Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Landelijke Toezichthoudersdag Omgevingsdiensten

Eind november kwam het rapport ‘Landelijke ToezichthoudersdagOmgevingsdiensten’ uit. Het rapport beschrijft de resultaten van de eerste training voor toezichthouders van omgevingsdiensten.

Omgevingsdienst NL 12 December 2013

(bron: Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek)

 

Eind november kwam het rapport Landelijke ToezichthoudersdagOmgevingsdiensten uit. Het rapport beschrijft de resultaten van de eerste training voor toezichthouders van omgevingsdiensten. De belangrijkste conclusie van deze eerste Landelijke Toezichthoudersdag is dat - hoewel de deelnemende omgevingsdiensten op papier aan de VTH Kwaliteitscriteria 2.1 voldoen - de praktijk van het toezicht toch zeer uiteenloopt bij de gehanteerde voorbereiding en uitvoering van een inspectie, de geconstateerde overtredingen, en de handhaving daarvan. De keuze voor een waarschuwing, aanschrijving / voornemen tot opleggen dwangsom, dwangsombeschikking, of bestuursdwang en de gehanteerde termijnen voor het opheffen van overtredingen verschillen in grote mate.

De analyse van de resultaten van de toezichthoudersdag onderstrepen het belang van het regelmatig onderling toetsen van de toezichtspraktijk, het nut van aanvullende praktijkopleiding, en van een uniforme landelijke handhavingsstrategie.

Ringonderzoek

Op 11 september 2013 kwamen medewerkers en leidinggevenden van de Omgevingsdiensten Flevoland & Gooi en Vechtstreek (OFGV), Midden- en West-Brabant (OMWB), Regio Nijmegen (ODRN), het bedrijf Van Werven B.V. en adviesbureau MWH B.V. bijeen voor de door OFGV en MWH georganiseerde Toezichthoudersdag. Met behulp van de methodiek van een ringonderzoek en de VTH Kwaliteitscriteria 2.1 als norm, is de onderlinge toezichtspraktijk van de deelnemende omgevingsdiensten getoetst.

In scène

Door de organisatoren en het bedrijf zijn overtredingen in scène gezet. De eenduidigheid van het onderzoek is geborgd door onder meer een vaste route door het bedrijf, gelijke (toegang tot) informatie voor de deelnemende toezichthouders, en een format voor het rapporteren van bevindingen en opvolging van geconstateerde overtredingen zodat een goede analyse kon worden verricht.

Vervolg

Voor de eerste helft van 2014 zijn de volgende toezichthoudersdagen, verspreid over het land, reeds gepland: 6 februari, 6 maart,  3 april , 8 mei en 5 juni.

Conclusies

1. Er zijn belangrijke verschillen tussen theorie en praktijk.Op papier voldoen de omgevingsdiensten aan de VTH Kwaliteitscriteria, maar in de uitvoeringspraktijk zijn grote onderlinge verschillen te zien. Op basis hiervan wordt het belang van het toetsen van de kwaliteit van toezicht en handhaving in de praktijk geconstateerd.

2. Er is een noodzaak voor het uitwisselen van kennis.Een belangrijke constatering is dat de toezichthouders veel van elkaar kunnen leren. Het kennisniveau per persoon verschilt op detailniveau, met name op het vlak van branchespecifieke kennis. Steeds meer bedrijven vallen (geheel of deels) onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit en de meeste ex-provinciale medewerkers een beperkte ervaring met het besluit hebben, kan het in sommige gevallen / branches / type bedrijven de voorkeur hebben om (ook) gebruik te maken van gemeentelijk toezichthouders.

3. Een meer op het bedrijf gericht inspectieplan of breed toezichtsplan kan een beter resultaat opleveren. Geen van de omgevingsdiensten hanteerde een specifieke, op de bedrijfsvoering georiënteerde en/of risicogebaseerde aanpak. Een dergelijke methode kan ervoor zorgen dat meer (aan zwaardere risicos gerelateerde) overtredingen worden geconstateerd.

4. Er is behoefte aan een uniforme landelijke handhavingsstrategie.De kwaliteit van toezicht en handhaving zijn zonder uniforme strategie in het geding. De resultaten van de toezichthoudersdag benadrukken de behoefte aan een uniform landelijk handhavingsbeleid.

5. De praktische uitvoering bij het Wabo-toezicht vertoont flinke onderlinge verschillen.Er zijn verschillen in de voorbereiding en praktische uitvoering van een inspectie:

a. Niet alle diensten maken gebruik van de hun ter beschikking staande middelen om extra informatie te vergaren. Ook verschillen de gebruikte middelen die tijdens de inspectie benut worden.

b. De aanschrijvingstermijnen verschilden flink voor dezelfde of gelijksoortige overtredingen.

c. Het informeren van handhavingspartners (signaaltoezicht) liep sterk uiteen.

 

Aanbevelingen

1. Organiseer periodieke ringonderzoeken

Een ringonderzoek is een geschikte methode om de uniformiteit en kwaliteit van de uitvoering van het toezicht te beoordelen. Zorg ervoor dat deze toets periodiek en met wisselende deelnemers wordt gedaan. Het is daarbij zinvol om ook handhavingspartners uit te nodigen, zoals de brandweer.

2. Voldoen aan kwaliteitscriteria is een vereiste

Beschouw het voldoen aan de VTH Kwaliteitscriteria 2.1. als een basisvereiste. Toets daarnaast ook regelmatig het niveau van de uitvoering in de praktijk. Binnen veel organisaties vinden er juridische toetsen plaats van de opgestelde handhavingsbrieven. De juridische toets is echter inhoudelijk, op de gebruikte wetsartikelen. Er kan ook een kwaliteitstoets gedaan worden of de toezichthouder alle overtredingen heeft gezien tijdens de uitvoering van de controle. Naast een juridische toets zou een collegiale inhoudelijke toets met betrekking tot de uitvoering van de controle een goede aanvulling zijn om de kwaliteit en uniformiteit van toezicht de verbeteren.

3. Deel kennis

Het onderling leren van elkaar en kennisdelen is belangrijk. Het uitwisselen van cursusaanbod tussen omgevingsdiensten zou hiervoor een geschikt middel kunnen zijn.

4. Breng specialismen in kaart Door duidelijk vast te leggen wat de specialismen van de toezichthouders zijn kan makkelijker van elkaars deskundigheid gebruikt gemaakt worden.

5. Zet deskundigheid in

Zorg dat de deskundigheid van collegas op het gebied van het Activiteitenbesluit bij provinciale inrichtingen wordt benut. Een opleiding voor de voormalig provinciale medewerkers ten aanzien van de regels uit het Activiteitenbesluit is uiteraard ook een optie.

6. Gebruik data

Een beter gebruik van digitaal beschikbare informatie (in het geval van het betreffende bedrijf het raadplegen van de LMA database) kan de toezichtslast voor het bedrijf verminderen.

Door

OmgevingsdienstNL

Artikel delen