Met tal van regelingen en acties werkt het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) aan de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Dat schrijft demissionair minister Mona Keijzer in een brief aan de Tweede Kamer. In de brief licht zij toe hoe verschillende instrumenten woningeigenaren, verhuurders, marktpartijen, VvE’s, maatschappelijk vastgoedeigenaren en gemeenten helpen om verduurzaming voor iedereen dichterbij te brengen. Dat is belangrijk, want duurzaamheid is goed voor de kwaliteit en waarde van de betreffende woningen en panden, voor de betaalbaarheid van de energierekening, voor de leefbaarheid én gezondheid.

Veel mensen vinden dat verduurzaming haalbaar, betaalbaar en logisch moet zijn. Daarom ondersteunt de overheid met subsidies, aantrekkelijke financiering, advies en duidelijke informatie. En krijgen gemeenten extra financiële ondersteuning en begeleiding om mensen op een praktische manier te kunnen helpen bij isoleren en energiebesparing. Huishoudens die minder te besteden hebben, krijgen hierbij extra aandacht. Zo heeft het ministerie van VRO een subsidie van € 7,5 miljoen verstrekt aan het Actienetwerk Energiehulp voor het opzetten en versterken van lokale sociaal-maatschappelijke initiatieven.
In 2024 gingen subsidies en leningen naar ruim 253.000 verduurzamingsprojecten van bewoners, Verenigingen van Eigenaren (VvE’s) en gebouweigenaren. Binnen de Stimuleringsregeling Aardgasvrije Huurwoningen (SAH) werd in november 2025 bovendien € 20 miljoen extra toegevoegd. Sinds 2020 is subsidie aangevraagd voor in totaal 79.108 aansluitingen op het warmtenet, waarvan maar liefst 29.753 in 2025. Met behulp van het Dashboard Energiesubsidies van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) monitort het ministerie waar en hoe subsidies en leningen worden gebruikt, en biedt het gemeenten een bron om te bepalen waar zij hun isolatieprogramma’s op kunnen richten. Woningeigenaren en organisaties investeren volop in verduurzaming, blijkt uit de cijfers van het dashboard.
Het ministerie verbetert en verlengt de belangrijkste subsidieregelingen per 2026, voor meer verduurzaming. Zo worden energiezuinige ventilatiemaatregelen aan de Investeringssubsidie Duurzame Energie (ISDE) toegevoegd en is er voor de Subsidieregeling Verduurzaming voor Verenigingen van Eigenaars (SVVE) tot en met 2030 een hoger subsidiebudget beschikbaar. Extra mogelijkheden in de Subsidieregeling Verduurzaming en Onderhoud Huurwoningen (SVOH) zijn onder meer isolerende kozijnpanelen.
Een deel van de inzet is specifiek gericht op eigenaren van huurwoningen en maatschappelijk vastgoed. Eigenaren van huurwoningen moeten panden met energielabel E, F of G vóór 1 januari 2029 verduurzamen naar minimaal label D en kunnen daarvoor regelingen als de SVOH, ISDE, SVVE en/of het Nationaal Warmtefonds inzetten.
Voor scholen, sportaccommodaties, zorginstellingen, bijeenkomst en culturele gebouwen komen meer financieringsmogelijkheden beschikbaar om investeringen in verduurzaming mogelijk te maken. Via bestaande regionale energiefondsen,regionale financiering bij het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederland en landelijk via het BNG Duurzaamheidsfonds, kunnen eigenaren van deze gebouwen leningen afsluiten met een voordelige rente. Daarnaast wordt in samenwerking met Invest-NL gewerkt aan een Waarborgfonds Maatschappelijk Vastgoed. Dit waarborgfonds kan garanties afgeven om ook grotere financieringsprojecten in het maatschappelijk vastgoed te ondersteunen.
Om eigenaren en huurders beter inzicht te geven in de energieprestaties van hun woning of pand, werkt het ministerie bovendien aan de kwaliteit en betrouwbaarheid van de energielabels. Voor consumenten komt hierover meer toegankelijke informatie op het energielabel zelf en via energielabel.nl en verbeterjehuis.nl. De nieuwe Europese regelgeving (EPBD IV) is aanleiding om de opzet en keuringsmethoden voor labels aan te scherpen.
De Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) en het Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Bgiw) treden naar verwachting op 1 juli 2026 in werking. Gemeenten krijgen hiermee de verplichting om een warmteprogramma op te stellen, waarin staat hoe en wanneer wijken van het aardgas af gaan. Voor bewoners betekent dit meer duidelijkheid over de plannen in hun wijk. De uiterste datum voor het vaststellen van een warmteprogramma is verschoven naar 31 december 2027, zodat gemeenten voldoende tijd hebben om zorgvuldig te werken en bewoners te betrekken. Daarnaast wordt er gewerkt aan een overgangsbepaling die het voor koplopergemeenten mogelijk maakt om al vóór juli 2026 een warmteprogramma, die aan de eisen van de Wgiw en Bgiw voldoet, vast te stellen. Zo kunnen gemeenten die vooroplopen al sneller duidelijkheid geven. Met deze aanpassingen blijft het tempo in de warmtetransitie hoog waar dat kan. Tegelijk wordt beter rekening gehouden met de uitvoerbaarheid binnen gemeenten en de betrokkenheid van bewoners.