De Wijzigingswet Omgevingswet stelselaspecten ligt van 8 april tot en met 8 mei ter consultatie. Het wetsvoorstel bevat aanpassingen die het stelsel van de Omgevingswet raken en is gericht op het verbeteren en verduidelijken van de werking van de verschillende instrumenten binnen dat stelsel. Naast de Omgevingswet zelf worden ook de Invoeringswet Omgevingswet en de Algemene wet bestuursrecht gewijzigd.

Aanleiding voor het wetsvoorstel vormen signalen uit de uitvoeringspraktijk, gecombineerd met wijzigingen die voortvloeien uit de stelselverantwoordelijkheid van de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Het wetsvoorstel heeft nadrukkelijk geen beleidsinhoudelijk karakter, maar richt zich op het functioneren en de hanteerbaarheid van het bestaande juridische instrumentarium.
Opvallend is dat het wetsvoorstel is bedoeld als onderdeel van de eerste tranche van de aangekondigde Vereenvoudigingswet, zoals opgenomen in het coalitieakkoord. De bedoeling is om te werken met een jaarlijkse Vereenvoudigingswet, waarmee regels stapsgewijs worden vereenvoudigd. De eerste tranche krijgt daarbij de vorm van een pakket van afzonderlijke wetsvoorstellen, waaronder de Wijzigingswet Omgevingswet stelselaspecten.
Een belangrijk onderdeel van het wetsvoorstel betreft het instrument programma. In de wet wordt verduidelijkt dat een programma kan bestaan uit een beleidsuitwerking óf uit maatregelen om doelen voor de fysieke leefomgeving te bereiken, en dat deze elementen niet cumulatief hoeven te zijn.
Daarnaast wordt de bekendmakingsplicht uitgebreid naar vrijwillige programma’s. Waar deze tot nu toe buiten de verplichting van artikel 3:42 Awb vielen, moeten zij voortaan eveneens worden gepubliceerd. Dit betekent dat ook vrijwillige programma’s onderdeel worden van de juridische informatievoorziening in het DSO-LV en zichtbaar worden in de regels op de kaart. Daarmee wordt de positie van programma’s binnen het stelsel verder aangescherpt, met gevolgen voor de kenbaarheid van beleid en de samenhang met het omgevingsplan.
Ook het voorbereidingsbesluit wordt aangepast. De maximale geldingsduur wordt vastgesteld op twee jaar. Deze termijn wordt van rechtswege verlengd als binnen die periode een ontwerpbesluit tot vaststelling of wijziging van het omgevingsplan ter inzage wordt gelegd waarin de voorbeschermingsregels zijn opgenomen. Daarmee wordt tegemoetgekomen aan de uitvoeringspraktijk, waarin de huidige termijn regelmatig als te beperkt wordt ervaren.
Door het koppelen van de verlenging aan de terinzagelegging van het ontwerpomgevingsplan blijven tegelijkertijd duidelijke peilmomenten bestaan, om te voorkomen dat het voorbereidingsbesluit een structureel karakter krijgt.
Hoewel het wetsvoorstel geen directe inhoudelijke wijzigingen aanbrengt in het omgevingsplan, is de betekenis voor de omgevingsplanpraktijk niet gering. De versterkte positie van programma’s binnen het DSO en de verruimde inzet van het voorbereidingsbesluit vergroten de verwevenheid tussen beleid, voorbereiding en planregels.
De aankondiging van een jaarlijkse Vereenvoudigingswet onderstreept bovendien dat de Omgevingswet als dynamisch stelsel wordt benaderd. Dit roept vragen op over de juridische stabiliteit van het omgevingsplan op de langere termijn, juist nu gemeenten volop bezig zijn met het consolideren en harmoniseren van hun plannen.
De Wijzigingswet Omgevingswet stelselaspecten ligt van 8 april tot en met 8 mei ter consultatie. In deze periode kan iedereen reageren op het wetsvoorstel via de internetconsultatie. Gezien het uitgesproken stelselmatige karakter van de voorgestelde wijzigingen biedt de consultatie een belangrijk moment voor professionals uit de praktijk om ervaringen en aandachtspunten mee te geven aan de wetgever.
https://www.internetconsultatie.nl/wijzigingswetomgevingswet
