Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat blijft, ondanks grote financiële tekorten, werken aan de bereikbaarheid van Nederland. Minister Robert Tieman en staatssecretaris Thierry Aartsen presenteren vandaag de uitkomsten van overleggen tussen Rijk en regio over het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT).

Tijdens de overleggen van afgelopen week maakten Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten afspraken over investeringen in onze infrastructuur. Daar zitten een paar mooie mijlpalen bij van lopende projecten. Helaas konden geen grote nieuwe aanlegprojecten worden aangekondigd. Dat komt omdat steeds meer geld moet worden uitgegeven aan onderhoud en vernieuwing van bestaande infrastructuur. Daarnaast kampen lopende projecten met financiële tegenvallers, bijvoorbeeld door gestegen kosten wegens inflatie en krapte op de arbeidsmarkt. Als we onze infrastructuur niet op orde houden, leidt dit tot onverwachte storingen en afsluitingen. De bereikbaarheid en mobiliteit in Nederland zal daarmee verder onder druk komen te staan.
Ook is in de toekomst steeds minder geld beschikbaar terwijl de vraag naar mobiliteit juist toeneemt. Medio vorig jaar werd becijferd dat het tekort voor het onderhoud ruim € 36 miljard bedraagt: € 1,8 miljard voor ProRail (spoor) en € 34,5 miljard voor Rijkswaterstaat (wegen, vaarwegen en watersysteem).
Minister van Infrastructuur en Waterstaat Robert Tieman: “Het is een zure appel dit jaar. Grote aanlegprojecten zijn nodig om Nederland op de lange termijn bereikbaar te houden, maar dat lukt nu niet vanwege beperkte financiële middelen, weinig stikstofruimte en krapte op de arbeidsmarkt. Ook noodzakelijke onderhoudsprojecten lopen hiertegen aan. Het is aan een volgend kabinet om keuzes te maken als het gaat om investeringen in infrastructuur. Intussen doen we wat we wel kunnen met het geld dat beschikbaar is. En zijn er een paar mooie mijlpalen behaald op lopende projecten. Bijvoorbeeld op het gebied van goederentransport waar we € 106 miljoen aan verschillende projecten hebben kunnen koppelen.”
Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat Thierry Aartsen: “Goede infrastructuur houdt onze samenleving draaiend. Het is fijn dat we urgente investeringen hebben kunnen doen op het gebied van OV, spoor en de woningbouw. Dat zijn mooie resultaten. Maar er is meer aandacht nodig voor het structurele belang van onze infrastructuur. We staan voor een enorme opgave om de infra in stand te houden en weerbaar te maken. Scherpe keuzes zijn nodig voor een sterk en weerbaar Nederland en zodat er meer nieuwe woningen gebouwd kunnen worden, onze economie kan groeien en mensen snel en betrouwbaar kunnen reizen.”
Er wordt € 280 miljoen geïnvesteerd in een betere doorstroom op snelwegen. Het gaat bijvoorbeeld om kleine maar wel belangrijke maatregelen zoals het verbeteren van de afritten, het ongelijkvloers maken van enkele aansluitingen, het verbeteren van kruispunten en rotondes en het verbeteren van regionale verbindingswegen nabij de snelweg. Het Rijk draagt onder andere € 17 miljoen bij aan het bouwen van een fly-over over het verkeersplein Gieten en € 19 miljoen aan veiliger maken van afrit 55 van de A2 bij Maastricht.
Met het beschikbaar stellen van (aanvullend) budget door het Rijk worden stappen gezet in de verbetering van de bereikbaarheid van Flevoland en in de ontsluiting van de grote woningbouwopgave in deze provincie. Voor de A27 Zeewolde-Eemnes wordt een MIRT-verkenning gestart. Hiermee wordt een eerste gepauzeerd project weer opgestart. Daarnaast zet het Rijk zich in om het project A6 Almere Oostvaarders-Lelystad op een gepast moment te herstarten. Beide projecten werden eerder gepauzeerd door een gebrek aan geld, arbeidskrachten en vergunningsruimte op het gebied van stikstof.
Ook voor de N33 Noord (Appingedam-Eemshaven) wordt een MIRT-verkenning gestart. Hierin worden oplossingsrichtingen onderzocht voor verbreding van de weg en de oeververbinding, waardoor de bereikbaarheid en de verkeersveiligheid verbetert. Hiervoor is een budget van € 252,5 miljoen beschikbaar. Daarnaast willen Rijk en regio met het beschikbaar stellen van middelen voor de N33 in ‘Nij Begun’, de verdubbeling N33 Midden opnieuw opstarten.
