Om goed de weg weten te vinden in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) is het nodig om de systematiek uit te leggen. Om de systematiek te doorgronden is het nuttig om eerst de structuur van dit zeer omvangrijke besluit te bestuderen aan de hand van de inhoudsopgave.
Hoofdstuk 1 | Algemene bepalingen |
Hoofdstuk 2 | Milieubelastende activiteiten en lozingsactiviteiten algemeen |
Hoofdstuk 3 | Milieubelastende activiteiten en lozingsactiviteiten richtingaanwijzer |
Afdeling 3.2 | Activiteiten die bedrijfstakken overstijgen |
Afdeling 3.3 | Complexe bedrijven |
Afdeling 3.5 | Afvalbeheer |
Hoofdstuk 4 | Inhoudelijke regels |
Hoofdstuk 5 | Modules |
Tabel 8.1: hoofdstukkenindeling Bal met de voor afvalstoffen relevante afdelingen
De eerste twee hoofdstukken uit het Bal bevatten algemene bepalingen over onder meer het toepassingsbereik, de zorgplichten en ongewone voorvallen. Deze bepalingen gelden voor alle mba’s dus niet alleen voor activiteiten waarbij handelingen plaatsvinden met afvalstoffen. Ook is hierin weergegeven welke gegevens moeten worden overgelegd bij een melding of welke informatieplichten gelden.
Voor het bepalen welke activiteiten worden aangemerkt als mba is hoofdstuk 3 van belang. Dit hoofdstuk wordt de "richtingaanwijzer" genoemd en bevat tal van bedrijfstakken (afdelingen 3.3-3.11) en activiteiten die bedrijfstakken overstijgen (afdeling 3.2). Per categorie wordt in dat hoofdstuk aangegeven wat de activiteit omvat en welke regels uit de hoofdstukken 4 en 5 van hetzelfde Besluit activiteiten leefomgeving van toepassing zijn. In hoofdstuk 4 zijn inhoudelijke regels per activiteit vermeld en hoofdstuk 5 bevat een aantal modules (bijvoorbeeld met betrekking tot bodembescherming en energieverbruik).
Er zijn in afdeling 3.2 (“Activiteiten die bedrijfstakken overstijgen”) activiteiten opgenomen die vanwege handelingen met afvalstoffen als een mba worden aangemerkt. In onderstaand overzicht zijn alle activiteiten uit afdeling 3.2 vermeld.
Voor afvalstoffen zijn met name de paragrafen 3.2.13 (opslaan, mengen, scheiden en verdichten van bedrijfsafval en gevaarlijk afval), 3.2.14 (op de bodem brengen van bedrijfsafval en gevaarlijk afval buiten een stortplaats) en 3.2.15 (verbranden van afvalstoffen anders dan in een IPCC-installatie) relevant. De categorieën 3.2.24 – 3.2.27 hebben betrekking op handelingen met de afvalstromen grond, baggerspecie en bouwstoffen.
In de afdelingen 3.4 tot en met 3.11 van het Bal zijn verschillende bedrijfstakken opgenomen. Voor afvalstoffenbeheer zijn de bedrijfstakken in paragraaf 3.5 relevant:
In Afdeling 3.3 zijn de complexe bedrijven opgenomen. De Omgevingswet gebruikt de term complexe bedrijven voor bedrijven die door aard en omvang grote gevolgen kunnen hebben voor de leefomgeving. Bijvoorbeeld omdat de activiteiten van het bedrijf ernstig nadelig zijn voor het milieu. Bij complexe bedrijven is er sprake van vergunningplicht. Voor afvalstoffenbeheer zijn de laatste vijf categorieën van complexe bedrijven van belang.
IPPC-installaties zijn de grotere industriële bedrijven die vallen onder hoofdstuk 2 van de Richtlijn industriële emissies en veehouderijen (Rie). Om na te gaan of er sprake is van een complex bedrijf moet dus de Rie geraadpleegd worden. Verderop in dit handboek (paragraaf 8.7) wordt hier nader op ingegaan.
Alle categorieën in het Bal hebben dezelfde structuur:
Informatie over de kernactiviteit. Dit is de activiteit die als zodanig expliciet is aangewezen.
Informatie over de functioneel ondersteunde activiteiten bij de kernactiviteit. Dit zijn activiteiten die ten dienste staan van het exploiteren en dit ook mogelijk maken. De functioneel ondersteunde activiteit vindt altijd op dezelfde locatie plaats als de kernactiviteit en dezelfde persoon heeft de zeggenschap.
Informatie over mogelijke uitzonderingen. Er kan sprake zijn van voorrang voor lokale regels, andere delen van de regelgeving die op de activiteit van toepassing zijn of voor kleinschalige of kortdurende activiteiten.
Informatie over welke algemene regels van toepassing zijn en waar deze in de hoofdstukken 4 of 5 van het Bal zijn te vinden.
Om te bepalen welke regels er gelden voor een milieubelastende activiteiten dienen meestal de volgende stappen te worden doorlopen:
Stap 1: bepalen mba (kernactiviteit).
Stap 2: bepalen functioneel ondersteunende activiteit.
Stap 3: bepalen uitzonderingen.
Stap 4: bepalen of er sprake is van vergunningplicht (en zo ja: wie is het bevoegde gezag?)
Stap 5: indien er geen sprake is van vergunningplicht: vaststellen welke regels uit het Bal van toepassing zijn.
Stap 6: bepalen welke gegevens er nodig zijn bij een melding op grond van het Bal of welke informatie aan het bevoegd gezag moet worden overgelegd.
In de volgende hoofdstukken wordt voor elke verschillende situatie (bedrijfstakoverstijgende activiteit, afvalbranche en complexe bedrijven) een voorbeeld van een activiteit gegeven. De volgende drie hoofdstukken zijn dus niet volledig, maar uitsluitend bedoeld om meer grip te krijgen op de systematiek.