In paragraaf 3.5 van het Bal zijn 11 specifieke afvalbranches genoemd. Er zijn specifieke regels gesteld voor bijvoorbeeld gemeentelijke milieustraten (3.5.6) en autodemontagebedrijven (3.5.1). Als voorbeeld om inzicht te krijgen in de systematiek wordt in dit handboek uitsluitend paragraaf 3.5.11 (“Verwerken van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen”) als voorbeeld uitgewerkt.
Stap 1: bepalen mba
In artikel 3.184 wordt de mba aangewezen:
Als milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 2.1 wordt aangewezen het verwerken van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen.
Dit artikel geeft aan dat het verwerken van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen een milieubelastende activiteit is waarvoor de hoofdstukken 2 tot en met 5 gelden. Onder verwerking wordt verstaan: de nuttige toepassing of verwijdering, met inbegrip van aan nuttige toepassing of verwijdering voorafgaande voorbereidende handelingen. Bij het verwerken van afvalstoffen gaat het om (voorbereidende) handelingen met afvalstoffen zoals opslaan, verkleinen, storten, scheiden, verbranden of recyclen. Het gaat hier om fysieke handelingen die met de afvalstoffen plaatsvinden waardoor een breed scala aan diverse afvalverwerkers wordt bestreken. De aanwijzing omvat dus geen niet-fysieke handelingen, zoals het verhandelen (aankoop en verkoop van afvalstoffen) of het bemiddelen bij het beheer van afvalstoffen waarvoor separate regels zijn opgenomen in hoofdstuk 10 van de Wet milieubeheer. Bedrijven die handelingen verrichten die in een andere paragraaf in afdeling 3.5 zijn aangewezen als milieubelastende activiteit, zoals autodemontagebedrijven, recyclingbedrijven voor papier, karton, textiel, glas, hout of puin, milieustraten of metaalrecyclingbedrijven, vallen niet alleen onder de aanwijzing in die andere paragraaf, maar ook onder de aanwijzing in paragraaf 3.5.11.
Stap 2: bepalen functioneel ondersteunende activiteit
In het tweede lid van artikel 3.184 is het volgende bepaald:
De aanwijzing omvat ook andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie die dat verwerken functioneel ondersteunen.
Door de toevoeging van functioneel ondersteunende activiteiten omvat de aanwijzing feitelijk het hele bedrijf. Functioneel ondersteunende activiteiten zijn activiteiten die ten dienste staan van het verwerken en dit ook mogelijk maken. Functioneel ondersteunend is breed bedoeld en omvat naast technische ondersteuning van de kernactiviteit ook facilitaire voorzieningen zoals een centrale persluchtvoorziening of een laboratorium, facilitaire diensten zoals onderhoud, administratie of beveiliging, en faciliteiten voor personeel en bezoekers zoals een kantine of parkeerterrein.
Stap 3: bepalen uitzonderingen
In het derde lid van artikel 3.184 is een uitgebreide lijst met uitzonderingen opgenomen:
Onder de aanwijzing vallen niet:
a. het vervoeren van afvalstoffen en het inzamelen van afvalstoffen;
b. het op of in de bodem brengen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen en het verzamelen van winningsafvalstoffen in een winningsafvalvoorziening;
c. het verbranden van afvalstoffen;
d. het in de atmosfeer uitstoten van gasvormige effluenten;
e. het afvangen van kooldioxide voor ondergrondse opslag, bedoeld in paragraaf 3.2.19;
f. het verwerken van kooldioxide voor het permanent opslaan van CO₂ als bedoeld in artikel 1, onder u, van de Mijnbouwwet;
g. het verwerken van dierlijke meststoffen en het vergisten van plantaardig materiaal, bedoeld in de paragrafen 3.3.14 en 3.6.8;
h. het verwerken van dierlijke bijproducten, anders dan het verwerken door composteren of vergisten en de aan dat composteren of vergisten voorafgaande activiteiten;
i. het zuiveren van afvalwater;
j. het opslaan, mengen en opbulken van ingenomen huishoudelijke afvalstoffen als het innemen hoort bij geleverde diensten en de afvalstoffen die worden gemengd behoren tot dezelfde categorie van afvalstoffen, bedoeld in bijlage II;
k. het opslaan, mengen en opbulken van ingenomen huishoudelijke afvalstoffen op een door de gemeente beschikbaar gestelde locatie in de openbare ruimte;
l. het opslaan van grond of baggerspecie, bedoeld in paragraaf 3.2.24;
m. het opslaan of bewerken van grond of baggerspecie, bedoeld in paragraaf 3.5.8; en
n. een activiteit als bedoeld in paragraaf 3.3.10.
