Rechtbank Limburg 15 april 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:3254. Bij besluit van 15 augustus 2024 (het primaire besluit 2) heeft verweerder een omgevingsvergunning verleend voor een technische bouwactiviteit ten behoeve van het verbouwen van het pand.

Bij de behandeling van het beroep ter zitting is besproken of verweerder op basis van de ingediende aanvraag aannemelijk heeft kunnen achten dat aan de brandveiligheidseisen uit het Bbl is voldaan. Het Bbl is de opvolger van het Bouwbesluit 2012 en zoals de commissie ook heeft vastgesteld, is het vaste jurisprudentie van de Afdeling dat de toets aan het Bouwbesluit (thans Bbl) die verweerder moet uitvoeren, een aannemelijkheidstoets is.
Verweerder komt beoordelingsruimte toe bij de beantwoording van de vraag of op basis van de door de aanvrager overgelegde stukken het aannemelijk is dat aan de voorschriften wordt voldaan (zie onder meer de uitspraak van de Afdeling van 21 augustus 2024, ECLI:NL:2024:3391, r.o. 10 e.v. en van 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3598).
De rechtbank stelt vast dat in het onderhavige geval bij de aanvraag bouwtekeningen zijn gevoegd waarin de brandcompartimentering en de brandpreventie maatregelen zijn aangegeven. Deze tekening bevat voldoende gegevens voor een (aannemelijkheids)beoordeling van de brandveiligheid en is door de deskundige van verweerders gemeente beoordeeld. De conclusie van die beoordeling is in het primaire besluit 2 vermeld: daar staat dat de aanvraag is getoetst en dat in de aanvraag voldoende aannemelijk is gemaakt dat onder meer de (brand)veiligheid wordt gewaarborgd. In hetgeen eiser hiertegen heeft aangevoerd vindt de rechtbank geen grond voor het oordeel dat verweerder niet aannemelijk heeft kunnen achten dat aan de brandveiligheidseisen bij verbouw uit het Bbl wordt voldaan. De beroepsgronden slagen niet.