In art. 1.1 van de Wet milieubeheer is het beheer van afvalstoffen omschreven met de handelingen inzameling, vervoer, nuttige toepassing en verwijdering van afvalstoffen. In hoofdstuk 7 zijn de inzameling en het vervoer aan de orde gekomen en in hoofdstuk 9 wordt ingegaan op de laatste stap in de keten: verwijdering door afvalstoffen te verbranden of te storten. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op welke regels van toepassing zijn handelingen die betrekking hebben op afvalstoffenbeheer door nuttige toepassing. Deze activiteiten zijn veelal aangemerkt als een milieubelastende activiteit (mba) waarvoor ofwel de meldingsplicht/ informatieplicht bestaat ofwel waarvoor een omgevingsvergunning moet worden aangevraagd. In dit hoofdstuk wordt eerst de algemene systematiek uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) toegelicht (paragraaf 8.4) waarna er drie soorten activiteiten worden onderscheiden met elk een eigen wijze van beoordeling:
- afvalgerelateerde activiteiten, brancheoverstijgend (par. 8.5);
- activiteiten afvalbranche (par. 8.6);
- complexe afvalbedrijven (par. 8.7).
In de paragrafen 8.5 – 8.7 wordt aan de hand van een stappenschema de beoordelingssystematiek toegelicht met een aantal voorbeelden.
In paragraaf 8.8 worden de relevante bepalingen uit het Besluit beheer bouwwerken en het Besluit kwaliteit leefomgeving benoemd. Tot slot wordt in paragraaf 8.9 ingegaan op jurisprudentie van vóór de inwerkingtreding Omgevingswet die mogelijk nog wel behulpzaam is bij de huidige vraagstukken.