De grens tussen een "uit de hand gelopen hobby" en een onhoudbare, illegale situatie is soms flinterdun, maar de uitspraak van de Rechtbank Gelderland (ECLI:NL:RBGEL:2026:3020) van vorige week laat zien waar de juridische grens ligt. Wat begon als meldingen over stank en geluidsoverlast in Culemborg, ontaardde in een spoedeisende last onder bestuursdwang. Daarbij zijn ongeveer 125 honden aangetroffen die allemaal uit de woning zijn weggehaald en elders zijn opgevangen.

De feiten:
Bij binnentreden werden niet de verwachte 70, maar maar liefst 125 levende honden aangetroffen. In de vriezer lagen 30 overleden pups en honden. In de tuin lagen nog meer dieren begraven. De woning was volledig vervuild: schimmel, aangevreten keukenkastjes en een indringende geur.
De juridische kern: Wanneer is 'spoed' ook echt 'spoed'?
Door het grote aantal honden en nestjes met puppy's werd het houden van honden aangemerkt als bedrijfsmatige activiteit. Het gebruik zelf en de ruimtelijke uitstraling van dit gebruik is niet meer verenigbaar met de woonbestemming ter plaatse. Dit is een overtreding van de Omgevingswet en het omgevingsplan. Dit stond niet ter discussie. Wel de rekening van de spoedeisende bestuursdwang.
-De eiseressen voerden aan dat de gemeente al langer van de situatie wist en dus geen spoedeisende bestuursdwang had mogen toepassen zonder een hersteltermijn. De rechtbank stelt echter duidelijk:
- Kennismoment is leidend: pas toen de toezichthouders met een machtiging echt binnen stonden, werd de volle omvang duidelijk. Op dat moment mag (en moet) een bestuursorgaan direct handelen.
- Ruimtelijk vs. welzijn: hoewel de basis een overtreding van het omgevingsplan was (bedrijfsmatige activiteit in een woonbestemming), mag het college de erbarmelijke omstandigheden en het dierenwelzijn meewegen in de belangenafweging. Artikel 3:4, eerste lid, van de Awb bepaalt immers dat het bestuursorgaan de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen afweegt.
- De rekening: de kosten van de ontruiming, medische zorg en opvang liepen op naar ruim € 52.000,-. De rechtbank oordeelt dat dit volledig op de bewoners verhaald mag worden. Zelfs een succesvolle crowdfunding van de Dierenbescherming verandert niets aan de betalingsverplichting van de overtreder.
Conclusie:
Deze uitspraak is een krachtig signaal. Handhaving is geen doel op zich, maar een noodzakelijk instrument als de volksgezondheid en het dierenwelzijn in het geding zijn.