Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Schadeclaim door schorsing accountants van PwC

Waarom deze column? Ik betrek dit artikel op de werkzaamheden van toezichthouders en vergunningverleners omgevingsrecht en dan realiseer ik mij dat zoiets op ons vakgebied evengoed mogelijk is.

Gerard Leeman 16 October 2014

Hoe raar kan het lopen?

Volkskrant: Econcern is een van de spraakmakendste faillissementen van de afgelopen jaren. Waar het duurzaamheidsimperium van topman Ad van Wijk het ene jaar nog de ene na de andere innovatieprijs in de wacht sleepte, bleken de vele investeringen in zonnepanelen en windparken op lucht te zijn gebouwd. In de economische recessie zakte het concern als een kaartenhuis in elkaar.

In dit krantenartikel is te lezen welk risico een  accountant loopt als hij of zij de oren te veel laat hangen naar de klant en daardoor het werk niet goed doet. De twee accountants van PwC zijn twee maanden geschorst vanwege hun na later bleek niet terechte goedkeuring van de jaarrekening van Econcern. Deze sanctie is opgelegd door de Accountantskamer en heeft grote gevolgen, omdat de curatoren  van het failliete bedrijf nu mogelijkheden zien een schadeclaim neer te leggen bij PricewaterhouseCoopers. In het artikel is verder te lezen dat de curatoren de topman Ad van Wijk en andere bestuurders en commissarissen ook aansprakelijk stellen. Het gaat hier om een resterende schuld van tussen de 250 en 750miljoen euro (eigenlijk raar, dat vijf jaar nadat Econcern failliet gegaan is nog niet precies bekend is hoe groot de resterende schuld is).

Ik heb dit van dichtbij meegemaakt, want de topman Ad van Wijk woont toevallig in hetzelfde dorp als waar Mibacu bv is gevestigd. Dat is ook de reden waarom dit krantenartikel mijn aandacht vroeg.

Waarom deze column? Ik betrek dit artikel op de werkzaamheden van toezichthouders en vergunningverleners omgevingsrecht en dan realiseer ik mij dat zoiets op ons vakgebied evengoed mogelijk is.

Op de eerste plaats is natuurlijk de ondernemer aansprakelijk voor zijn of haar inrichtingsgebonden activiteiten, maar als ik kijk naar bijvoorbeeld artikel 15.20 en 15.21 van de Wet milieubeheer, artikel 4.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht zou ik mij zomaar situaties voor kunnen stellen waarbij het bevoegd gezag aansprakelijk wordt gehouden voor kosten die voortkomen uit bijvoorbeeld onzorgvuldig handelen.

Een drietal voorbeelden:

  • Door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State is  een besluit inzake het vaststellen van een bestemmingsplan door de gemeente Houten vernietigd met als belangrijkste reden dat het plan in strijd met de vereiste zorgvuldigheid is vastgesteld. De vernietiging kan vergaande consequenties hebben voor bestaande activiteiten en geplande activiteiten zoals woningbouw of bepaalde recreatieactiviteiten in dit gebied. Ik kan mij voorstellen dat de kosten behorende bij deze vernietiging voor ondernemers reden zijn voor het claimen van schadevergoeding.

  • Een ander voorbeeld kan zijn dat het AIM in sommige situaties, bijvoorbeeld bij het uitbreiden van het aantal dieren, aangeeft dat een omgevingsvergunning beperkte milieutoets noodzakelijk is terwijl ik mij situaties kan voorstellen dat dit niet nodig is (bijvoorbeeld uitbreiding van het aantal koeien bij een bedrijf dat ook 30.000 kippen houdt). Ik kan mij voorstellen dat de ondernemer de kosten behorende bij een aanvraag op grond van artikel 4.2 lid 1 onder e terugvordert bij het bevoegd gezag (in dit geval bij Burgemeester en wethouders).

  • Als laatste voorbeeld; bij een (overigens niet gemeld)  garagebedrijf troffen wij een situatie aan die niet door de beugel kon. Er was een tweede verdieping in het pand gebouwd zonder omgevingsvergunning component bouwen. Deze verbouwing was zodanig amateuristisch dat gevreesd moest worden dat de boel vandaag of morgen in elkaar zou storten. Op deze verdieping was een draaglast in de vorm van automaterialen die volgens ons de draagkracht van de constructie ver te boven ging. De staanders waarop de tussenlaag rustte bestonden uit houten balken van 4 bij 4 centimeter en stonden niet allemaal verankerd op de vloer. Een aantal was gemonteerd op de rand van de lekbak van de smeerolietank en de deksel van de opslag van afgewerkte olie (zie foto).

Laten wij er nu eens vanuit gaan dat deze garagehouder het pand huurt van de  eigenaar en het gebouw stort gedeeltelijk in door deze illegale verbouwing vlak nadat wij een controle hebben uitgevoerd, hoe zit het dan met onze verantwoording op grond van artikel 5.2 lid 1 onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht? ? Is er dan ook sprake van onzorgvuldigheid van de toezichthouders die hun werk niet goed of niet volledig gedaan hebben?  In hoeverre zijn wij als bevoegd gezag mede verantwoordelijk voor de staat van het gebouw op grond van het bouwbesluit 2012 en de Woningwet? En hoe zit het eigenlijk als de desbetreffende gemeente de controle op bouwactiviteiten niet heeft uitbesteed aan de omgevingsdienst en de milieucontrole wel?

Overigens, in dit voorbeeld hebben wij dezelfde dag melding gemaakt van deze misstand en heeft de desbetreffende gemeente onmiddellijk maatregelen genoemen om instorten te voorkomen.

Kortom,  de noodzaak om de werkzaamheden in het kader van omgevingsrecht zorgvuldig uit te voeren is weer eens aangetoond door de schadeclaim van de curatoren van Econcern. Dat deze zorgvuldigheid op zich ook weer geld kan gaan kosten  blijkt uit een bericht van vandaag waarin te lezen valt dat de provincie Overijssel en Utrecht samen ongeveer 345.000 aan dwangsommen hebben uitbetaald omdat deze provincies vanwege de vereiste zorgvuldigheid bij vergunningprocedures in het kader van de NB wet niet tijdig konden beslissen en hiervan handig gebruikgemaakt werd door twee milieuorganisaties. We doen het niet gauw goed als bevoegd gezag en/of vergunningverleners/handhavers.

Gerard Leeman

Gerelateerde info:

Artikel delen