In het vierde lid is vervolgens bepaald:
Onder de aanwijzing valt ook niet het verwerken van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen als dat alleen bestaat uit:
a. het mengen, opbulken, opslaan, scheiden, herverpakken of verdichten van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen voorafgaand aan inzameling of afgifte;
b. het mobiel breken van bouwafval en sloopafval, bedoeld in afdeling 7.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving; of
c. het lozen van afvalwater op een oppervlaktewaterlichaam.
Tot slot is in lid 5 aangegeven:
Onder de aanwijzing valt ook niet het verwerken van huishoudelijke afvalstoffen die nog niet zijn ingezameld of afgegeven.
Stap 4: bepalen of er sprake is van vergunningplicht
In de artikelen 3.185 tot en met 3.197 van het Bal is een uitgebreide lijst van bedrijfsactiviteiten opgenomen waarvoor de vergunningplicht geldt. Vanwege de omvang van deze lijst en uitzonderingen wordt hier volstaan met het noemen van de categorieën met de aanwijzing vergunningplichtige gevallen. Om daadwerkelijk te beoordelen of een specifieke deelactiviteit onder de vergunningplicht valt, moet het Bal worden geraadpleegd.
3.185 | Opslaan, herverpakken en opbulken van bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen |
3.186 | Demonteren van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen |
3.187 | Ontwateren en drogen bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen, met uitzondering van afvalwater |
3.188 | Verkleinen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen |
3.189 | Reinigen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen |
3.190 | Voorbereiden voor hergebruik van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen |
3.191 | Composteren en vergisten van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen |
3.192 | Recyclen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen, vervaardigen van brandstoffen of opvulmateriaal uit bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen en voorbehandelen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen voor nuttige toepassing) |
3.193 | Verdichten van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen |
3.194 | Scheiden van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen |
3.195 | Mengen van bedrijfsafvalstoffen |
3.196 | Mengen van gevaarlijke afvalstoffen |
3.197 | Verwijderen van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen |
Tabel 8.2: Vergunningplichtige categorieën van bedrijfsactiviteiten
In artikel 4.6 van het Omgevingsbesluit is aangegeven voor welke activiteiten het college van gedeputeerde staten van de provincie waarin de activiteit plaatsvindt, bevoegd zijn om de omgevingsvergunning te verlenen. De betreffende artikelen zijn niet genoemd waardoor het college van burgemeester en wethouders in de regel bevoegd gezag zijn.
Stap 5: welke regels van toepassing?
In artikel 3.198 is bepaald welke regels van toepassing zijn. Er wordt hier verwezen naar een fors aantal paragrafen uit hoofdstuk 4 van het Bal die van toepassing kunnen zijn.
Stap 6: Melding/informatieplicht
Indien de activiteit geen vergunning nodig heeft dan is in artikel 3.199 bepaald welke gegevens en bescheiden nodig zijn.
Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit, bedoeld in artikel 3.184, worden aan het bevoegd gezag, bedoeld in afdeling 2.2, gegevens en bescheiden verstrekt over:
a. de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht; en
b. de verwachte datum van het begin van de activiteit.
Ten minste vier weken voordat de begrenzing wijzigt, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.