Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Aan de Amsterdamse grachten… (deel 2)

Op woensdag 25 februari 2026 deed de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) – wederom – een interessante uitspraak over het leerstuk van schaarse rechten. 

17 March 2026

In een eerdere Legal Update stonden we al stil bij een uitspraak van de Afdeling over exploitatievergunningen voor passagiersvervoer op de Amsterdamse binnenwateren. 

Ditmaal staan de ligplaatsvergunningen voor passagiersvervoer in Amsterdam centraal. Het college van B&W van Amsterdam zette deze vergunningen om van onbepaalde tijd naar bepaalde tijd. De reders kwamen daartegen in hoger beroep. En met succes. 

Was er sprake van veranderde omstandigheden voor de omzetting van ligplaatsvergunningen?

De gemeentelijke regels maken het mogelijk om ligplaatsvergunningen te wijzigen als dat nodig is omdat de omstandigheden veranderen. Volgens het college was daarvan in dit geval sprake.

Het college had eerder namelijk al de exploitatievergunningen voor passagiersvervoer omgezet van onbepaalde tijd naar bepaalde tijd. Vanwege de connexiteit tussen deze twee vergunningen was omzetting van de ligplaatsvergunning eveneens noodzakelijk. 

Verder stelt het college dat de ligplaatsvergunning een schaarse vergunning betreft (want de vraag is veel groter dan het aanbod van vergunningen) en de Dienstenrichtlijn verplicht om een dergelijke vergunning slechts voor bepaalde tijd te verlenen. 

Waarom zette de Afdeling bestuursrechtspraak een streep door de besluiten van het college?

Op het moment dat het college van B&W in maart 2023 besloot om de ligplaatsvergunningen om te zetten van onbepaalde tijd naar bepaalde tijd, had het college van B&W de exploitatievergunningen voor de passagiersvaart al omgezet naar bepaalde tijd. 

In september 2024 oordeelde de Afdeling echter dat de omzetting van de exploitatievergunningen naar bepaalde tijd niet rechtmatig was. Als gevolg daarvan gelden de exploitatievergunningen weer voor onbepaalde tijd. Daarom is er - achteraf bezien - dus geen sprake van veranderde omstandigheden ten aanzien van de ligplaatsvergunningen.  

Het college lijkt dan ook op de zaken vooruit te zijn gelopen door de ligplaatsvergunningen al om te zetten, terwijl er ten tijde van de besluitvorming nog een beroepsprocedure bij de Afdeling aanhangig was over de omzetting van de exploitatievergunningen.

Wat betekent de uitspraak voor het huiswerk dat het college moet doen?

Het college zal opnieuw moeten beslissen op de bezwaren van de reders tegen de omzetting. Daarbij merkt de Afdeling een aantal zaken op: 

  • Het feit dat de Dienstenrichtlijn bij schaarste verplicht tot het uitgeven van een vergunning voor bepaalde tijd, kan geen reden kan zijn om de ligplaatsvergunning te wijzigen vanwege 'veranderende omstandigheden'. Het is een feit van algemene bekendheid dat de beschikbare ruimte op de Amsterdamse grachten beperkt is. Dit kan naar het oordeel van de Afdeling dan ook geen argument zijn om te spreken van een verandering van omstandigheden of inzichten.

  • In de gemeentelijke regels is daarnaast een expliciete grondslag opgenomen om een vergunning te wijzigen op grond van wettelijke, Europeesrechtelijke of andere internationale verplichtingen. In een nieuw besluit zal het college moeten motiveren op grond van welke bepaling het zichzelf bevoegd acht wijzigingsbesluiten te nemen en, als sprake is van een verandering van omstandigheden, waarom daarvan sprake zou zijn.   

  • Ook heeft het college van B&W nagelaten om bij de besluiten tot omzetting van de ligplaatsvergunningen naar bepaalde tijd te toetsen aan de Europese Dienstenrichtlijn. In een nieuw besluit zal het college moeten motiveren waarom de wijzigingsbesluiten al dan niet in overeenstemming zijn met de Dienstenrichtlijn.

Wat zijn de gevolgen van deze uitspraak voor vergunninghouders?

De vergunninghouders van een ligplaatsvergunning kunnen, net als met de exploitatievergunning, vooralsnog opgelucht ademhalen. De ligplaatsvergunningen gelden vooralsnog weer voor onbepaalde tijd. Het college heeft – net als bij de exploitatievergunningen – opnieuw huiswerk. 

Met in achtneming van de uitspraak van de Afdeling zal een nieuwe beslissing op bezwaar moeten worden genomen. Wordt vervolgd…

Dit is een Legal Update van Reimer Helder en Pax Bruijn. 

Artikel delen