Er zijn afspraken gemaakt om de Modal Shift Regeling te verlengen en daarvoor een extra 9 miljoen beschikbaar te stellen. Met deze regeling worden ondernemers aangespoord om goederenvervoer van de weg naar binnenvaart en spoor te verplaatsen. Daarnaast wordt het wagenladingtransport op het spoor ondersteund met een investering van € 30 miljoen op Verdeelcentrum Kijfhoek. Ook is € 43 miljoen gereserveerd om extra truckparkings te realiseren langs onze goederencorridors en daarbuiten.
Uit onderzoek van Rijkswaterstaat blijkt dat het renoveren van de bestaande spuimiddelen bij Den Oever en Kornwerderzand leidt tot grote uitvoeringsrisico’s en hoge kosten. Ook blijkt renoveren niet toekomstbestendig, als gevolg van klimaatverandering en zeespiegelstijging. Rijkswaterstaat blijft doorgaan met het onderhouden van de bestaande spuimiddelen, gelijktijdig wordt gekeken naar het noodzakelijke, toekomstbestendige vervolg.
Nadat de lopende werkzaamheden zijn afgerond, is er goed nieuws voor fietsers over de Afsluitdijk. Het ministerie heeft besloten om tijdelijke fietsbruggen te realiseren bij Den Oever en Kornwerderzand. Naar verwachting kan iedereen dan in de loop van 2027 weer over de volledige 32 kilometer van de Afsluitdijk fietsen.
Het ministerie trekt een extra € 105,9 miljoen euro uit voor het verbeteren van het stationsgebied in Den Bosch. Dit budget is onder andere bedoeld om de capaciteit op het station te vergroten, voor een nieuw busstation en de verbreding van perrons. In de omgeving rondom het station worden tot en met 2034 veel nieuwe woningen gebouwd.
Er is afgesproken dat de verkenning naar de Noordwestelijke ontsluiting versneld wordt uitgevoerd. De bus op de vluchtstrook op de A2 en de A50 worden tevens met prioriteit uitgevoerd en in 2026 gerealiseerd. Project Eindhoven XL, om station Eindhoven Centraal te verbeteren, wordt doorgezet. Zo kan onder andere een nieuw stationsgebouw aan de noordzijde gerealiseerd worden, met interne overstap naar het aan te leggen, volledig verdiepte, busstation.
Er gaat bijna € 100 miljoen euro naar de Veluwelijn. Door treinen bij Harderwijk te kunnen laten keren en extra overwegmaatregelen kunnen er meer treinen gaan rijden tussen Amersfoort en Harderwijk. Hierdoor wordt het hele gebied ten behoeve van de nieuwe woningbouw beter ontsloten.
Lelylijn-gezant Klaas Knot komt binnenkort met zijn advies over de mogelijkheden om deze spoorverbinding te bekostigen. Voor de aanleg is naar verwachting minimaal 14,5 miljard euro nodig.
Rijk en regio gaan ook werken aan het rondkrijgen van de financiering van de OV-verbinding tussen Amsterdam en Haarlemmermeer (OVAH). Voor deze verbinding met een bovengrondse metro is in totaal € 4 tot 7 miljard nodig. Vanaf 2039 wordt structureel € 200 miljoen gereserveerd voor OVAH. Het is aan een volgend kabinet om een vervolgbesluit te nemen voor dit project.
Rijk en regio investeren vanwege de bouw van veel nieuwe woningen ruim € 1,8 miljard euro in de aanpak van de Oude Lijn, de spoorlijn tussen Leiden en Dordrecht. Er wordt gestart met de planstudiefase voor het verbeteren van de stations Leiden Centraal, Den Haag Laan van NOI en Schiedam Centrum. Ook voor station Dordrecht liggen plannen klaar. Daarnaast wordt verder uitgewerkt wat er nodig is voor een frequentieverhoging naar 8 sprinters per uur tussen Den Haag en Dordrecht. Eind 2026 is de verkenning klaar naar de aanleg van de nieuwe stations Dordrecht Leerpark, Rijswijk Buiten, Schiedam Kethel en Rotterdam Van Nelle, en de daarvoor benodigde spoorverdubbeling tussen Delft en Schiedam. Hiervoor is nog eens circa 2 miljard euro nodig, iets waar een volgend kabinet over moet besluiten.
Afgelopen november maakte het kabinet bekend dat in totaal eenmalig € 3,4 miljard euro verdeeld zou worden om de aanleg van woningen mogelijk te maken. Het geld gaat naar de aanleg van wegen, fietspaden, tunnels en tramlijnen die nieuwe woonwijken bereikbaar maken. Ook werd er geïnvesteerd in noodzakelijke gebiedsgerichte maatregelen voor woningbouwprojecten, zoals bodemsanering, water en bodemmaatregelen of oplossingen voor netcongestie. Dit maakt de bouw van 273.000 woningen in heel Nederland mogelijk middels grote en kleine projecten, zoals de Merwedelijn en Veluwewaalpad.