Aan de mogelijkheid om het kostenverhaal anderszins te verzekeren wordt vanaf de eerste versie van de Omgevingswet (2016) niet getornd. Sterker nog, in het tweede lid van artikel 12.1 Omgevingswet is de facto het primaat van het privaatrechtelijke kostenverhaal neergelegd. Daar waar in de Wro nog sprake is van een ‘exploitatieplan, tenzij…’-benadering, wordt in het nieuwe stelsel al uitgegaan van ‘overeenkomst, tenzij…’ (12.1 derde lid Omgevingswet 2016). Kostenverhaal kan ook anderszins worden verzekerd wanneer de overheid de kosten bijvoorbeeld versleutelt in de verkoopprijs voor grond of in de erfpachtcanon.
De Omgevingswet (2020) bevestigt in artikel 13.13 eerste lid expliciet het primaat van het privaatrechtelijke spoor voor kostenverhaal. Meer uitnodigingsplanologie en organische gebiedsontwikkeling zal daar geen verandering in brengen. In de praktijk blijkt dat publiek-private samenwerking vaak een noodzakelijke voorwaarde is om complexe gebiedsopgaven tot een goed einde te brengen AKRO Consult, NEPROM, Ministerie van Binnenlandse Zaken, VNG, Bouwend Nederland en TU Delft. Reiswijzer gebiedsontwikkeling (2019).. In een PPS werken overheid en markt op basis van gelijkwaardigheid met elkaar samen. Daarbij past geen stok-achter-de-deur om kostenverhaal af te dwingen. Het publiekrechtelijke spoor zal eerder effectief kunnen worden ingezet in financieel lucratieve gebiedsontwikkelingen waar een gevaar op ‘free rider’-gedrag bestaat. Dat was ook oorspronkelijk het idee dat opkwam na een serie negatieve ervaringen met free-riders op Vinex-locaties. In de Nota Grond voor beleid (2000) pleitte het kabinet al voor de invoering van een exploitatievergunning om dergelijke profiteurs aan te kunnen pakken Kamerstukken II 2000/01, 27581, nr. 2..
Overigens stelt het kabinet in de Aanvullingswet voor om het begrip ‘anderszins verzekerd’ te laten vervallen. Het kostenverhaal wordt verzekerd via een overeenkomst of via het opnemen van regels in het omgevingsplan of voorschriften in een omgevingsvergunning voor een afwijkactiviteit. Onder overeenkomst kunnen verschillende overeenkomsten worden verstaan, waaronder de huidige grondexploitatieovereenkomst, de gronduitgifteovereenkomst en de erfpachtovereenkomst. De facto is er dus sprake van het ‘primaat’ van een publiekrechtelijke regeling.
In 13.13 lid 1 van de Omgevingswet is de bevoegdheid voor het sluiten van een overeenkomst expliciet toegekend aan de rechtspersoon waartoe het bevoegd gezag behoort. Zonder wettelijke basis zou kostenverhaal via de privaatrechtelijke weg niet mogelijk zijn. In beginsel dienen de verschuldigde kosten te zijn betaald voordat met de activiteit wordt gestart (13.12), maar in het tweede lid van artikel 13.13 Omgevingswet is bepaald dat bij het stellen van aanvullende zekerheden die betaling ook op een later tijdstip kan plaatsvinden. Het equivalent hiervan in het publiekrechtelijke spoor is opgenomen in het voorgestelde artikel 13.19 eerste lid.