Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Planschade (te veel) beperkt door normale maatschappelijke risico?

De vergoeding van planschade maakt al jarenlang deel uit van ons wettelijk systeem. Onder de WRO vormde artikel 49 de grondslag voor de toekenning van schadevergoeding indien schade werd geleden die niet geheel of gedeeltelijk voor rekening van de aanvrager diende te blijven. De mogelijke schadeveroorzakende besluiten werden in artikel 49 lid 2 WRO opgesomd. Vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) onder artikel 49 WRO was dat de schade die een belanghebbende leed ten gevolge van een planologische wijziging die hem in een nadeliger positie bracht, in beginsel niet voor rekening van de belanghebbende kwam. De schade diende wel gedeeltelijk of geheel voor diens rekening te blijven indien de schadeveroorzakende maatschappelijke ontwikkeling voorzienbaar was (zie onder meer AbRvS 22 februari 2012 zaaknummer 201105931/1/A2).

De Voort Advocaten | Mediators 6 July 2012

Inleiding

De vergoeding van planschade maakt al jarenlang deel uit van ons wettelijk systeem. Onder de WRO vormde artikel 49 de grondslag voor de toekenning van schadevergoeding indien schade werd geleden die niet geheel of gedeeltelijk voor rekening van de aanvrager diende te blijven. De mogelijke schadeveroorzakende besluiten werden in artikel 49 lid 2 WRO opgesomd. Vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) onder artikel 49 WRO was dat de schade die een belanghebbende leed ten gevolge van een planologische wijziging die hem in een nadeliger positie bracht, in beginsel niet voor rekening van de belanghebbende kwam. De schade diende wel gedeeltelijk of geheel voor diens rekening te blijven indien de schadeveroorzakende maatschappelijke ontwikkeling voorzienbaar was (zie onder meer AbRvS 22 februari 2012 zaaknummer 201105931/1/A2).

Bij de invoering van de Wro is de vergoeding van planschade opgenomen in afdeling 6.1 Wro. Artikel 6.2 lid 1 Wro bepaalt dat binnen het normale maatschappelijke risico vallende schade voor rekening van de aanvrager blijft. Artikel 6.2 lid 2 Wro bepaalt dat een percentage van de geleden schade in ieder geval voor rekening van de aanvrager blijft. De toevoeging van artikel 6.2 Wro werd ingegeven door de groei van het aantal verzoeken om schadevergoeding, de toename van het aantal toegewezen claims en de toegenomen hoogte daarvan. Tevens blijkt uit de Memorie van Toelichting dat invoering van artikel 6.2 Wro is ingegeven door de gedachte dat lid zijn van de samenleving en het deelnemen aan het maatschappelijk leven in zich draagt dat de lusten en de lasten daarvan worden aanvaard. Iedereen die deel uitmaakt van de samenleving krijgt volgens de regering te maken met feitelijke of juridische veranderingen en draagt in beginsel het risico dat aan de verandering nadelige gevolgen zijn verbonden. Er kan in de ogen van de regering alleen sprake zijn van compensatie van het opgetreden nadeel indien het nadeel redelijkerwijs niet meer door het individu gedragen kan worden (Kamerstukken II 2002/03, 28 916, nr. 3, p. 62). Dit is ook wel bekend als het égalité-beginsel.

Koerswijziging van de Afdeling?

Dat artikel 6.2 Wro zorgt voor een beperkt aantal toewijzingen van planschadeverzoeken, althans dat het zorgt voor een breuk met eerdere vaste rechtspraak blijkt uit de uitspraak van de Afdeling van 29 februari 2012 (TBR 2012/90). De casus was als volgt.

