De raad van de gemeente Teylingen heeft besloten om een bestemmingsplan voor een locatie niet vast te stellen, onder andere omdat er onvoldoende is aangetoond dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op een afstand kleiner dan 50 m van de woonbestemming aanvaardbaar is. De eigenaar van de gronden die een principeverzoek heeft ingediend voor het omzetten van een bedrijfswoning naar een nieuwe greenportwoning heeft tegen deze weigering beroep ingesteld.

De Afdeling oordeelt, onder verwijzing naar ECLI:NL:RVS:2017:868, dat geen wettelijke bepalingen bestaan inzake de minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop gewassen worden geteeld en nabijgelegen woningen. De afstand dient zodanig te worden gekozen dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat aanwezig zal zijn. In het algemeen wordt een afstand van 50 m tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt niet onredelijk geacht. Het is mogelijk deze afstand te verkleinen indien daaraan een deugdelijke motivering ten grondslag ligt. Die motivering moet gebaseerd zijn op een zorgvuldig op de locatie toegesneden onderzoek (ECLI:NL:RVS:2025:4407).
De Afdeling ziet zich gesteld voor de vraag of het zorgvuldigheidsbeginsel in dit geval met zich brengt dat de raad appellant in de gelegenheid had moeten stellen om een locatie-specifiek onderzoek uit te voeren naar het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. De Afdeling stelt vast dat de raad ten tijde van het nemen van het besluit van oordeel was dat onvoldoende was aangetoond dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op een afstand van 5 m van de woonbestemming aanvaardbaar is, alleen al omdat een locatie-specifiek onderzoek ontbreekt. De verantwoordelijkheid voor het doen van dergelijk onderzoek lag in dit geval bij appellant, omdat alleen op zijn initiatief een ontwerpbestemmingsplan is opgesteld en de raad de geldende bestemming nog steeds in overeenstemming acht met een goede ruimtelijke ordening. Het had in het kader van de zorgvuldigheid daarom op de weg van de raad gelegen om aan appellant kenbaar te maken dat bij gebrek aan een locatie-specifiek onderzoek, onvoldoende duidelijk was of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de voorziene woningen en hem in de gelegenheid te stellen dat onderzoek te verrichten. Immers, gelet op voornoemde rechtspraak kan alleen met zo'n locatie-specifiek onderzoek worden aangetoond dat een afstand kleiner dan 50 m in een specifiek geval toch aanvaardbaar is. Omdat de raad de gelegenheid niet heeft geboden, is het besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid.
AbRvS 1 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1833