Hoe meet je de oppervlakte van een bouwwerk als het omgevingsplan (of bestemmingsplan) geen meetmethode geeft? Een ogenschijnlijk simpele vraag die in de praktijk voor flinke discussies kan zorgen.

Een recente uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 maart 2026 in Gelderland (ECLI:NL:RBGEL:2026:1623) schept duidelijkheid. In de gemeente Buren mochten overige bouwwerkzaamheden (geen gebouwen zijnde) voor de bestemming ‘Agrarisch’ maximaal 10 m² bedragen. De aanvrager wilde 950 palen met draden plaatsen. De grote vraag: meet je de totale omtrek van het hele veld (de 'loze ruimte' tussen de palen), of alleen de palen zelf?
Het oordeel: geen overspanning = geen totaaloppervlak. De rechter is helder: omdat er geen sprake is van een constructie met een overspanning (zoals een dak of dicht doek), vormt de ruimte tussen de draden geen onderdeel van het bouwwerk. De berekening: 950 palen van 0,09m x 0,09m = exact 7,69 m². Hiermee blijft de kweker keurig onder de grens van 10 m². De rechter keek ook naar de 'bedoeling van de wetgever'. Zou je de loze ruimte wel meetellen, dan zou bijna elke boomkwekerij in de regio plotseling illegaal zijn of een vergunning nodig hebben. Dat kan nooit de bedoeling zijn geweest.
Deze uitspraak is een belangrijke reminder dat bij het ontbreken van een specifieke meetmethode in een omgevingsplan, de feitelijke ruimtelijke uitstraling en de logica van de wetgever doorslaggevend zijn. Niet alles wat verbonden is met een draadje, is direct één massief bouwwerk.
Door Marc Hölzmann