De Afdeling advisering van de Raad van State heeft op 25 februari 2026 het advies vastgesteld over het voorstel van het Tweede Kamerlid Michon-Derkzen (VVD) om de Gemeentewet en de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba te wijzigen. Met de wijziging wordt een bevoegdheid voor burgemeesters en gezaghebbers toegevoegd om de handhaving van de openbare orde te bevorderen met betrekking tot online oproepen (online aangejaagde openbare-ordeverstoring). Het advies is op 2 maart 2026 gepubliceerd op de website van de Raad van State.

Het initiatiefwetsvoorstel introduceert voor de burgemeester een nieuwe bevoegdheid om de handhaving van de openbare orde te bevorderen. De burgemeester kan een bevel geven om een online bericht te verwijderen als door dit bericht de openbare orde wordt verstoord of ernstige vrees bestaat voor het ontstaan daarvan. Dit noemt de initiatiefnemer een verwijderbevel. Het verwijderbevel wordt opgelegd aan degene die het bericht heeft geplaatst.
De Afdeling advisering begrijpt de behoefte om op te kunnen treden tegen bepaalde online uitlatingen die kunnen leiden tot gedrag dat een ontwrichtende werking heeft voor de openbare orde. Een nieuwe, aanvullende bevoegdheid zal moeten voldoen aan de eisen die de Grondwet en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) hieraan stellen. De Afdeling advisering maakt in dat verband een aantal opmerkingen en adviseert op basis daarvan het voorstel nader te overwegen.
Het verwijderbevel vormt een inmenging in de vrijheid van meningsuiting. Wanneer een online bericht oproept om deel te nemen aan een demonstratie, vormt het verwijderbevel ook een inmenging in de vrijheid om te demonstreren. De Grondwet en het EVRM vereisen onder meer dat het voldoende duidelijk is wanneer een verwijderbevel kan worden opgelegd. De inzet van het verwijderbevel moet bovendien noodzakelijk, geschikt en proportioneel zijn.
De bevoegdheid om een verwijderbevel op te kunnen leggen is in het voorstel ruim geformuleerd. Dat komt doordat het begrip ‘openbare orde’ erg breed is. Burgers kunnen hierdoor onvoldoende voorzien wanneer zij een verwijderbevel opgelegd kunnen krijgen. De Afdeling adviseert daarom om de gevallen waarin de burgemeester het verwijderbevel kan opleggen, in de wet duidelijker af te bakenen.
Om de nieuwe bevoegdheid te kunnen kwalificeren als noodzakelijk en geschikt, zal deze in het algemeen ook effectief moeten zijn. De Afdeling advisering heeft ernstige twijfels over de effectiviteit van het voorgestelde verwijderbevel en daarmee over de noodzakelijkheid en geschiktheid van de inmenging. Er zal namelijk vaak op voorhand niet duidelijk zijn welke burgemeester bevoegd is om in te grijpen. Ook zal een burgemeester die mag ingrijpen, dit snel moeten doen, wil het verwijderen van een online bericht effect kunnen hebben. Onduidelijk is echter hoe de burgemeester op tijd en rechtmatig over de juiste informatie beschikt om dit te kunnen doen. De Afdeling adviseert de initiatiefnemer om dit dragend te motiveren, en zo nodig het voorstel aan te passen.
Voor de proportionaliteit en subsidiariteit van het verwijderbevel is van belang dat er geen ander, minder ingrijpend middel is om hetzelfde doel te bereiken. De Afdeling constateert dat er een breed palet aan bevoegdheden is om het online aanjagen van openbare ordeverstoringen tegen te gaan. Een deel daarvan is juridisch bindend, andere interventies zijn informeel en dus vrijwillig. Gelet op de bestaande mogelijkheden is de meerwaarde van het voorgestelde verwijderbevel niet duidelijk. De Afdeling adviseert om in dat verband in de toelichting bij het wetsvoorstel de meerwaarde dragend te motiveren.
De Afdeling advisering heeft een aantal bezwaren bij het voorstel en adviseert de initiatiefnemer het voorstel niet in behandeling te nemen, tenzij het is aangepast.
