Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

ECLI:NL:RBROT:2023:5708

3 July 2023

Jurisprudentie – Uitspraken

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/654042 / HA ZA 23-237

Vonnis in incident van 28 juni 2023

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SPADEL NEDERLAND B.V. ,

gevestigd te Made,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. L. Bentohami te Ede,

tegen

de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid

1. INTERNATIONAL PURCHASING GROUP B.V. ,

2. COMPASS & PARTNERS HOLDING B.V. ,

3. COMPASS GROOTHANDEL B.V. ,

allen gevestigd te Halderberge,

gedaagden in de hoofdzaak,

eiseressen in het incident,

advocaat mr. E. Sengul te Kampen.

Partijen zullen hierna Spadel en IPG c.s. genoemd worden.

De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de dagvaarding, met producties;

  • de incidentele conclusie tot onbevoegdverklaring;

  • de conclusie van antwoord in het incident, met een productie.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

De vordering in de hoofdzaak

2.1. Spadel vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagden veroordeelt tot betaling van € 100.074,64, te vermeerderen met de contractuele rente dan wel de wettelijke handelsrente over € 81.488,78 vanaf 13 december 2022 tot aan de dag van de algehele voldoening. Verder vordert Spadel veroordeling van IPG c.s. in de proces- en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na het vonnis.

2.2. Spadel legt aan haar vorderingen ten grondslag dat zij met IPG c.s. een samenwerkingsovereenkomst heeft gesloten over door Spadel aan IPG c.s. te leveren dranken. Spadel heeft voor deze leveringen facturen gestuurd. Deze facturen hebben IPG c.s. niet betaald.

2.3. IPG c.s. hebben nog niet voor antwoord geconcludeerd.

Het geschil in het incident

3.1. IPG c.s. vorderen dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart om van de vorderingen van Spadel kennis te nemen. IPG c.s. stellen daartoe dat zij statutair gevestigd zijn in Halderberge. Op grond van artikel 99 Rechtsvordering (Rv) is de rechter van de woonplaats van gedaagde bevoegd. Dat is de rechtbank Zeeland-West-Brabant. De facturen hebben betrekking op leveringen in 2022. De samenwerkingsovereenkomst is geëindigd op 31 december 2021 en beheerst de rechtsbetrekking tussen partijen niet. Overigens bevat (het addendum bij) de samenwerkingsovereenkomst geen forumkeuzebeding.

3.2. Spadel voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering in incident, met veroordeling van IPG c.s. in de kosten van het incident. Spadel beroept zich op haar algemene verkoopvoorwaarden (hierna: algemene voorwaarden), waarin een forumkeuzebeding is opgenomen dat de rechter van de rechtbank Rotterdam aanwijst als bevoegde rechter. Volgens Spadel zijn haar algemene voorwaarden van toepassing op alle overeenkomsten van Spadel.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

De beoordeling in het incident

4.1. De incidentele conclusie is tijdig en vóór alle weren genomen. Het geschil in dit incident komt neer op de vraag of de algemene voorwaarden van Spadel op de rechtsverhouding tussen Spadel en IPG c.s. van toepassing zijn.

4.2. Als de algemene voorwaarden van toepassing zijn, dan is deze rechtbank gelet op het forumkeuzebeding in de algemene voorwaarden en artikel 108 Rv bevoegd. Wanneer de algemene voorwaarden geen deel uitmaken van de overeenkomst tussen Spadel en IPG c.s. is, gelet op de vestigingsplaats van IPG c.s., de rechtbank Zeeland-West-Brabant de enige bevoegde rechter op grond van artikel 99 Rv.

4.3. Partijen verschillen van mening over de vraag of de samenwerkingsovereenkomst nog geldt en of de facturen waarvan Spadel betaling vordert aan die overeenkomst zijn onderworpen. Ten aanzien van toepasselijkheid de algemene voorwaarden is dit geschilpunt pas aan de orde gekomen in de incidentele conclusie van antwoord. Nu het antwoord op de vraag of de algemene voorwaarden van Spadel van toepassing zijn op de rechtsverhouding tussen partijen, doorslaggevend is voor de vraag of deze rechtbank bevoegd is, worden IPG c.s. in de gelegenheid gesteld zich daarover bij akte uit te laten.

De beslissing

De rechtbank

in het incident

5.1. verwijst de zaak naar de rol van 26 juli 2023 voor het door IPG c.s. nemen van de onder 4.3. bedoelde akte;

5.2. houdt iedere verdere beslissing aan.

in de hoofdzaak

5.3. houdt iedere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.B. Smits en in het openbaar uitgesproken op 28 juni 2023.

[3709/3268/3195]

Artikel delen