Zittingsplaats Assen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 256706640
zaaknummer: 11053537 BU VERZ BU 24-740
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan ter openbare zitting van 17 december 2024 in het beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv), ingediend door
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
gemachtigde: mr. M. Lagas, Appjection B.V..
Zitting hebben
als kantonrechter : mr. P.G. Wijtsma
als griffier : R. de Hoop
Als gemachtigde van betrokkene is ter zitting verschenen F.J. Woud, kantoorgenote van mr. Lagas. Betrokkene is zelf niet verschenen. Als vertegenwoordigster van de officier van justitie is verschenen mr. S. Bayram.
De kantonrechter sluit het onderzoek en doet onmiddellijk mondeling uitspraak. Hij overweegt daarbij als volgt:
Betrokkene heeft een sanctie van € 289,00 (inclusief administratiekosten) ontvangen voor het stilstaan op een vluchtstrook van een autosnelweg zonder dat er sprake is van een noodgeval, op 26 maart 2023 aan de Rijksweg (A28) te Hooghalen. Gemachtigde betwist de verweten gedraging in die zin, dat betrokkene ten onrechte niet is staande gehouden.
Uit artikel 5 van de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd.
Uit de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht blijkt dat het voertuig van betrokkene, na afloop van een carmeeting op het TT-circuit, op de vluchtstrook stond. Hij verklaart dat de bestuurder zei dat hij stond te wachten. De verbalisant is omwille van de verkeersveiligheid niet verder tot staande houden is overgegaan en heeft geen gegevens genoteerd, waardoor de bekeuring is aangezegd op kenteken.
Naast de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht bevat het dossier een aanvullend proces-verbaal van 7 juni 2023. Daarin verklaart de betrokken verbalisant op ambtsbelofte dat hij op de pleegdatum met bijbehorend tijdstip twee voertuigen stil zag staan op de vluchtstrook naast een invoegstrook op de A28, ter hoogte van Assen Zuid. Hij was in dienst als politieambtenaar, was gekleed in uniform en reed in een dienstvoertuig. De verbalisant verklaart dat er in Assen een TT-circuit was geweest en dat de uitloop van de voertuigen was begonnen, waarbij het zeer druk op de weg was. De twee voertuigen stonden stil op een gevaarlijke plek, te weten de vluchtstrook naast een invoegstrook. Het was ter plaatse erg druk en het verkeer moest allemaal invoegen. De verbalisant verklaart dat hij zijn politievoertuig naast het achterste voertuig heeft gezet, door het raam de bestuurder heeft aangegeven dat hij niet zomaar buiten noodzaak kan stilstaan op de vluchtstrook en dat hij de bestuurder een proces-verbaal heeft aangezegd. Daarnaast heeft hij de bestuurder de aanwijzing gegeven om direct weg te rijden. Omwille van de verkeersveiligheid heeft de verbalisant de identiteitsgegevens van de bestuurder na deze korte staandehouding niet vastgelegd en heeft hij het proces-verbaal op kenteken ingediend.
De kantonrechter is van oordeel dat de verklaringen van de verbalisant te summier zijn om aan te nemen dat zich geen reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder heeft voorgedaan. Uit het aanvullend proces-verbaal blijkt namelijk dat de verbalisant wel betrokkene als bestuurder heeft aangesproken, maar dat hij niet tot een officiële staandehouding is overgegaan in verband met de drukte en de verkeersveiligheid. Niet geheel duidelijk is waarom de verbalisant, nadat hij betrokkene de aanwijzing had gegeven: ”wegwezen hier”, niet achter hem aan kon rijden om de staandehouding op een veiliger plek af te handelen. Gelet op het vorenstaande is de sanctie ten onrechte op kenteken uitgeschreven. De kantonrechter zal het beroep gegrond verklaren. De proceskosten van betrokkene komen voor vergoeding in aanmerking.
Ingevolge artikel 1, sub a, juncto artikel 2, eerste lid, sub a, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (het Besluit) heeft gemachtigde aanspraak op vergoeding van één punt voor het administratief beroepschrift, één punt voor het beroepschrift bij de kantonrechter en één punt voor het verschijnen ter zitting. Ingevolge het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden van 13 februari 2024n
ECLI:NL:GHARL:2024:1024
Met ingang van 1 januari 2024 is in artikel 13a, derde en vierde lid, van de Wahv bepaald dat uitbetalingen ingevolge een beslissing op het administratief beroep of een uitspraak op beroep op grond van deze wet uitsluitend plaatsvinden op een bankrekening die op naam staat van degene aan wie de beschikking van de administratieve sanctie is opgelegd. Er is geen overgangsrecht van toepassing en deze vorderingen tot uitbetaling zijn niet vatbaar voor vervreemding of verpanding. Omdat het hier een uit de wet voortvloeiende verplichting betreft is de kantonrechter niet bevoegd om over de uitbetaling te oordelen.
De kantonrechter:
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;
vernietigt die inleidende beschikking;
veroordeelt de officier van justitie in de kosten van de procedure, aan de zijde van de betrokkene vastgesteld op € 1.187,00;
bepaalt dat betrokkene het teveel betaalde aan zekerheidstelling terugkrijgt;
verklaart zich onbevoegd om over de uitbetaling te oordelen.
Waarvan proces-verbaal,
de griffier is verhinderd kantonrechter,
om dit proces-verbaal te tekenen.
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.
Afschrift verzonden aan partijen op: