Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

9e omgevingsplanuitspraak! over omgevingsplanwijziging waarbij meer ruimte is geboden voor vergunningvrij bouwen

Op 13 februari 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:814) heeft de voorzieningenrechter van de ABRvS de inmiddels 9e uitspraak gedaan over een omgevingsplanwijziging. Bij besluit van 10 december 2025 heeft de raad van de gemeente Amstelveen het "Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Amstelveen Bruidsschat bouwen" als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Amstelveen vastgesteld (het besluit tot wijziging).

13 February 2026

Het besluit tot wijziging verplaatst de regels over bouwwerken, open erven en terreinen die in hoofdstuk 22 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente Amstelveen waren opgenomen, al dan niet inhoudelijk gewijzigd, naar andere hoofdstukken van het nieuwe deel van dit omgevingsplan. Daarbij heeft de raad enkele categorieën van veel voorkomende bouwwerken onder voorwaarden vergunningvrij gemaakt. Volgens de motivering van het besluit tot wijziging heeft de raad hiervoor gekozen om bewoners en bedrijven meer ruimte te geven om vergunningvrij te verbouwen of uit te breiden. De hiervoor genoemde regels hebben voorrang op de regels in het tijdelijke deel van het omgevingsplan op grond van artikel 6.11, derde lid, van het omgevingsplan.

[verzoeker] en anderen zijn het niet eens met de hiervoor genoemde artikelen. Zij vrezen dat het benutten van de daarin opgenomen mogelijkheden zal leiden tot een aantasting van hun woon- en leefklimaat. Daarom voeren zij aan dat de raad niet goed heeft gemotiveerd dat die regels nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

De raad streeft met het verruimen van de mogelijkheden om vergunningvrij te bouwen naar een verlaging van de administratieve lasten van eigenaren en gebruikers van gronden in Amstelveen die willen bouwen en van de eigen gemeente. De Omgevingswet biedt daar in beginsel ruimte voor. Bij schorsing worden die mogelijkheden beperkt. Daartegenover staat het belang van [verzoeker] en anderen om niet te worden geconfronteerd met de gevolgen van de verruiming totdat de Afdeling uitspraak heeft gedaan in de bodemprocedure. Dat belang weegt naar het oordeel van de voorzieningenrechter minder zwaar. Hij betrekt daarbij dat de bouwmogelijkheden waar het [verzoeker] en anderen om gaat al grotendeels bestonden vóór het besluit tot wijziging, al dan niet na verlening van een omgevingsvergunning.

UITGEBREIDERE OVERWEGINGEN

Bij besluit van 10 december 2025 heeft de raad het "Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Amstelveen Bruidsschat bouwen" als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Amstelveen vastgesteld (het besluit tot wijziging).

Het besluit tot wijziging verplaatst de regels over bouwwerken, open erven en terreinen die in hoofdstuk 22 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente Amstelveen waren opgenomen, al dan niet inhoudelijk gewijzigd, naar andere hoofdstukken van het nieuwe deel van dit omgevingsplan. Daarbij heeft de raad enkele categorieën van veel voorkomende bouwwerken onder voorwaarden vergunningvrij gemaakt. In deze procedure zijn de volgende bouwwerken en de daarbij horende nieuwe artikelen van het besluit tot wijziging van belang:

- een berging of overkapping bij woningen in het voorerfgebied (artikel 6.114 in samenhang gelezen met artikel 6.105, eerste lid);

- een erf- of perceelafscheiding bij woningen in het voorerfgebied (artikel 6.172 in samenhang gelezen met artikel 6.162, tweede lid, aanhef en onder a);

- een zwembad bij woningen in het achtererfgebied (artikel 6.178 in samenhang gelezen met artikel 6.162, tweede lid, aanhef en onder a).

Volgens de motivering van het besluit tot wijziging heeft de raad hiervoor gekozen om bewoners en bedrijven meer ruimte te geven om vergunningvrij te verbouwen of uit te breiden. De hiervoor genoemde regels hebben voorrang op de regels in het tijdelijke deel van het omgevingsplan op grond van artikel 6.11, derde lid, van het omgevingsplan.

[verzoeker] en anderen zijn het niet eens met de hiervoor genoemde artikelen. Zij vrezen dat het benutten van de daarin opgenomen mogelijkheden zal leiden tot een aantasting van hun woon- en leefklimaat. Daarom voeren zij aan dat de raad niet goed heeft gemotiveerd dat die regels nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Ook passen deze regels volgens hen niet goed bij de doeleinden die de raad in het omgevingsplan heeft opgenomen. Ten slotte betogen zij dat de regels die met het besluit tot wijziging zijn opgenomen niet gericht zijn op het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit.

[verzoeker] en anderen hebben de voorzieningenrechter gevraagd om het besluit tot wijziging te schorsen. Volgens hen hebben zij een spoedeisend belang bij deze voorlopige voorziening. Zij stellen dat anders al op grote schaal gebruik zal zijn gemaakt van de verruiming van het vergunningvrij bouwen op het moment dat de Afdeling uitspraak doet in de bodemprocedure.

Belangenafweging

De betogen van [verzoeker] en anderen leiden tot complexe juridische vragen over de wijze waarop de raad zijn bevoegdheid om het omgevingsplan te wijzigen mag gebruiken. Die vragen lenen zich niet voor beantwoording in deze voorlopige voorzieningenprocedure. Gelet daarop zal de voorzieningenrechter afzien van een voorlopig rechtmatigheidsoordeel. De voorzieningenrechter zal daarom alleen op basis van een belangenafweging een beslissing nemen over het verzoek van [verzoeker] en anderen.

Oordeel van de voorzieningenrechter

De voorzieningenrechter is van oordeel dat de belangen van [verzoeker] en anderen minder zwaar wegen dan de belangen die daartegenover staan. Hierna zal de voorzieningenrechter uitleggen waarom hij tot dit oordeel is gekomen.

De raad streeft met het verruimen van de mogelijkheden om vergunningvrij te bouwen naar een verlaging van de administratieve lasten van eigenaren en gebruikers van gronden in Amstelveen die willen bouwen en van de eigen gemeente. De Omgevingswet biedt daar in beginsel ruimte voor. Bij schorsing worden die mogelijkheden beperkt.

Daartegenover staat het belang van [verzoeker] en anderen om niet te worden geconfronteerd met de gevolgen van de verruiming totdat de Afdeling uitspraak heeft gedaan in de bodemprocedure. Dat belang weegt naar het oordeel van de voorzieningenrechter minder zwaar. Hij betrekt daarbij dat de bouwmogelijkheden waar het [verzoeker] en anderen om gaat al grotendeels bestonden vóór het besluit tot wijziging, al dan niet na verlening van een omgevingsvergunning. Dat volgt onder meer uit de bestemmingsplannen "Amstelveen Noord-West 2020" en "Amstelveen Zuid-Oost 2015". Die bestemmingsplannen zijn vastgesteld voor de percelen in de omgeving van de woningen van [verzoeker] en anderen.

De hiervoor genoemde bestemmingsplannen lieten onder voorwaarden al overkappingen en bergingen in het voorerfgebied toe. Hoewel bergingen nu 10 m2 groot mogen zijn in plaats van 4 m2, mag er als gevolg van het besluit tot wijziging nog maar één berging of overkapping per woning zijn. In de hiervoor genoemde bestemmingsplannen was geen beperking opgenomen aan het aantal bergingen en overkappingen in het voorerfgebied. Erf- en perceelafscheidingen bij woningen in het voorerfgebied tot een hoogte van 2 m waren ook al toegestaan, mits die bestonden uit een rasterwerk dat minimaal 90% open van structuur was. De vereiste transparantie is in het besluit tot wijziging weliswaar verlaagd, maar erf- en perceelafscheidingen in het voorerfgebied moeten nog steeds voor een groot deel transparant zijn, namelijk voor 50%. Daarmee heeft de raad rekening gehouden met het uitzicht, de sociale veiligheid en het straatbeeld. Tenslotte was een zwembad in het achtererfgebied al vergunningvrij mogelijk onder dezelfde voorwaarden als die de raad heeft opgenomen in het besluit tot wijziging.

