Hoewel dit beoordelingskader niet exact overeenkomt met de bewoordingen van het beoordelingskader van de Afdeling, maakt dit niet al dat de beoordeling van het college onvolledig of verkeerd is. De aspecten zicht en afstand zijn – net als het aspect verkeersbewegingen – relevante onderdelen van het (strengere) beoordelingskader van de Afdeling. Het college heeft in het bestreden besluit evengoed beoordeeld of eiser een bijzonder, individueel belang heeft bij het verkeersbesluit, en of dat belang zich in voldoende mate onderscheidt van dat van andere weggebruikers.

Belanghebbende?

7. Eiser voert aan dat hij wel belanghebbende is bij het verkeersbesluit zodat het college zijn bezwaar ontvankelijk had moeten verklaren. Het verkeersbesluit veroorzaakt voor eiser namelijk negatieve gevolgen in zijn directe leefomgeving. Door de snelheidsverlaging van 50 naar 30 km/uur is volgens eiser niet uitgesloten dat verkeersdeelnemers alternatieve (kortere) routes door de buurt zullen zoeken richting een aantal wijken en centrumfuncties. Meer specifiek noemt eiser het parkeerterrein de Burcht, de aanlegsteigers in (het verlengde van) zijn straat en via de Wilhelminabrug ook parkeergarage de Rozenhof en het Zaantheater. Door de snelheidsverlaging op de Peperstraat verandert de voormalig doorgaande route naar deze functies. Het college had daarom onderzoek moeten doen of weggebruikers een andere route zullen nemen. De alternatieve routes zullen volgens eiser dan waarschijnlijk over de ontsluitingsassen via de Burgemeesterbuurt en de Zuiddijk lopen. De woning van eiser ligt direct aan de route van de Zuiddijk naar de genoemde centrumfuncties, zodat de verkeersbewegingen langs zijn woning significant zullen toenemen. Eiser onderbouwt zijn verwachting met intern bij de gemeente geuite zorgen over de plannen voor de Peperstraat, waaronder het verkeersbesluit, en het verslag van de STAB van 30 april 2025 over bestemmingsplan ‘Peperstraat’. Tot slot stelt eiser dat de omgeving van de ‘sluiproute’ is niet berust op een toename aan verkeersintensiteit en dit zal voor overlast en onveiligheid zorgen.

8. De rechtbank heeft op de zitting vastgesteld dat de afstand tussen de woning van eiser en de Peperstraat hemelsbreed in ieder geval 260 meter is. Deze afstand is te groot om rechtstreekse feitelijke gevolgen voor eiser aan te nemen. Ook heeft eiser vanuit zijn woning geen zicht op de Peperstraat.

9. De rechtbank oordeelt vervolgens dat de snelheidsverlaging in het verkeersbesluit op zichzelf niet al het directe gevolg heeft dat weggebruikers de Peperstraat zullen vermijden en als alternatief een route langs de woning van eiser zullen nemen, waardoor de verkeersbewegingen bij zijn woning toenemen.
9.1.
De door eiser geschetste alternatieve route loopt van de Kepplerstraat (GOW 50 km/uur) door de Burgemeesterbuurt (GOW 30 km/uur) en over de Zuiddijk richting de Burcht (GOW 30 km/uur). De overgang van de Burgemeesterbuurt (Burgemeester Ter Laanstraat) naar de Zuiddijk ligt hemelsbreed op 300 meter afstand van de woning van eiser. De Zuiddijk kruist de Burcht op ongeveer 100 meter achter de woning van eiser en de Burcht loopt verder langs de woning van eiser richting de Wilhelminastraat en -brug.
9.2.
Eiser verwijst ter onderbouwing van zijn stelling dat als gevolg van het verkeersbesluit het aantal verkeerbewegingen op deze alternatieve route toeneemt, naar het verslag van de STAB over het bestemmingsplan ‘Peperstraat’. In dit verslag geeft de STAB advies over de verkeersafwikkeling als gevolg van de herinrichting van de Peperstraat in de bestemmingsplanprocedure (pagina 4 en 5). Door de versmalling van het wegprofiel kan volgens de STAB niet worden uitgesloten dat de verkeerscirculatie wijzigt en het verkeer op omliggende wegen (voornamelijk ten zuidwesten van de H. Gerhardstraat) toeneemt.
9.3.
De rechtbank overweegt dat het verkeersbesluit alleen ziet op een snelheidsverlaging van de maximumsnelheid van 50 naar 30 km/uur. Het verkeerbesluit ziet niet op de geplande herinrichting en profielverandering van de Peperstraat of een wijziging in de verkeerscirculatie. Daar ziet de bestemmingsplanprocedure op, en die staat los van deze procedure tegen het verkeersbesluit. Hierom kan het verslag van de STAB niet als objectieve en concrete onderbouwing dienen van de stelling van eiser dat het verkeersbesluit tot meer verkeersbewegingen bij zijn woning leidt.
9.4.
De rechtbank overweegt verder dat de door eiser opgenomen citaten gaan over de totale gebiedsontwikkeling inclusief de Peperstraat. Deze citaten zijn echter onvoldoende om aannemelijk te maken dat het verkeersbesluit feitelijke gevolgen heeft voor eiser. De citaten zien namelijk niet concreet en objectief op de snelheidsverlaging en gevolgen daarvan voor verkeersbewegingen op omliggende wegen en de alternatieve route over de Zuiddijk.
9.5.
Omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat door het verkeersbesluit het aantal verkeerbewegingen bij zijn woning toeneemt, kunnen zijn argumenten over mogelijke andere negatieve effecten van intensiteitstoename op de alternatieve route niet slagen.
Conclusie en gevolgen
10. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij feitelijke gevolgen van enige betekenis ondervindt van het verkeersbesluit. Het college heeft daarom zijn bezwaar tegen het verkeersbesluit terecht niet-ontvankelijk verklaard.

11. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt en het bestreden besluit in stand blijft. Ook krijgt eiser geen vergoeding van eventuele proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.H. Lauryssen, rechter, in aanwezigheid van mr. I.A. Bakker, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 2 maart 2026.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
Algemene wet bestuursrecht

Artikel 1:2, eerste lid:

1 Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

Artikel 7:1, aanhef:

1 Degene aan wie het recht is toegekend beroep bij een bestuursrechter in te stellen, dient alvorens beroep in te stellen bezwaar te maken, […].

Artikel 8:1

Een belanghebbende kan tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter.

Enkel ter voorlichting van het college wijst de rechtbank erop dat bij het niet tijdig beslissen op bezwaar de bijzondere regel geldt dat een bestuursorgaan geen dwangsommen voor niet tijdig beslissen is verschuldigd aan de indiener van een bezwaarschrift die geen belanghebbende is bij het primaire besluit, ook al kan die persoon wel beroep instellen tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar (zie ECLI:NL:RVS:2014:4736, rechtsoverweging 7).

Zie bijvoorbeeld rechtsoverweging 4.1 van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 27 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4053.

Zie bijvoorbeeld rechtsoverweging 3.1 van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 21 december 2022, ECLI:NL:2022:3908.

Zie bijvoorbeeld rechtsoverweging 3.2 van de hierboven genoemde uitspraak.

Artikel delen