In 1985 had de aanvrager de eigendom verkregen van zijn woning in Berkel-Enschot. In 2008 had het college van burgemeester en wethouders ten behoeve van de bouw van een achter dat perceel gelegen vrijstaande woning met garage/berging, vrijstelling van de bepalingen van het ter plaatse geldende bestemmingsplan ex artikel 19 WRO verleend.  Aanvrager diende een verzoek om vergoeding van planschade in ten gevolg van daling van de situeringswaarde van zijn woning en de waardedaling door het verlies van privacy, uitzicht en zonlichttoetreding. Naar aanleiding van het verzoek om vergoeding van planschade heeft het college advies gevraagd aan de Stichting Adviesbureau Onroerende Zaken (hierna: SOAZ). De SOAZ heeft geconcludeerd dat aanvrager door het besluit in een nadeligere positie is geraakt, onder andere doordat de toegenomen gebruiksintensiteit zal leiden tot een grotere belasting voor de directe omgeving als gevolg van een extra aantasting van de privacy en andere vormen van aan permanent woongebruik gerelateerde hinder. De SOAZ had de hoogte van de schade vast op 6.000,--. Dit advies heeft het college ten grondslag gelegd aan het besluit op de aanvraag ter vergoeding van planschade.

Naar aanleiding van gemaakt bezwaar heeft de SOAZ nader advies uitgebracht. Dit nader advies zag op de voorzienbaarheid van de schade en over de toepasselijkheid van artikel 6.2 lid 1 Wro. De SOAZ concludeerde dat artikel 6.2 lid 1 Wro niet van toepassing was. Om die reden heeft SOAZ niet onderzocht of de schade binnen het normale maatschappelijke risico valt.

De Afdeling overweegt dat nu het schadeveroorzakende besluit in de periode tussen 1 september 2005 en 1 juli 2008 in werking is getreden én de aanvraag om vergoeding van planschade tussen 1 juli 2008 en 1 september 2010 is ingediend, op grond van de Invoeringswet Wet ruimtelijk ordening artikel 6.2 lid 1 Wro van toepassing is.

De Afdeling ziet zich vervolgens gesteld voor de vraag of er sprake is van binnen het  normale maatschappelijke risico vallende schade. De Afdeling overweegt dat deze vraag moet worden beantwoord met inachtneming van alle van belang zijnde omstandigheden van het geval en vervolgens:

Van belang is onder meer of de planologische ontwikkeling als een normale maatschappelijke ontwikkeling kan worden beschouwd waarmee de benadeelde rekening had kunnen houden in die zin dat die ontwikkeling in de lijn der verwachting lag, ook al bestond geen concreet zich op de omvang waarin, de plaats waar en het moment waarop deze ontwikkeling zich zou voordoen.

De Afdeling overweegt dat in de directe omgeving van de bouwlocatie uitsluitend sprake is van percelen met een woonbestemming, dat de ontwikkeling aansluit op de plaatselijke situatie en dat het bouwplan in overeenstemming is met het ruimtelijke beleid van de gemeente. Daarnaast is de uitbreiding van de woningen in een bestaande woonkern een normale maatschappelijke ontwikkeling en de planologische wijziging lag om die reden in de lijn der verwachtingen. De Afdeling komt dan ook tot de conclusie dat de schade binnen het normale maatschappelijke risico valt en daarmee komt de schade geheel voor rekening van de aanvrager.

Conclusie uitspraak Afdeling

Bovenstaande uitspraak laat duidelijk zien dat artikel 6.2 lid 1 Wro zal zorgen voor een beperktere bereik van te vergoeden planschade. In deze uitspraak maakt de Afdeling immers duidelijk dat een eigenaar van een woning aan de rand van een dorps- en/of stadskern rekening zal moeten houden met het feit dat er op enig moment sprake zal zijn van uitbreiding van het aantal woningen. De kans dat een verzoek om vergoeding van de schade naar aanleiding van een planologisch besluit dat een dergelijke ontwikkeling mogelijk maakt, onder het huidige recht wordt toegewezen lijkt minimaal. De toekomst zal leren in welke situaties er nog wel sprake zal zijn van toewijzing van een verzoek om vergoeding van planschade waarbij in ieder geval vast staat bij de beoordeling van verzoeken om planschade het égalité-beginsel een rol zal spelen.

mr. drs. Els Huisman 

Door De Voort Advocaten | Mediators

Artikel delen