Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Pesticiden in Natura 2000-gebieden eerste verkenning

Een eerste verkenning van pesticiden in Nederlandse Natura 2000-gebieden laat zien dat residuen van gewasbeschermingsmiddelen ook diep in natuurgebieden aanwezig zijn, vooral in planten. Voor bodems werden geen overschrijdingen van streng afgeleide ecologische drempelwaarden gevonden, terwijl in enkele plantenmonsters hogere concentraties zijn gemeten. Dit betekent dat mogelijke effecten op gevoelige soorten niet volledig kunnen worden uitgesloten, maar ook niet zijn bevestigd in dit onderzoek.

WUR 17 February 2026

Nieuws-persbericht

Nieuws-persbericht

De studie door Wageningen University & Research benadrukt dat de beschikbare ecotoxicologische kennis beperkt is, met name over langdurige blootstelling en cumulatieve effecten van meerdere stoffen. Ook blijkt dat de huidige monitoring vaak incidenteel en niet gestandaardiseerd is, waardoor ruimtelijke en seizoensgebonden patronen nauwelijks inzichtelijk zijn.
Verder maken de afstanden waarop stoffen worden gevonden het uiterst ingewikkeld om het verband tussen bron en vindplaats vast te stellen. 
Gebiedsgerichte maatregelen, zoals bredere bufferzones, inzet van driftreducerende technieken en op termijn reductie van het gebruik van chemische middelen, zijn daarom essentieel. Verbeterde en structurele monitoring is cruciaal om beleidskeuzes te onderbouwen en effecten van maatregelen te volgen.

Wat en waarom

De aanleiding voor deze verkenning is de uitspraak van de Raad van State op 2 april 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:1428) over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de lelieteelt nabij Natura 2000-gebied Holtingerveld. De uitspraak maakt duidelijk dat voor vergunningverlening inzicht nodig is in zowel de aanwezigheid van pesticiden als hun mogelijke effecten op beschermde natuur. Op dit moment is dergelijke kennis beperkt. Het onderzoek had daarom als doel om, op basis van bestaande monitoringstudies, inzicht te geven in de verspreiding van pesticiden, de belangrijkste kennishiaten te identificeren en een eerste aanzet te maken voor het inschatten van ecologische risico’s en beleidsmatige handelingsperspectieven.

Onderzoek aanpak

De analyse is gebaseerd op beschikbare meetgegevens uit 12 Natura 2000-gebieden, met in totaal 13 bodemmonsters en 63 plantenmonsters. In deze monsters zijn 84 verschillende actieve stoffen en metabolieten aangetoond. Voor de ecotoxicologische beoordeling zijn bodemorganismen en bladbewonende ongewervelde dieren onderzocht, omdat hun blootstelling direct gekoppeld is aan pesticiden in bodem- en vegetatiemonsters. Het doel was om drempelwaarden af te leiden waaronder de kans op negatieve effecten van een stof voor deze groepen klein is. Analyse van de beschikbare data toont grote variatie in de gevoeligheid voor een stof. Hierom is er gewerkt met een veiligheidsfactor van 1000 om de voorlopige drempelwaarden te bepalen.

Resultaten

Voor bodemmonsters zijn geen overschrijdingen gevonden van conservatief afgeleide ecologische drempelwaarden. In plantenmonsters zijn voor negen stoffen wel overschrijdingen vastgesteld, wat betekent dat negatieve effecten op gevoelige soorten in deze gevallen niet met zekerheid kunnen worden uitgesloten. Wanneer rekening wordt gehouden met mengsels van meerdere pesticiden, blijkt dat in circa 22% van de plantenmonsters de gecombineerde belasting mogelijk boven een voorlopige risicodrempel ligt.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.