Conclusie

De voorzieningenrechter zal het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening afwijzen.

Noot Y. Schönfeld

Dit is de inmiddels 9e omgevingsplanuitspraak.

1. Op 18 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:5222 is de eerste uitspraak gewezen over een wijziging van het omgevingsplan (een TAM-IMRO-omgevingsplan). Zie hierover:

Eerste uitspraak ABRvS over TAM-IMRO-Omgevingsplan

2. De tweede omgevingsplanuitspraak, en dan zelfs over een nieuw deel van het omgevingsplan, is gewezen op 30 april 2025,ECLI:NL:RVS:2025:1928 en handelde over de wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Amsterdam. Er wordt in de desbetreffende omgevingsplanwijziging onder meer voorzien in het integraal voor de gehele gemeente verplaatsen van een groot aantal regels, al dan niet inhoudelijk gewijzigd, uit de in hoofdstuk 22 van het omgevingsplan opgenomen bruidsschat naar andere hoofdstukken van het nieuwe deel van het omgevingsplan. Verder wordt met het besluit tot wijziging voorzien in de opname van een groot aantal ruimtelijke regels in het nieuwe deel, waarmee de komende jaren de bestaande bestemmingsplannen en andere ruimtelijke besluiten op geharmoniseerde wijze vervangen kunnen worden.

Eerste uitspraak ABRvS over wijziging omgevingsplan (systematiek omgevingsplan)

3. Op 7 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3035 heeft de ABRvS voor de tweede maal een uitspraak gedaan over een TAM-IMRO-omgevingsplan(hoofdstuk 22a van het omgevingsplan). Dit was dus de 3e omgevingsplan-uitspraak:

2de uitspraak ABRvS over TAM-IMRO-Omgevingsplan en ETFAL!

4. Op 22 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4476 heeft de ABRvS voor de vierde maal een uitspraak gedaan over de wijziging van het omgevingsplan. Het betrof hier een wijziging tot het laten vervallen van een exploitatieplan:

4e omgevingsplanuitspraak ABRvS! wijziging tot het laten vervallen exploitatieplan

5. De ABRvS heeft op 5 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5339 de vijfde uitspraak gewezen over de wijziging van een omgevingsplan. Het ging daarbij over o.a. de relatie met omgevingsplanactiviteit bouwen, klimaatadaptie, parkeren en de relatie met de omgevingsverordening:

TAM-IMRO PLAN, o.a. relatie met omgevingsplanactiviteit bouwen, klimaatadaptie, parkeren & relatie omgevingsverordening

6. De ABRvS heeft op 13 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5516, de 6e uitspraak gedaan over een omgevingsplanwijziging, meer specifiek een TAM-IMRO-omgevingsplan. In deze uitspraak is o.a. ingegaan op de nieuwe systematiek van inwerkingtreding van een omgevingsplan:

https://omgevingsweb.nl/samenvatting/vovo-tam-omgevingsplan-o-a-nieuwe-systematiek-van-inwerkingtreding-omgevingsplan

7. Op 10 december 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5966, heeft de Afdeling de 7e uitspraak gedaan over een omgevingsplanwijziging. Hierin werd de jurisprudentie over het relativiteitsvereiste doorgetrokken naar omgevingsplannen en werd ingegaan op de rechtsgevolgen van een verkeerde verwijzing in de opgenomen voorrangsregels:

https://omgevingsweb.nl/samenvatting/7e-omgevingsplanuitspraak-doortrekken-jurisprudentie-relativiteit-verkeerde-verwijzing-in-voorrangsregels/

8. De Afdeling deed op 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:178 de 8e uitspraak over een omgevingsplanwijziging. In deze uitspraak werd o.a. ingegaan op de vraag of een belemmering van de bedrijfsvoering aan de orde was en het uitgaan van feitelijke bedrijfsactiviteiten. Verder is getoetst of werd voldaan aan geluidsregels van art. 22.63 van de bruidsschat:

8e omgevingsplanuitspraak o.a. belemmering bedrijfsvoering? en uitgaan van feitelijke bedrijfsactiviteiten/ voldoen aan geluidsregels art. 22.63?

Artikel delen