De figuur van de ‘posterieure overeenkomst’ bestond nog wel in het oorspronkelijke stelsel van de Omgevingswet (artikel 12.4 Omgevingswet), maar wordt niet meer als zodanig benoemd in de Aanvullingswet. Volgens het tweede lid van 12.4 Omgevingswet kon een posterieure overeenkomst bepalingen bevatten ter uitwerking van in die regels of voorschriften opgenomen onderwerpen. De overeenkomst kon echter geen bepalingen bevatten over onderwerpen die deel hadden kunnen uitmaken van die regels of voorschriften, maar daarin niet zijn opgenomen. In de huidige praktijk speelt de posterieure overeenkomst nauwelijks een rol en dat is een van de redenen waarom het onderscheid tussen anterieure en posterieure overeenkomsten vervalt in de Aanvullingswet. Een andere reden is dat deze contractmogelijkheid door de gekozen systematiek geen toegevoegde waarde meer heeft. Uit het omgevingsplan volgt in de systematiek van de Aanvullingswet immers expliciet wat de hoogte van de bijdrage is. Daar kan niet aanvullend over worden gecontracteerd.
In de memorie van toelichting bij de ontwerp Aanvullingswet wordt overigens wel aangegeven dat een overeenkomst die wordt aangegaan na vaststelling in het omgevingsplan van regels over kostenverhaal niet strijdig mag zijn met die regels
Kamerstukken II 2018/19, 35 133, nr. 3, p. 222..