Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Aangrenzend perceel en toch geen belanghebbende: over de grenzen van ‘gevolgen van enige betekenis’

In een uitspraak van 19 februari 2026 oordeelde de Rechtbank Den Haag dat een grondeigenaar wiens perceel grenst aan de locatie van een te realiseren 40 meter hoge telecommast terecht als belanghebbende is aangemerkt. De uitspraak illustreert hoe het criterium ‘gevolgen van enige betekenis’ als correctiemechanisme werkt op de hoofdregel, en laat zien dat aangrenzendheid weliswaar een sterk startpunt is, maar geen garantie.

25 March 2026

Samenvattingen

Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak volgt dat belanghebbendheid bij omgevingsrechtelijke besluiten in beginsel wordt aangenomen bij bewoners en eigenaren van een perceel dat grenst aan het perceel waarop het besluit betrekking heeft (zie bijvoorbeeld ABRvS 23 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3175). Bij dergelijke percelen wordt ervan uitgegaan dat feitelijke gevolgen, als die zich voordoen, in beginsel van enige betekenis zijn. Het criterium ‘gevolgen van enige betekenis’ fungeert als correctie: heeft iemand aantoonbaar geen gevolgen van enige betekenis te vrezen, dan ontbreekt een persoonlijk belang dat hem voldoende onderscheidt van anderen.

Die correctie wordt niet lichtvaardig toegepast, maar kan wel degelijk opgaan. In haar uitspraak van 24 april 2024 oordeelde de Afdeling dat een appellante geen belanghebbende was bij een handhavingsverzoek over schuttingen, ondanks het feit dat haar percelen aan het betrokken perceel grensden. Omdat tussen de door haar gebruikte perceelgedeelten en de schuttingen volkstuinen met daarbij behorende bebouwing en beplanting lagen, had zij vanuit de woning of de tuin niet of nauwelijks zicht op de schuttingen en ondervond zij geen feitelijke gevolgen van enige betekenis (ABRvS 24 april 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1701).

In de voorliggende zaak lag het anders. Het perceel van eiser grensde aan het bouwperceel, het landschap was open, de mast bedroeg 40 meter en eiser had vanaf de perceelsgrens op 130 meter directe zichtlijn op de mast. De omstandigheid dat zijn recreatiewoning circa 450 meter verderop stond, kon de rechtbank niet overtuigen dat hij geen gevolgen van enige betekenis ondervond: bepalend was dat hij vanaf zijn gehele perceel direct zicht had op de telecommast.

De uitspraak onderstreept dat de correctie op het uitgangspunt dat de bewoner en eigenaar van een aangrenzend perceel als belanghebbende worden beschouwd niet snel opgaat. 

Rb. Den Haag 19 februari 2026, www.rechtspraak.nlECLI:NL:RBDHA:2026:3576.

Artikel delen