Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

 
In mijn jaren als ambtenaar, wethouder en burgemeester heb ik bij verschillende gemeenten mijn benen onder tafel mogen steken. En altijd kom je dan in zo’n gemeente werkwijzen tegen waarbij je je in lichte verwondering afvraagt waarom men dat zo doet. ‘Dat doen we hier al jaren zo…’ is dan een veel gehoorde opmerking. Een veel voorkomende is bijvoorbeeld dat het de wethouders zijn die een collegevoorstel als ‘afzender’ inbrengen in de B&W-vergadering. Fundamenteel onjuist in mijn ogen, maar als iets echt heel erg ingesleten is, dan helpt het om wat autoriteit in te roepen. Dit boek Gemeenterecht in en om de raadszaal, gebaseerd op een groot aantal columns geschreven door gemeente- en staatsrechtdeskundige Olaf Schuwer, biedt een fascinerende en verhelderende blik op het gemeenterecht en in het bijzonder de werking van gemeenteraden. Olaf is niet alleen een bron van diepgaande juridische kennis, maar ook van vermakelijke en verrassende weetjes die elke lezer zullen boeien. Een centraal thema in dit boek is een fenomeen dat elke gemeente zal herkennen: het idee ‘we doen het omdat we het altijd zo doen.’ In de praktijk blijkt vaak dat bepaalde gewoontes en werkwijzen binnen de gemeentelijke organisatie zo diep zijn ingesleten, dat ze nauwelijks nog ter discussie worden gesteld. Of het nu gaat om besluitvormingsprocessen, lokale verordeningen, of de manier waarop de gemeenteraad functioneert, veel van wat we doen, doen we simpelweg omdat we het altijd zo hebben gedaan. Dat deze manier van werken niet altijd strookt met de juridische realiteit van het gemeenterecht, is een punt dat Olaf met scherpe blik en soms humoristische invalshoeken in zijn columns blootlegt. Het gemeenterecht biedt een gedetailleerd kader waarbinnen de gemeentelijke overheid haar taken moet uitvoeren. Dit kader is ontworpen om burgers te beschermen, processen transparant te maken en besluitvorming eerlijk en rechtvaardig te laten verlopen. Toch blijkt vaak dat gemeenten eigen gewoontes hebben ontwikkeld die soms in strijd zijn met deze juridische uitgangspunten. Dit is zeker niet het gevolg van kwade opzet, maar eerder van een jarenlang ingesleten cultuur van bestuurlijke praktijken. We handelen in een reflex, zonder ons af te vragen of dat juridisch wel correct is. Dit leidt tot situaties waarin juridische correctheid wordt ingehaald door praktische gewoontes. Vaak wordt ervan uitgegaan dat bepaalde regels nu eenmaal zo zijn, omdat ze al jaren geleden zijn vastgesteld. De juridische basis wordt echter zelden meer onder de loep genomen en zo ontstaan situaties waarin verouderde of incorrecte regels blijven bestaan, puur omdat ze nooit zijn herzien. Olaf laat ons zien dat dit niet alleen onnodige bureaucratische obstakels opwerpt, maar ook de rechtszekerheid van onze inwoners kan ondermijnen. Een paar treffend voorbeelden die Olaf in zijn columns aanhaalt, zijn ‘Hoe wethouders ontslag nemen’, of ‘Het niet toelaten van een raadslid in de gemeenteraad’. Maar ook grappige weetjes passeren de revue: ‘Is het raadslidmaatschap een hoofdfunctie of een nevenfunctie?’ ‘Hoeveel locoburgemeesters telt een gemeente?’ enzovoorts. Een ander punt dat Olaf aansnijdt, is de invloed van informele afspraken binnen de gemeenteraad. Besluiten die formeel genomen zouden moeten worden, worden in de praktijk soms al van tevoren ‘besloten’ in kleine kringen of door middel van persoonlijke afspraken. Hoewel dit bestuurlijk misschien praktisch lijkt, negeert het de democratische en juridische processen die essentieel zijn voor een goed functionerende lokale democratie. Wat Olaf in deze bundel laat zien, is dat het gemeenterecht niet iets is waar gemeenten naar kunnen handelen als het hen uitkomt; het is een juridisch fundament waarop onze lokale democratie rust. Door te handelen in overeenstemming met de regels en wetten van het gemeenterecht, vergroten we de transparantie, de rechtszekerheid en de eerlijkheid van ons bestuur. Dit boek is daarom niet alleen een bron van kennis voor juristen en raadsleden, maar biedt ook een waardevol perspectief voor iedereen die betrokken is bij de dagelijkse praktijk van de gemeentepolitiek. Het zet aan tot nadenken over de vraag waarom we dingen doen zoals we ze doen en daagt ons uit kritischer te kijken naar de juridische basis van ons handelen. Ik nodig u uit om dit boek, waarin Olaf Schuwer zijn columns heeft gebundeld en van een samenhangende structuur voorzien, met een open blik te lezen. Laat zijn scherpe inzichten en humoristische anekdotes u inspireren om na te denken over uw eigen bestuurlijke praktijken en te reflecteren op de vraag of dat wat ‘we altijd al zo doen’ nog wel houdbaar is in het licht van het gemeenterecht. Jean Paul Gebben Burgemeester van Gemeente Dronten