Uitgangspunt is dat bij verbouw van het rechtens verkregen niveau moet worden uitgegaan, tenzij in hoofdstuk 5 anders is aangegeven. Voor de toepassing van dit besluit is bij herbouw van een bouwwerk na sloop waarbij alleen de oorspronkelijke fundering resteert geen sprake van verbouw en gelden de nieuwbouwvoorschriften. Zie ook de begripsbepaling verbouwen (bijlage I bij artikel 1.1), de artikelen 4.1, tweede lid (toepassingsbereik: activiteiten), 5.4 (verbouw) en 5.5 (rechtens verkregen niveau) en de artikelsgewijze toelichting daarop.12
Op verplaatsing in ongewijzigde samenstelling zijn de eisen voor bestaande bouw uit hoofdstuk 3 van toepassing. Als een bouwwerk wordt gewijzigd dan is geen sprake meer van een ongewijzigde samenstelling en gelden dus niet de regels van hoofdstuk 3, maar die van hoofdstuk 4. Zie hiervoor artikel 5.6.13
Ook bij wijziging van de gebruiksfunctie zijn in principe de regels voor bestaande bouw uit hoofdstuk 3 van toepassing. Daarbij gelden twee uitzonderingen. Om de bewoners te beschermen tegen geluidoverlast moeten verblijfsruimten in bouwwerken die een woonfunctie of een andere geluidgevoelige functie krijgen voldoen aan minimale eisen voor geluidisolatie. Ook moet er een rookmelder zijn. Deze specifieke regels zijn opgenomen in afdeling 5.4; Wijziging van een gebruiksfunctie. Zie verder de artikelsgewijze toelichting op de artikelen 5.22 tot en met 5.24. Ook is voor verbouwen, verplaatsen en functiewijzigingen geen specifieke zorgplicht opgenomen. Als aan de regels in hoofdstuk 5 is voldaan, dan is dat voldoende.14
12 Stb. 2018, 291, p. 190.
13 Stb. 2018, 291, p. 190.
14 Stb. 2018, 291, p. 191.