Om verdergaande verpaupering aan een Rijksmonument te voorkomen heeft iemand de gemeente verzocht de eigenaar aan te schrijven tot het treffen van maatregelen.Aanvankelijk heeft de gemeente het verzoek tot handhaving afgewezen maar bij de bezwaarfase toch een last onder dwangsom opgelegd. De eigenaar moet het Rijksmonument wind- en waterdicht maken in het belang van het onderhoud en behoud van het monument.

Om verdergaande verpaupering aan een Rijksmonument te voorkomen heeft iemand de gemeente verzocht de eigenaar aan te schrijven tot het treffen van maatregelen.
Aanvankelijk heeft de gemeente het verzoek tot handhaving afgewezen maar bij de bezwaarfase toch een last onder dwangsom opgelegd. De eigenaar moet het Rijksmonument wind- en waterdicht maken in het belang van het onderhoud en behoud van het monument.
De eigenaar is van mening dat dit kapitaalvernietiging is omdat de maatregelen onder andere niet meer kan bijdragen aan het beboud van het Rijksmonument. Volgens de rechtbank is dat echter niet het geval:
6.1 De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) heeft in de uitspraak van 1 februari 2012 (LJN: BV2414) overwogen dat onder het in artikel 11, tweede lid, aanhef en onder b, van de Monumentenwet 1988, zoals dat luidde ten tijde hier van belang, opgenomen verbod een beschermd monument te (laten) gebruiken op een wijze, waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht, ook valt het verrichten van handelingen, een nalaten daaronder begrepen, waardoor het voortbestaan van een beschermd monument gevaar loopt. Niet in geschil is dat het complex gebreken heeft, ten gevolge waarvan wind en hemelwater het complex binnendringen waardoor het voortbestaan van dit monument in gevaar komt. Gelet hierop heeft eiseres gehandeld in strijd met artikel 11, tweede lid, aanhef en onder b, van de Monumentenwet 1988, zodat verweerder bevoegd is handhavend op te treden.
6.2 Verweerder heeft concreet vermeld welke maatregelen eiseres dient te treffen en heeft zich daarbij gebaseerd op het rapport van Conserf van 30 mei 2011. Naar het oordeel van de rechtbank strekken de maatregelen, ook die met betrekking tot gebouw 4, niet verder dan tot het wind- en waterdicht maken van het complex om te voorkomen dat het complex in gevaar wordt gebracht als bedoeld in artikel 11, tweede lid, aanhef en onder b, van de Monumentenwet 1988, en heeft verweerder deze maatregelen dan ook in redelijkheid kunnen opnemen in de lastgeving. De stelling van eiseres dat de gebouwen 6 en 12 vanwege de verbondenheid met gebouw 5 respectievelijk de gebouwen 11, 13, 14 en 15 niet wind- en waterdicht zijn te maken zonder ingrijpende verbouwings- en/of restauratiewerkzaamheden is op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt.
7.1 Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag van het bestuursorgaan worden gevergd, dit niet te doen. Dit kan zich voordoen indien concreet zicht op legalisatie bestaat. Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien.
7.2 Volgens vaste rechtspraak biedt de omstandigheid dat handhavend optreden mogelijk ernstige financiële gevolgen heeft voor degene ten laste van wie wordt gehandhaafd, geen grond voor het oordeel dat dit optreden zodanig onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen, dat het bestuursorgaan daarvan om die reden behoort af te zien. Voorts biedt de door eiseres aangevoerde omstandigheid dat handhavend optreden in feite zal leiden tot kapitaalvernietiging omdat de gebouwen in zeer slechte staat verkeren en geen reële toekomstige bestemming denkbaar is volgens vaste rechtspraak (LJN: BV2414) evenmin grond voor dat oordeel. De door eiseres aangevoerde financiële omstandigheden aan haar zijde en de gestelde kapitaalvernietiging zijn dan ook niet aan te merken als bijzondere omstandigheden.
Lees hier de volledieg uitspraak